Drones die elkaar in zwermen vermijden of juist helpen: dat proberen drone-ontwikkelaars wereldwijd voor elkaar te krijgen. In Delft zijn twee twintigers er een heel eind mee.
Ook al is Lennart Bult (23) met zijn studie gestopt, hij komt nog steeds elke dag naar de faculteit van lucht- en ruimtevaarttechniek aan de TU Delft. Terwijl zijn voormalige studiegenoten beneden noest hun colleges of practica volgen, neemt hij de lift naar de twaalfde verdieping.
Daar probeert hij, in een paar ruimtes volgepakt met computers, snoertjes, drones en inmiddels tien medewerkers, als CEO van Emergent Swarm Solutions iets voor elkaar te krijgen wat drone-ontwikkelaars achter elk front voor elkaar proberen te krijgen, maar nog niet echt gelukt is: drones laten zwermen.
De Onderneming
In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Emergent Swarming Solutions, opgericht in 2023, met 10 werknemers en een geschatte omzet van een 500.000 tot één miljoen euro in 2025.
‘Ik had geen geduld meer’, zegt Bult, samen met zijn chief technology officer Seppe Van den Bergh (25) in zijn kantoortje. Hij deed zijn afstudeeronderzoek bij het Delftse Swarm Lab, maar zijn handen begonnen te jeuken. ‘Ik zie dat er zoveel vraag is naar toepassingen, dat ik daaraan wilde bijdragen. Onderzoek is mij in deze fase te theoretisch.’ Nu is hij nog wel als adviseur verbonden aan het lab.
Het is een gekkenhuis, zegt hij: eerder die week heeft hij nog een demonstratie aan het ministerie van Defensie gegeven. Met de algoritmen die zijn bedrijf heeft ontwikkeld, kunnen daarmee uitgeruste drones elkaar ontwijken, blijven rondvliegen als de communicatie wordt verstoord en zelfs blijven navigeren als de satellietnavigatie uitvalt.
Nee, zwermen is het nog niet, erkent hij ook. De verschillende drones – drie in dit geval – zijn wel autonoom, maar reageren nog niet op elkaar, en nemen bijvoorbeeld nog geen taken van elkaar over. Dat willen ze de komende weken gaan testen, zegt Bult, om begin volgend jaar commercieel beschikbaar te zijn. ‘En dan willen we opschalen naar zwermen van vijf, tien of veertig drones.’
Voor de duidelijkheid: de spectaculaire lichtshows zoals die in China tijdens festiviteiten in de lucht worden opgevoerd, met duizenden drones die gezamenlijk manoeuvreren en zo prachtige patronen vormen, zijn géén zwermen. De bewegingen zijn tot in de puntjes voorgeprogrammeerd, en de drones hoeven niet te improviseren of op elkaar te reageren. Het resultaat ziet er weliswaar uit als een zwerm, maar is dat niet.
En de honderden drones die de Russen met elke aanvalsgolf op Oekraïne afsturen, zijn waarschijnlijk ook geen zwermen in de technische zin van het woord, zegt Bult. ‘Ook die krijgen vooraf een koers ingeprogrammeerd, of er zit een bestuurder achter een scherm achter de knoppen om eventueel bij te sturen. Er is, voor zover we weten, geen sprake van realtime coördinatie tussen de drones.’
Hij geeft een voorbeeld van wat volgens hem wél zwermen is. Een paar drones krijgen de opdracht een gebied te verkennen. Eentje ziet vooral open veld, de andere komt in een stad terecht en heeft dus meer tijd nodig. Als dan de eerste de tweede te hulp komt, dan is dat zwermen. ‘Je begint met een simpele taakverdeling: die doet dat. Maar als er dan tijdens de vlucht nieuwe informatie komt, dan passen de drones zelf de werkverdeling aan.’
Bult leerde zijn huidige kompaan Van den Bergh kennen bij robotvereniging RSA in Delft. Ze deden daarna een project met robots voor vliegtuiginspectie en daar wilden ze mee door. Dus richtten ze in augustus 2023 hun bedrijf op.
‘Ik wist vrij zeker dat ik ondernemer wilde worden’, zegt Bult. ‘Ik liep stage bij de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed. Dat was een goede ervaring, maar ik kwam er voor mijn gevoel een beetje vast te zitten. De technologie die ze ontwikkelen is vergelijkbaar met wat wij doen, maar het gaat daar zo ontzettend traag. Als je iets probeert te bestellen duurt dat een maand. Daar heb ik geen tijd voor.’
Tot een paar jaar geleden was hij een verdienstelijk wedstrijdwielrenner. Hij reed de klassieke rondjes rond de kerk, de criteria, en deed mee aan het NK Tijdrijden. ‘Er zijn overeenkomsten met een eigen bedrijf’, zegt hij. ‘De maximale inzet. En ervoor zorgen dat je met de beperkte middelen die je hebt met je team een zo goed mogelijk resultaat boekt.’
Die beperkte middelen komen op dit moment van drie bronnen, Drie angel investors investeerden 150.000 euro, ze kregen 140.000 euro subsidie, en het allerbelangrijkste, ze draaiden vrijwel direct omzet. Dat kunnen onderzoeksprojecten zijn, maar ze verkopen ook al onderdelen van hun software. ‘De bouwstenen die we ontwikkelen voor het zwermen, blijken ook afzonderlijke producten die we kunnen verkopen’, zegt Van den Bergh.
Niet alleen Defensie is geïnteresseerd in de technologie. Het eerste project dat ze deden was een search-and-rescue-missie, waarbij minidrones opstegen van een robothond, en dan een aantal kamers invlogen op zoek naar slachtoffers van bijvoorbeeld een natuurramp.
Ook met een schoonmaakbedrijf hebben ze contact, om te kijken wat de overeenkomsten met slimme schoonmaakrobots zijn. ‘Ik zie overal partnerschappen’, zegt Bult. ‘Ik moet hem soms een beetje afremmen’, zegt Van Den Bergh die overigens, na zijn masterscriptie in de weekenden te hebben geschreven, wel afgestudeerd is. ‘We moeten onze tijdlijn in de gaten houden. Maar allerlei tussenoplossingen zijn een product op zich. Obstakelvermijding kan ook los worden verkocht.’
Een variant daarvan bouwen ze met het Amerikaanse General Atomics. waarbij bestaande software wordt doorontwikkeld voor grote drones, zoals de MQ-9 Reaper. Met het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) werken ze aan algoritmen waarmee drones vijandige drones kunnen detecteren – een gewilde kwaliteit aan het front.
Hoe kan het dat een Delftse start-up dingen kan die grote bedrijven kennelijk niet zelf kunnen? ‘Het is pas sinds kort dat de apparatuur zo klein is dat je dit op drones kunt inbouwen’, zegt Bult. Hij laat een drone zien met een soort waterhoofd erop gemonteerd, dat het zwermdenkwerk doet. ‘Grote bedrijven kunnen niet in ons tempo innovaties bedenken, en dan testen en inzetten. Die houden ons niet bij.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant