Home

In Bangladesh is de sfeer van revolutie omgeslagen in onderling wantrouwen

Opstand Zondag begint in Bangladesh het proces tegen de verdreven leider Sheikh Hasina. Een jaar na de opstand tegen haar bewind is van de eensgezindheid binnen de protestgroepen weinig over.

Het Raju Monument in Dhaka, gefotografeerd op twee momenten: kort na het vertrek van premier Sheikh Hasina op 5 augustus 2024, en opnieuw bijna een jaar later.

Vanaf de gevel van de Dhaka University staren honderden portretten je aan. Het zijn de pasfoto’s die ooit gebruikt werden op ID-pasjes van studenten. Nu zijn het de gezichten van de demonstranten die omkwamen tijdens weken van bloedvergieten in de Bengaalse hoofdstad. Op de universiteit begon vorig jaar een klein protest omdat studenten een eerlijke kans wilden maken op een baan bij de overheid. Die studentendemonstraties groeiden uit tot een massale volksbeweging die op 5 augustus 2024 leidde tot de vlucht van premier Sheikh Hasina, met een helikopter uit haar ambtswoning.

Een jaar later zijn overal in de hoofdstad herinneringen aan die omwenteling zichtbaar: de graffiti zit nog op de muren, er is een nieuw museum gewijd aan wat de ‘moesson-revolutie’ is gaan heten, en deze week markeren allerlei instanties en media het eenjarig jubileum.

Maar het optimisme van een jaar geleden is vervlogen. De interim-regering die het corrupte politieke systeem waarmee Hasina politici en instanties aan zich bond moest opschonen, lijkt daar moeilijk vooruitgang in te boeken. Waarnemend premier Muhammad Yunus, een econoom en lang criticaster van Hasina, werd in eerste instantie bejubeld omdat hij apolitiek was. Nu krijgt hij veel kritiek omdat hij onvoldoende doortastend of misschien zelfs ronduit onbetrouwbaar is. Zo zijn de door hem beloofde verkiezingen nog niet uitgeschreven. Wel kwamen er financiële vergoedingen voor studenten die gewond raakten en voor de nabestaanden van studenten die omkwamen. Ook zijn onderzoeken in gang gezet naar het optreden van geheime diensten tijdens het vijftienjarige schrikbewind van Hasina. Maar veel veranderde ook nog niet.

De Bangladesh Medical University in Dhaka, vastgelegd op twee momenten: in 2024, toen rookwolken boven de campus hingen, en opnieuw in 2025.

‘Een sterke hand’

„Misschien heeft Bangladesh eigenlijk een sterke hand nodig om goed geregeerd te worden. Deze chaos zijn we niet gewend. Of is dat onderdeel van een echte democratie? Of van een overgangsperiode na een opstand?” Abdullah Aoyon, wiskundestudent aan de Dhaka University, laat een stilte vallen. Hij was nauw betrokken bij de demonstratiebeweging Studenten Tegen Discriminatie. Zij protesteerden tegen het reserveren van meer overheidsbanen voor familieleden van veteranen van de onafhankelijkheidsoorlog uit 1971. Deze maatregel, was de vrees, zou vooral mensen uit Hasina’s eigen achterban bevoordelen.

Na de val van de regering bleek dat de volksbeweging het zonder gezamenlijke vijand maar moeilijk eens werd over oplossingen voor de problemen van Bangladesh. Bovendien bleek corruptie binnen het politieke systeem dat de autoritaire premier had opgebouwd, moeilijk uit te roeien. De plaatsvervangers op posities die eerder toebehoorden aan Hasina’s Awami League-partij, bleken evenzeer politieke gewoontedieren die corruptie in stand hielden.

Yunus heeft verkiezingen aangekondigd, komend voorjaar, maar die zijn eerder uitgesteld. Van een „nieuwe politiek”, waarop de wiskundestudent Aoyon vorig jaar nog voorzichtig hoopte, is in dat tumult vooralsnog geen sprake. „Dr. Yunus wordt tegengewerkt door oude politieke krachten en door ambtenaren die hun baan willen houden.”

Bijoy Shoroni in Dhaka, vastgelegd op twee momenten: op 5 augustus 2024, toen betogers een standbeeld van Sheikh Mujibur Rahman vernielden, en opnieuw in 2025, toen enkel de lege plek resteerde.

„Ergens hebben wij, de studenten, gefaald”, denkt hij. „Voor een echte revolutie moet je het hele systeem ontmantelen, en daarvoor waren we onvoldoende georganiseerd.” Nu schaart Aoyon zich achter een deel van de studenten die een andere tactiek hebben gekozen: sinds maart zitten zij zelf in de politiek, met een nieuwe partij, de Jatiya Nagorik, de Nationale Burgerpartij (NCP). „Bangladesh bevindt zich in een politiek vacuüm. Met een nieuwe partij kunnen we in ieder geval proberen invloed te krijgen.”

Niet alle studenten voelen zich thuis bij die politieke partij. Een flink deel van de demonstranten keerde na de omwenteling terug naar de collegebanken en houdt zich juist verre van politiek. Bij die studenten en in de rest van de maatschappij heerst ook teleurstelling over de politieke koers van de nieuwe partij, stelt publicist Sushmita Preetha. Volgens haar bleken de studenten die nu politici zijn, „conservatiever dan het aanvankelijk leek”.

Hoewel deze partij van studenten op papier Yunus steunt, liet de NCP bijvoorbeeld duidelijk weten het niet eens te zijn met zijn plannen om de rechten van vrouwen en arbeiders beter te beschermen. Vrouwenrechtenactivist en ngo-directeur Shireen Huq maakte dat mee als voorzitter voor de adviescommissie voor vrouwenzaken. Zij zag die benoeming aanvankelijk als „de kans van mijn leven”. Het voelde alsof er een opening was voor maatschappelijke hervormingen”

De commissie adviseerde onder meer om sekswerkers te beschermen en het mogelijk te maken dat vrouwelijke boeren land bezitten. De publicatie van de adviezen in april stuitte op een ‘nee’ van de studentenpartij. „Het is niet nieuw: conservatieve en religieuze islamistische groepen zijn er nu eenmaal altijd in Bangladesh. Maar ik vond het zeer teleurstellend dat niemand van Yunus’ interim-regering ons werk publiekelijk durfde te onderschrijven. En ik schrok van het conservatisme van die studenten.”

Vrouwenrechtenactivist en ngo-directeur Shireen Huq.

Erkenning en gerechtigheid

Over één ding lijken de verschillende facties in de studentenbeweging het wel eens: hoe het nieuwe Bangladesh er na verkiezingen ook uit komt te zien, de rol van deze protestgeneratie moet worden erkend. Zij verwachten dat Yunus zal instemmen met een zogenoemd nationaal handvest zodat het belang van de opstand in de Bengaalse grondwet wordt vastgelegd. Die erkenning kan de studenten in de toekomst mogelijk recht geven op financiële steun. In hetzelfde handvest is ook opgenomen dat er gerechtigheid moet komen voor de gewonde en gedode deelnemers aan de demonstraties.

Daaraan lijkt de gevestigde orde in ieder geval tegemoet te willen komen: zondag begint een proces tegen Sheikh Hasina wegens misdaden tegen de menselijkheid. Aanklagers van een speciaal tribunaal stellen dat de oud-premier het „brein” en de „dirigent” was achter het geweld tegen de demonstrerende studenten. Door toedoen van ordetroepen en het leger vielen in juli en augustus 2024 zeker 1.400 doden.

Een straat in Dhaka, vastgelegd op twee momenten: na de onlusten in augustus 2024, toen verbrande voertuigen achterbleven, en opnieuw in 2025.

Hasina en haar partij, de nu verdreven Awami League, ontkennen betrokkenheid bij dat dodelijke geweld. De toenmalige premier gaf destijds de demonstranten zelf de schuld van chaos en beweerde dat de ingezette ordetroepen alleen gebruik maakten van rubber kogels. Uit onderzoeken van meerdere mensenrechtenorganisaties en journalisten is gebleken dat wel degelijk met scherp werd geschoten. In maart lekte een geluidsopname uit, geverifieerd door onder meer de BBC, waarop te horen zou zijn dat Hasina haar veiligheidstroepen toestemming gaf om „dodelijke wapens” te gebruiken tegen demonstranten, „waar je die ook tegenkomt” en „op ze te schieten”. Deze opname is door de aanklagers opgenomen als bewijs in de zaak tegen Hasina. Het tribunaal heeft ook bewijzen verzameld van misdaden tegen de menselijkheid die op bevel van Hasina werden gepleegd in de afgelopen vijftien jaar dat zij in Bangladesh aan de macht was. Na haar vertrek werd de omvang duidelijk van het optreden van de geheime diensten onder haar bewind: duizenden mensen werden opgesloten in geheime gevangenissen of om het leven gebracht.

Hasina zal zelf niet aanwezig zijn bij het proces, zij vluchtte vorige zomer tijdens de opstand naar buurland India waarmee ze altijd goede betrekkingen had onderhouden. De interim-regering van Muhammad Yunus heeft New Delhi al meermaals tevergeefs om haar uitlevering verzocht. De studenten die politiek actief zijn gebleven, proberen in ieder geval druk op het proces te houden. Zij blokkeerden eind vorige week de hoofdstedelijke verkeersaders die langs de Dhaka University voeren, tijdens een protest om gerechtigheid en de overname van het handvest.

Nur Hossain (30)Studeerde toen de protesten begonnen, nu is hij aan één oog bijna blind door een politiekogel.

Nur Hossain draagt het loden balletje dat hem in zijn rechteroog raakte altijd met zich mee, in zijn portemonnee. Het door de inslag geplette kogeltje zit op een kartonnen kaartje geplakt, iets groter dan een postzegel. Een zuster moest het met een pincet uit zijn oog verwijderen. Nu is Hossain, 30, aan een oog bijna blind. Fel licht kan hij niet verdragen, hij heeft zware hoofdpijnen. Zijn droombaan in de luchtmacht moest hij opgeven. „Een nieuwe droombaan? Ik zou niet willen dat nu er baben worden gereserveerd voor studenten die gewond zijn geraakt tijdens de protesten. Dit begon allemaal uit protest tegen dit soort quota.”

Hossain komt van buiten Dhaka, hij woont in de hoofdstad bij verre familieleden in stadsdistrict Mirpur-10: een van de gebieden waar de protesten vorig jaar het hevigst waren. Hij volgde de studentenbeweging online, tot de dag waarop de 23-jarige student Abu Seyed door ordetroepen werd doodgeschoten en beelden daarvan razendsnel via sociale media werden verspreid. „Toen was voor mij en mijn vrienden duidelijk dat we mee moesten doen.” De protesten zwollen aan, de repressie nam drastisch toe. Hossain raakte twee dagen later gewond bij een protest op 18 juli. „Ik zie de politieman die op me schoot nog voor me. Ik vermijd sindsdien de straat waar het gebeurde.”

Nur bewaart het loden balletje dat hem in zijn rechteroog raakte in zijn portemonnee, geplakt op een kaartje van karton, net iets groter dan een postzegel.

Op de röntgenfoto is het projectiel in Nur’s oog te zien.

Was de opstand het waard? Hossain valt stil. In de vijf jaar dat hij in Dhaka studeert, keerde hij niet één keer terug naar zijn geboortedorp. „Ik ging naar de universiteit om met een goede baan mijn familie te kunnen helpen. Nu weet ik niet of ik überhaupt mijn tentamens kan maken. Ik heb mijn moeder nog steeds niets verteld over wat er met mij is gebeurd. Ik wil haar niet ongerust maken over mezelf of onze toekomst. Inmiddels heb ik geleerd dat de mensen in Bangladesh moeten worstelen in hun bestaan, opstand of niet.”

Nur Hossain brengt het grootste deel van zijn tijd alleen thuis door in Dhaka.

Een groep demonstrerende studenten vlucht voor de politie in augustus 2024. Dezelfde plek werd in 2025 opnieuw gefotografeerd.

Hasan Rafin (21)Wiens broer Riyan (17) omkwam bij de protesten

Hasan Riyan was zeventien, maar „speelde graag de baas over ons allemaal”, vertelt zijn oudere broer, Rafin (21). In de woonkamer van zijn ouderlijk huis hangt een portret van een zelfverzekerde jongen: gefotografeerd met vrienden, tijdens sportwedstrijden, op de motor waarmee hij zonder blikken of blozen het verkeer van Dhaka trotseerde. Op zijn telefoon heeft Rafin een heel andere foto: het levenloze lichaam van Riyan, half leunend tegen een hek, de stoep onder hem volledig bebloed. Riyan was „niet te stoppen tijdens de protesten, zo belangrijk vond hij het”.

Foto’s van Nasib Hasan Ryan (17), die tijdens de studentenprotesten in juli 2024 in Dhaka werd doodgeschoten.

Zijn vader, een overheidsbeambte, was minder happig: „We wilden niet dat de regering na de demonstraties wraak zou nemen op de demonstranten, of dat ze Riyans deelname aan de protesten tegen mijn vader zouden gebruiken.” Zo ver kwam het niet. Hasina vertrok op 5 augustus, maar zonder duidelijke bevelhebber bleken haar troepen nog altijd onberekenbaar. Riyan werd drie keer geraakt, in het hoofd en zijn schouders.

Rafin spitte Facebook-pagina’s en websites door, op zoek naar beelden van de demonstraties in Dhaka, totdat hij een video vond die iemand maakte van het geweld tegen zijn broertje. „Ik wil gerechtigheid, maar het moet wel precies gebeuren: wij hebben bewijzen, daarmee kun je iemand schuldig laten verklaren. Niet elke politieman wilde kwaad doen – sommigen hadden ook zelf kinderen! Niet elke lid van Awami League moeten we nu afstraffen. Hasina is de schuldige. Ik zag mijn broer op straat liggen, in Dhaka – in Dhaka moet zij nu haar straf krijgen.”

De kogels die Nasib Hasan Ryan (17) doodden, zijn door zijn familie bewaard.

Source: NRC

Previous

Next