Home

De grote explosie van Beiroet is nog altijd een giftige wond: al vijf jaar lopen de daders vrij rond

Vijf jaar na de vernietigende explosie in de haven van Beiroet wachten de nabestaanden nog altijd op gerechtigheid. De waarheid gaat echter schuil achter een duister web van macht en corruptie. Worden de verantwoordelijken ooit nog opgepakt?

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

In een achterafstraatje van Beiroet, verstopt achter een rij vuilniscontainers, kun je een klein gedenkteken vinden. Op een blinde muur zijn tientallen portretjes van omgekomen familieleden aangebracht – iedere dode op een eigen glasscherf. Er staan namen bij, leeftijden en soms een paar korte, liefdevolle woorden. ‘Je was onvervangbaar’, heeft iemand geschreven. ‘Moge God je warm omhelzen.’ Een ander tekstje roept op tot gerechtigheid.

Wat deze doden delen, is hun sterfdag, 4 augustus 2020, de dag van de verwoestende explosie in de haven van Beiroet. Maandag is het de vijfde gedenkdag, door minister-president Nawaf Salam uitgeroepen tot dag van nationale rouw. Bijna iedere Libanees weet nog waar hij zich die avond bevond, kort na zes uur ’s avonds, toen er ruim 550 ton aan ammoniumnitraat tot ontploffing kwam, leidend tot een immense klap, die zich het best laat vergelijken met een kernramp. Hele wijken werden weggevaagd, zevenduizend mensen raakten gewond en het aantal doden liep op tot zeker 220.

Althans: volgens de officiële tellingen, want vermoedelijk zijn er meer doden aan de explosie toe te schrijven. Sommigen zijn nooit op het muurtje vereeuwigd. Neem het relaas van de 30-jarige Khalil Daou, die een koffiezaak bestiert in de schaduw van een loofboom verderop. Door de explosie werd hij de lucht in geslingerd; hij had operaties nodig aan zijn linkerbeen. Vier maanden later stierf zijn vader, volgens Daou omdat hij een schadelijke hoeveelheid rook had ingeademd. ‘Hij was verder kerngezond.’ Opheldering is er nooit gekomen, laat staan een rechtszaak.

Dat laatste is wat Libanezen steekt. Vijf jaar na dato zit er niemand in de cel. Waar blijft de gerechtigheid voor de nabestaanden? En waar de waarheidsvinding?

Hangar 12

Vooropgesteld: het officiële onderzoek (waarover later meer) is na jaren van politieke obstructie heropend, tot opluchting van veel nabestaanden. Premier (en oud-rechter) Salam wordt niet moe te benadrukken dat zijn kabinet het werk steunt van Tarek Bitar, de onafhankelijke onderzoeksrechter die belast is met het onderzoek.

Bitars opdracht is immens. Hij moet zien te achterhalen hoe het kon dat zo’n beetje de hele politieke elite – president en premier incluis – al tijden wíst dat het extreem gevaarlijke spul in havenhangar nummer 12 lag, en vervolgens niets met die informatie deed. Vraagtekens zijn er met name over de rol van de militante beweging Hezbollah. Het waren aan Hezbollah gelieerde ministers die toezagen op de haven en de douane. Spitwerk van een Libanese onderzoeksjournalist wijst op de reële mogelijkheid dat de explosieven bedoeld waren voor Hezbollahs bondgenoot Bashar al-Assad, de inmiddels gevallen Syrische dictator.

Opheldering klinkt als een minimumvereiste, en toch zijn er redenen om sceptisch te zijn, gelet op de voorgeschiedenis. Gerechtigheid is in Libanon zeldzamer dan een klavertje vier. Een schier oneindig aantal leiders, parlementariërs en luizen in de pels (ongeveer 220 in totaal) werd de voorbije tachtig jaar vermoord, en bijna nooit leidde dat tot serieuze rechtszaken. Het bekendste voorbeeld is Rafic al-Hariri, de charismatische premier die in 2005 werd opgeblazen. Ook toen: lijntjes naar Hezbollah en Damascus (Syrië). Er werd een VN-tribunaal opgetuigd in Leidschendam, drie daders werden (bij verstek) veroordeeld, maar hun opdrachtgevers gingen vrijuit.

Straffeloosheid is, anders gezegd, in Libanons politieke DNA gekropen. Het gaat om een erfenis van de burgeroorlog (1975-1990), die eindigde in een algehele amnestie voor alle krijgsheren, ongeacht hun wandaden. De mannen in kwestie verruilden hun camouflagekleuren voor een driedelig pak, en kunnen onaangename vragen over hun verleden sindsdien altijd pareren met een verwijzing naar het sektarische karakter van de oorlog (christenen versus Palestijnen, druzen versus christenen). Wil de vragensteller die spanningen soms weer oprakelen?

Brandweerman Joe

In een bergdorpje op 1.200 meter hoogte, zo’n anderhalf uur rijden van Beiroet, verwelkomt de 30-jarige William Noun zijn gasten in het familierestaurant. Er staat een koele bries, uit de boxen waait de stem van de vaderlandse diva Fairouz. Noun – een maronitische christen – draagt een kruisje om zijn hals en heeft een verzorgd baardje. De voorbije jaren is hij uitgegroeid tot een van de gezichten van de nabestaanden. Zijn jongere broer Joe zat bij de brandweer en rukte op de bewuste avond uit om de brand in de haven te blussen.

Op een foto die de familie nadien onder ogen kreeg, is Joe te zien in uniform, bezig om de brandende hangar open te breken. Het shot moet luttele seconden voor de explosie zijn genomen. Nadien konden reddingswerkers dagenlang geen spoor van hem vinden. Pas nadat de familie DNA-monsters had afgegeven, acht dagen later, kreeg de familie stoffelijke resten overhandigd. Op de eerste begrafenis volgde – tot ontsteltenis van Nouns moeder – een tweede, nadat er meer weefsel was gevonden.

Bij manifestaties staat Noun tegenwoordig vooraan. Tijdens een talkshow, twee jaar geleden, dreigde hij het Paleis van Justitie in Beiroet op te blazen (‘Niet letterlijk natuurlijk’) als de verantwoordelijke politici vrijuit zouden gaan. Hij werd opgepakt en twee dagen vastgezet. Een andere keer werden hij en andere nabestaanden door de knokploeg van de Libanese parlementsvoorzitter in elkaar geslagen. Prompt bombardeerde een bekend dagblad Noun tot ‘verzetsheld.’

Zelf heeft Noun zijn hoop gevestigd op de reeds genoemde Tarek Bitar, belast met het officiële onderzoek. In een land waar vriendjespolitiek de boventoon voert, is de 51-jarige Bitar een enigma. Hij staat boven de partijen en trekt zich niets aan van bedreigingen. Interviews geeft hij niet en hij verschijnt nooit in het openbaar – niets mag afleiden van zijn missie.

‘Hij is haast een robot’, zegt Noun terwijl hij de glaasjes volschenkt met arak (anijslikeur). ‘Ik heb hem meermaals ontmoet. Toen ik over Hezbollah begon, wees hij me terecht. Hij zei: ik wil het niet over partijen hebben.’ Het moet over individuen gaan, vindt Bitar, ongeacht hun partijachtergrond.

Jonge generatie

Toch probeert datzelfde Hezbollah Bitars onderzoek te dwarsbomen. De militante beweging, door Europa en de Verenigde Staten aangemerkt als een terreurorganisatie, haalde de voorbije jaren alles uit de kast. Voor gewone Libanezen is het draaiboek bekend. Stap één: verdachtmakingen in de media (hij zou een pion zijn van Amerika). Twee: intimidaties en doodsbedreigingen. Drie: juridische trucs, niet alleen door Hezbollah-leden toegepast maar ook andere partijen. In Libanon kun je een wrakingsverzoek tegen een rechter indienen en daarmee een onderzoek stilleggen. Het leidde tot een totale impasse van drieënhalf jaar.

Pas nu er een nieuwe regering zit, heeft Bitar zijn onderzoek kunnen hervatten. Als gevolg van de oorlog met Israël hangt Hezbollah in de touwen. Reden genoeg, vindt het pro-Bitar-kamp, om door te pakken. De onderzoeksrechter zelf hoopt zijn onderzoek naar verluidt voor het eind van het jaar af te ronden.

Ook internationaal zit er beweging in de zaak. Het schimmige bedrijf dat de ammoniumnitraat ooit aankocht, werd door een Britse rechter veroordeeld tot het betalen van 920 duizend euro aan smartengeld. In Amerika loopt een vergelijkbare aanklacht.

Een van de voorvechters in de strijd tegen corruptie is de 62-jarige Najat Saliba, onafhankelijk parlementslid, die de Volkskrant ontvangt op haar kantoor in Beiroet. Haar diagnose is hard. De drie pijlers van de republiek – regering, parlement en rechterlijke macht – zijn totaal vervlochten. ‘Ze vormen samen eigenlijk één pijler. Maar door Hezbollahs verliezen is die pijler echt verzwakt.’

Voordat ze parlementslid werd, was Saliba chemicus aan de universiteit. De explosie in de haven veranderde naar eigen zeggen alles. ‘Als docent begon ik mijn lessen altijd met een rondje veiligheid. Logisch, als je met gevaarlijke stoffen werkt. En wat deed onze regering? Die keek de andere kant op toen er in de haven een tikkende tijdbom lag.’

Toch wil ze niet in somberheid vervallen. Op de lange termijn is verandering volgens Saliba ‘onvermijdelijk.’ De nieuwe generatie denkt in haar ogen ‘minder sektarisch’, waarmee ze bedoelt dat jonge soennieten, christenen, druzen en sjiieten (Libanon kent achttien religieuze groepen) zich niet langer tegen elkaar laten uitspelen. Zou het? Haar stelling wordt door sommige politicologen betwist. Tegelijkertijd laat de uitverkiezing van mensen zoals Saliba zien dat er mogelijk iets aan het schuiven is. In totaal zijn dertien van de 128 parlementsleden nu onafhankelijk.

Om werk te maken van gerechtigheid, zeggen zij, zal Libanon op de schop moeten. Héél Libanon, en niet alleen Hezbollah, want ook de vijf à zes andere toonaangevende partijen gedijen bij de corruptie. Het probleem zijn niet de ‘rotte appels’, betoogde een bekende Libanese romanschrijver twee dagen na de havenexplosie in de Amerikaanse krant The Washington Post, ‘het gaat om de hele boomgaard’.

Verenigd in leed

Als gewone burger kun je je nauwelijks aan die cultuur onttrekken. Wie connecties heeft bij een partij, komt makkelijker aan een baan of krijgt eerder een spoedoperatie. Juist daarom is de explosiezaak anders, vertelt Noun op het terras van zijn familierestaurant. De nabestaanden hebben alle denkbare achtergronden (soennitisch, christelijk, et cetera) en zijn op dit punt verenigd. Ze willen allemaal gerechtigheid. Onderling hebben ze een pact: nooit een verdachte in de havenexplosiezaak publiekelijk steunen, ook al is het toevallig ‘jouw’ politicus.

Hoe lastig zo’n afspraak te handhaven is, mag blijken uit het verhaal van een andere nabestaande. Je vindt hem in de labyrintische straatjes van zuidelijk Beiroet, de buurt waar Hezbollah sinds jaren de dienst uitmaakt. Tussen het half opgeruimde puin uit de oorlog hangen levensgrote posters van de gedode leider Hassan Nasrallah.

De 56-jarige Ibrahim Hoteit verloor zijn jongere broer bij de explosie, en draagt deze namiddag een button met diens beeltenis en de woorden ‘martelaar’ en ‘held’. Aanvankelijk steunde Hoteit het onderzoek van Bitar, vertelt hij in zijn kleine woonkamer, maar dat veranderde enkele jaren geleden. Hij vond dat de nabestaanden ‘neutrale’ slogans moesten hanteren tijdens hun demonstraties, maar kreeg geen gehoor bij de anderen, voor wie de (mede)schuld van Hezbollah vaststond.

In zijn Hezbollah-gezinde wijk voelde hij de stemming kantelen. Hij kreeg dreigementen. ‘Er kwamen twee gasten op een motor naar me toe. ‘Pas maar op’, sisten ze, ‘straks overkomt je nog iets.’ Later dacht ik: wat als ze een mes bij zich hadden gehad?’ Hij zag zich gedwongen een filmpje op te nemen waarin hij zich – zichtbaar nerveus – van Bitars onderzoek distantieerde. De gangbare lezing in de Libanese media (hij zou het onder druk van Hezbollahs partijleiding hebben gedaan) wordt door hem ontkend, maar te verifiëren valt dat niet.

Door alles wat er gebeurd is, slapen hij en zijn vrouw naar eigen zeggen maar twee à drie uur per nacht. ‘Al vijf jaar wachten we op antwoorden’, zegt echtgenote Hanan (48) terwijl ze op het balkon een sigaret opsteekt. Ze oogt verslagen. ‘Het voelt als een langzaam sterven.’ Zij en haar man zeggen bereid te zijn Bitar weer het voordeel van de twijfel te geven, ‘zolang hij maar alle daders ter verantwoording roept, en niet alleen die van Hezbollah’.

Zoontje Joe

Hoog in de bergen zijn de glaasjes anijslikeur leeg. Het is tijd voor een waterpijp, zegt William Noun met een glimlach. Nu hij een beroemdheid is in Libanon, kent iedereen het verhaal van zijn bruiloft. Hij trouwde met een andere nabestaande, een vrouw die hij leerde kennen tijdens de demonstraties. Háár zus, eveneens werkzaam bij de brandweer, kwam ook bij de explosie om. Inmiddels hebben ze een zoontje, vanzelfsprekend vernoemd naar Nouns overleden broer Joe.

Noun is vol vertrouwen over het justitieel onderzoek. Een oom die erbij is komen zitten, deelt dat optimisme niet. ‘Als Bitar echt iets groots op het spoor was’, moppert hij, ‘had Hezbollah hem al lang uit de weg geruimd.’ Noun blaast een wolkje, schudt dan langzaam het hoofd. Zelfs in dat onwaarschijnlijke geval, vindt hij, moet het onderzoek doorgaan. De feiten spreken voor zich.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next