Na wolven, dassen, ganzen, damherten en wilde zwijnen moeten nu ook de Nederlandse bevers inschikken voor de mens. Het kabinet kwam begin vorige maand met een ‘nationale beveraanpak’ om de snel groeiende populatie in te dammen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
‘Kijk, hier is er een langsgeweest’, zegt Kees Schep, wijzend naar een jonge wilg in de zompige Millingerwaard. Onder het boompje liggen kale wilgentenen. Een bever heeft ze vakkundig van hun bast ontdaan. De tenen zijn nog vochtig, het spoor is vers. Aan de overkant van het moeras is een beverhol zichtbaar. ‘Ze zijn onlangs verhuisd, waarschijnlijk omdat hun oude burcht is drooggevallen’, weet Schep, coördinator beverbeheer voor meerdere waterschappen.
Achter de verzwaarde rivierdijk van het Gelderse dorpje Kekerdom ligt een waterig beverparadijs vol riet en wilgen. In juli bloeien er roze zwanenbloemen en kattenstaarten, afgewisseld met geel koolzaad. Dwars door de grijze rivierklei heeft de beverfamilie kanaaltjes gegraven om bij deze lage waterstand toch door hun territorium te kunnen zwemmen.
In de uiterwaarden langs de Waal stikt het van de bevers. Die bezorgen niemand last, zolang ze maar binnen de grenzen van de voor hen bestemde natuurgebieden blijven. Maar dat doen de bevers niet meer. Hun populatie groeit hard en de buitendijkse leefgebieden zijn niet langer groot genoeg om die aanwas te herbergen. Jonge bevers die het ouderlijk huis verlaten, stichten daarom steeds vaker territoria áchter de dijken. En dat geeft problemen.
Nederlandse natuurgebieden zijn bezaaid met informatiepanelen waarop de natuurbeheerder claimt dat de natuur ‘zoveel mogelijk haar gang mag gaan’. ‘Zoveel mogelijk’ is hier cruciaal. Want van natuur die haar gang gaat, daar komt in Nederland geheid ellende van.
De spontane terugkeer van de wolf werd van begin af aan met argusogen bekeken. De groeiende wilde ganzenpopulatie vreet het eiwitrijke gras van boeren op. Uitzwermende damherten maken een zootje van de tuinen van kustbewoners. Dassen graven in spoortaluds en wilde zwijnen reageren soms agressief op mensen.
Sinds een paar jaar vallen ook de Nederlandse bevers in de categorie ‘problematische fauna’. Tenminste: in de ogen van het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen. ‘Wordt de bever de nieuwe wolf?’, vroeg het vakblad voor de watersector H₂O zich in december zorgelijk af onder een horrorclose-up van vervaarlijke oranje knaagtanden.
De anders zo aaibare knaagdieren veroorzaken steeds meer schade en (water)overlast. ‘Tien jaar geleden was beverschade nog helemaal geen thema’, zegt Schep. Het dier was zelfs enige tijd uitgestorven in Nederland. In 1826 gaf een visser bij Zalk de laatste 19de-eeuwse bever een fatale klap met de roeispaan.
Maar bevers horen in Nederland thuis, vonden natuurorganisaties. Hun dammenbouw en knaagactiviteiten verhogen op veel plekken de biodiversiteit. Daarom werden in 1988 geïmporteerde bevers losgelaten in de Biesbosch, kort daarna ook in de Gelderse Poort. Weer later volgden Westerwolde en Flevoland. De herintroducties waren succesvol: Nederland telt inmiddels ruim zevenduizend bevers.
En nu zitten ze dus op plekken waar je ze liever niet hebben wil, vertelt Kees Schep. Bevers bouwen bijvoorbeeld dammen in de Drentscha Aa, waardoor de bedreigde rivierprik in het gedrang komt. Die bodemvis heeft helder, stromend water nodig. In andere beekdalen veroorzaken beverdammen soms overstromingen die zeldzame orchideeën wegspoelen en kelders en voetpaden onder water zetten.
Maar het grootste probleem is dat ze bij hoogwater hun toevlucht nemen in de rivierdijken, vertelt Schep. ‘Een bever kan meterslange gangen graven in een cruciale waterkering en die zo enorm verzwakken. Bij Wamel hebben we een bever moeten doden die negen tunnels in de dijk had gegraven, tot wel 17 meter lang. Dat is levensgevaarlijk, want in Nederland leven miljoenen mensen in een lage polder achter dijken.’
De inwoners van Kekerdom voelen zich veilig achter hun zware rivierdijk. Maar als het water in de Waal zo hoog stijgt dat de uiterwaarden onderlopen, vluchten de bevers uit de Millingerwaard naar de dijk. Dat gebeurde voor het laatst in 2021. Toen het rivierwater was gezakt, vonden inspecteurs van het waterschap ook hier een beverhol van enkele meters diep in het dijklichaam.
Waterschappen zijn steeds meer geld kwijt aan het herstellen van beverschade. In 2023 bedroegen die herstelkosten zo’n 840 duizend euro, bijna vier keer zoveel als in 2019. De kosten van preventie, zoals het plaatsen van bevergaas in dijken, zijn nog veel hoger. Daar komen de oplopende personeelskosten van een uitdijend korps dijkinspecteurs en beverbeheerders nog bij.
De bever is een beschermde diersoort, dus lukraak doden en verjagen is verboden. De waterschappen vroegen al een paar jaar om landelijke richtlijnen, omdat elke provincie zijn eigen regels hanteerde voor het beverbeheer. Dat was niet werkbaar, omdat de meeste waterschappen provinciegrenzen overschrijden en daardoor met verschillende regels te maken hadden.
Om aan die klacht tegemoet te komen, heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vorige maand samen met provincies, gemeenten en waterschappen een ‘Nationale beveraanpak’ afgesproken. Die behelst onder meer dat dijkbeheerders bij dijkonderhoud en -verzwaring voortaan ook standaard beverwerende maatregelen nemen. Daarnaast is een landelijke ‘escalatieladder’ ingesteld, met het doden van overlastgevende bevers als laatste trede. Hoewel: Limburg schiet als enige provincie al vrij routineus bevers af. Vorig jaar legden daar 189 bevers het loodje; in 2023 waren dat er 170.
De natuur zelf slaagt er niet in de beverbevolking in toom te houden. Het zeearendkoppel dat in Kekerdom broedt, pakt af en toe een beverjong, maar volwassen bevers zijn voor roofvogels veel te groot. De enige échte natuurlijke vijand van de bever is – hoe ironisch wilt u het hebben – de wolf. Schep: ‘Maar wolven zitten vooral op de hoge zandgronden, terwijl bevers in het laagland bij de rivieren leven. Ze komen elkaar dus nooit tegen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant