Home

Meer expliciet rechtse literatuur zou het debat in Europa goed doen, vindt de Vlaamse schrijver Gaea Schoeters

De Europese literatuur kenmerkt zich door een permanente reflectie op heden en verleden en een levendig debat, zegt Gaea Schoeters. Ze heeft één klein verbeterpunt: meer expliciet rechtse fictie. ‘Dan kun je kunst, cultuur en literatuur ook niet langer wegzetten als linkse hobby.’

is boekenrecensent voor de Volkskrant.

Op de achterflap van haar boeken stond altijd dat Gaea Schoeters (1976) debuteerde met korte verhalen, wat vreemd is, want onder haar eigen naam publiceerde ze nooit korte verhalen. Ze debuteerde met een verslag van een motorreis door het Midden-Oosten. Twintig jaar lang vroeg niemand haar ooit naar die achterflap, tot ze twee maanden geleden alles opbiechtte.

‘Ik ben Pia Fraus’, zei ze tegen een Vlaamse radiozender, en daarmee bedoelde ze de altijd onbekend gebleven schrijver van de populaire, want bijzonder zinderende erotische verhalenbundels Vrijages en Meer vrijages. Schoeters schreef de verhalen ooit voor Zizo, een tijdschrift voor lhbti’ers, en zweeg altijd over haar pseudoniem. Niet omdat ze zich ervoor schaamde. Absoluut niet zelfs: alle kritieken waren zeer lovend (‘Pia Fraus schrijft zoals ze vrijt, soms keihard, soms omfloerst, soms grappig, soms melancholisch, altijd stijlvol en opwindend’).

ZOMERSERIE: SCHRIJVER IN EUROPA
Wat bindt Europese schrijvers? Is er sprake van een Europese cultuur? En hoe zie je die terug in de literatuur? Een wekelijkse interviewserie met zes prominente schrijvers. Deze week de Belgische schrijver Gaea Schoeters. Lees ook de eerdere interviews met de Kroatische schrijver Slobodan Šnajder en de Finse schrijver en queer boegbeeld Pirkko Saisio.

Nee, ze zweeg omdat ze geen zin had in een hokje te worden geduwd. ‘Je wilt niet binnenkomen in een hokje waar je nadien bewust weer uit moet klimmen’, zei ze tegen de Vlaamse radiozender. ‘Ik wilde niet mijn hele leven dé schrijfster zijn van die bundel erotische verhalen, waarna al je latere werk daaraan wordt afgemeten.’

Maar nu, twintig jaar later, ligt dat gevaar niet langer op de loer, want Schoeters is werkelijk onmogelijk in één hokje te plaatsen. Naast schrijver van inmiddels vier romans, een reisverhaal en dus die erotische verhalenbundels, is ze namelijk ook journalist en columnist voor Vlaamse kranten.

Verder was ze programmamaker, schrijft ze teksten voor theater en opera, is ze activist, docent, essayist en curator van een rondreizend café chantant dat aandacht vraagt voor het werk van vrouwelijke kunstenaars. En tot een jaar geleden schreef ze ook nog eens scenario’s voor het Vlaamse equivalent van Goede tijden, slechte tijden.

‘Ik beschrijf mezelf altijd met heel veel ampersands’, zegt ze in een café in Antwerpen: met heel veel &-tekens. ‘Maar de gemene deler is dat ik op veel verschillende manieren verhalen probeer te vertellen, waarvan de meeste in geschreven vorm. Dat is de hoofdzaak. Tot nu toe ben ik alleen op veilige afstand van de poëzie gebleven, omdat ik altijd zei: dat doe ik pas vanaf mijn 50ste. Maar ja, zelfs dat komt nu angstwekkend snel dichtbij.’

Geen wonder dus dat de jury van de Ultima Letteren, de Vlaamse cultuurprijs voor literatuur die Schoeters eerder dit jaar won, vooral haar ‘veelzijdige carrière’ prijst. De jury noemde haar ‘een sterkhouder van de Vlaamse letteren’: ‘Altijd staat er iets op het spel, niks is vrijblijvend in het werk van Gaea Schoeters. In alles wat ze doet, koppelt ze literair talent aan een scherp maatschappelijk bewustzijn.’

Het is een typering die inmiddels ook buiten Vlaanderen op goedkeuring kan rekenen. Vooral in Duitsland is ze zeer populair: haar derde roman, Trofee (2020), werd er al meer dan 55 duizend keer verkocht en haar nieuwste boek, Het geschenk (2025), werd al vertaald terwijl ze nog bezig was met schrijven, zodat het zo snel mogelijk kon worden uitgegeven.

Waarom doen uw boeken het zo goed in andere Europese landen?

‘Ik moet toegeven dat ik deze mate van succes ook niet helemaal had verwacht. Wat specifiek meespeelt in Duitsland, is dat ze daar bijna geen dekolonisatieliteratuur hebben. Ze zijn daar, om begrijpelijke redenen, heel lang over de Tweede Wereldoorlog blijven schrijven, tot ze zich opeens herinnerden dat ook zij in Namibië een koloniaal verleden hadden. En precies op dat moment lag mijn vertaling daar in de winkels.’

Zowel Trofee als Het Geschenk gaan in meer of mindere mate over de vaak hypocriete omgang van Europeanen met de trofeejacht in Afrika, en in het kielzog daarvan het (post)kolonialisme, dierenbescherming en ontwikkelingshulp. In Trofee komt een Westers element, namelijk een witte jager, naar Afrika, wat uitmondt in een ramp voor vrijwel iedereen. In Het geschenk komt er juist een Afrikaans element naar Europa.

Of specifieker: er komen twintigduizend Afrikaanse elementen naar Europa. Een dag nadat de linkse Duitse bondskanselier een ivoorwet heeft ingevoerd die de invoer van jachttrofeeën uit Afrika eindelijk verbiedt, besluit de president van Botswana twintigduizend olifanten naar Duitsland te sturen. Zonder jagers loopt de olifantenpopulatie in zijn land immers uit de klauwen, en als ze dat in Europa niet zomaar van hem willen aannemen, dan moeten ze het maar voelen.

Hoe kwam u op het idee om een roman te schrijven over twintigduizend olifanten die opduiken in Berlijn?

‘Het is echt gebeurd! Eigenlijk was ik bezig met een nogal donkere oorlogsnovelle, tot ik op een dag in een Duitse trein zat en daar in de krant las dat de president van Botswana twintigduizend olifanten aan Duitsland aanbood en nog eens tienduizend aan Engeland, vanwege de aangescherpte invoerwetgeving van jachttrofeeën in die twee landen.

‘Kort daarna hoorde ik mijzelf tijdens een radiointerview zeggen wat voor fantastische openingsscène dat zou opleveren in een boek: de verkiezingen komen eraan, rechts ligt voor in de peilingen en plots staan er duizenden olifanten in Berlijn. Wat voor gevolgen heeft dat voor een westers land?

‘En op het moment dat ik het zei, had ik al spijt, want als er nu één Duitse auteur naar de radio heeft geluisterd, dacht ik, dan is het idee weg. Gelukkig werd niet veel later een wedstrijd uitgeschreven voor het boekenweekgeschenk van 2025, waarna ik dacht: dit is perfect. Ik ga gelijk aan de slag.’

Dus uw vierde roman is eigenlijk geschreven als boekenweekgeschenk?

‘Ja en nee. De boekenweekvariant is negentig pagina’s, maar tijdens het schrijven werd duidelijk dat mijn Duitse uitgeverij het boek ook wilde uitbrengen. Ik had nog wat leuke scènes over, dus heb ik tegelijkertijd een XL-versie gemaakt van 130 pagina’s, die direct werd vertaald.

‘Die XL-versie is nu ook in Nederland uitgegeven, omdat ik de wedstrijd uiteindelijk niet heb gewonnen. Niet dat ik daar ooit van uitging, hoor. Er deden honderdvijftig schrijvers mee, dus het zou raar zijn als ik had verwacht te zullen winnen. Overigens vond ik het wel heel leuk dat de jury zei dat mijn boek op een laatste shortlist van zeven stond.’

U draagt Het geschenk op aan ‘Europe, whatever that is’. Wat bedoelt u daarmee?

Trofee draag ik op aan ‘Africa, whatever that is’. Dit is daarvan een spiegel, want net zoals ons beeld van Afrika gebaseerd is op onze white gaze en de overblijfselen van onze koloniale blik, zo kleven er ook aan ons beeld van Europa allerlei vooroordelen en aannames.’

Heeft u voorbeelden?

‘Wij associëren Europa graag met de verlichting, het humanisme en de manier waarop we kijken naar de rechten van de mens, maar je kunt je afvragen in hoeverre dat nog iets te maken heeft met de Europese realiteit van vandaag. Op dit moment zijn in ongeveer elk land de po­pu­lis­ti­sche­/na­tio­na­lis­ti­sche­/neo­fas­cis­ti­sche partijen het populairst, dus wat is er eigenlijk nog over van die zogenaamd Europese waarden? Rijmen die nog wel met het beleid dat we voeren?’

Kunt u zelf het antwoord geven?

‘Gelukkig is het nog altijd een complex antwoord, maar je merkt wel dat veel van de dingen waar we Europa om roemen, niet meer zo evident zijn. Kijk alleen al naar het Europese vluchtelingenbeleid, of de manier waarop ze in Hongarije en Italië omgaan met rechten voor de lhbti-gemeenschap. Daarbij komen we constant met onze eigen waarden in conflict. Europa staat niet alleen letterlijk onder druk vanwege internationale conflicten, maar ook het idee Europa staat onder druk, net zoals de samenhang van Europa zwaar onder druk staat.’

Zie je dit soort thema’s terug in de Europese literatuur?

‘Dat denk ik wel, omdat er in de Europese literatuur nog steeds heel actief wordt nagedacht over zowel historische als over actuele kwesties. En gelukkig ook nog eens op heel diverse en vaak ook indirecte manieren. Dus niet alleen door de thema’s rechtstreeks aan te spreken, maar vaak door ze op de achtergrond te benoemen.

‘Het enige probleem is eigenlijk dat er net iets te weinig expliciet rechtse literatuur is in Europa. Ik zou het namelijk zo interessant vinden als echt het hele debat binnen het literaire spectrum zou kunnen plaatsvinden. Alleen als je de ander leert kennen, is het namelijk mogelijk op een redelijke manier een dialoog te voeren.

‘Als we niet verder komen dan dit gepolariseerde discours, waarbij we allemaal in ons eigen hoekje van de kamer staan te brullen dat we gelijk hebben, houdt het gesprek op. En als je geen gesprek hebt, zal niemand ooit van mening veranderen.

‘Bijkomend voordeel van meer rechtse literatuur is bovendien dat je kunst, cultuur en literatuur dan niet langer kunt wegzetten als een linkse hobby.’

Bent u eigenlijk een Europese auteur?

‘Ik ben niet alleen een heel Europese, maar in zekere zin ook een zeer 20ste-eeuwse auteur. Ik hecht namelijk aan het voeren van een gesprek met de Europese canon – in Trofee resoneert die via de beroemde novelle van Joseph Conrad (Heart of Darkness, red.) ook onrechtstreeks met de Belgische koloniale geschiedenis.

‘Ik houd van het soort intertekstualiteit dat voortbouwt op een gezamenlijke geschiedenis. Dat is erg Europees. En waar ik bovendien van houd, is die 20ste-eeuwse illusie van het schrijven voor de eeuwigheid. Ik heb het gevoel dat in deze 21ste eeuw vooral voor vandaag wordt geschreven. Dat is niet per se verkeerd, en in de huidige politieke realiteit misschien zelfs verstandig, want God weet of die eeuwigheid er nog komt.

‘Maar zelf hecht ik aan die traditie. Ook al wordt dat nu misschien als ouderwets gezien, omdat alles tegenwoordig heel erg op het realisme en de onmiddellijke realiteit geënt is, toch blijf ik zelf graag een stap achteruit zetten en ermee spelen. Ik hoop altijd boeken te schrijven die net dat tikje uitzoomen en breder kijken dan de crisis van vandaag, zodat ze een lezer ook binnen honderd jaar nog iets te vertellen hebben.’

In Duitsland wordt u geroemd vanwege de ‘ouderwetse’ fictie die u schrijft – dus geen autofictie die draait om de identiteit van de schrijver, maar een van a tot z verzonnen verhaal.

‘En daar ben ik ook erg blij mee, want ik geloof de laatste tijd steeds meer in fictie. Ik denk dat fictie een soort safespace kan zijn, waarin we makkelijker met elkaar over onderwerpen kunnen praten die anders te gevoelig of kwetsend zijn. Omdat we het over personages hebben, en niet rechtstreeks over de realiteit, zoals bij autofictie of non-fictie.

‘Jij kunt Hunter White, het hoofdpersonage in Trofee, een ongelooflijke lul noemen zonder dat je mij daarmee persoonlijk kwetst. Daardoor kunnen we in ons gesprek over hem en zijn keuzes veel dieper nadenken.Tegelijkertijd zorgt fictie ervoor dat je een emotionele band met een onderwerp aangaat, waardoor je het niet zo makkelijk van je af kunt duwen als iets dat ‘lang geleden’ of ‘van de anderen’ is.

Wat het ingewikkeld maakt, is dat we zowel in een heel luide tijd leven – een tijd waarin iedereen heel gepolariseerd en heel ongefilterd de meest waanzinnige meningen de wereld inslingert, meningen die je twintig jaar geleden nooit hardop had kunnen zeggen –, maar dat het op hetzelfde moment ook een tijd is waarin we heel voorzichtig met elkaar omgaan.

‘Vooral jongeren hebben geleerd altijd rekening te houden met andermans gevoeligheden, met de persoonlijke belevingswereld van de ander, en vooral niet te kwetsen. Daardoor is het ongelooflijk moeilijk geworden om nog vrij over bepaalde dingen te kunnen praten. In fictie kan dat gelukkig wel, en juist daarom is Trofee in Duitsland zo’n succes geworden: het is een manier voor mensen om met elkaar te praten over hun koloniale verleden, zonder dat het al te persoonlijk, en dus kwetsend wordt.’

Hoe zit dat in andere Europese landen?

‘Er ligt al drie jaar een Engelse vertaling, maar geen enkele Engelse of Angelsaksische uitgever durft die uit te geven. Allemaal zeggen ze: we vinden het een fantastisch boek, maar op dit moment kan het niet: it’s a cancel novel.

‘Overigens krijg ik vanuit Namibië en Zuid-Afrika best veel reacties van mensen die het boek in het Duits of Frans hebben gelezen, en die reageren heel anders. Zij zeggen: we zijn helemaal niet gechoqueerd, want de realiteit is eigenlijk nog veel erger. Witte mensen schieten nu eenmaal ’ns op zwarte mensen. Dat is gewoon zo.’

Leest u zelf veel Europese literatuur?

‘Meestal leen ik boeken van mijn vader, want het tempo waarin hij leest en koopt kan ik toch niet bijhouden, dus ik gebruik hem al mijn hele leven als bibliotheek.

‘Het grappige is, dat hij zijn boeken altijd al rangschikte per land. Zodra hij zag dat zijn Zuid-Amerikaanse sectie wat korter was, kocht hij extra Zuid-Amerikanen, waardoor zijn boekenkast, en dus ook mijn eigen leesgedrag, altijd vrij gebalanceerd was. Althans, geografisch gezien.

‘Het grote nadeel van zijn schikking per land is dat hij nooit heeft gezien hoe weinig vrouwen er eigenlijk in zijn bibliotheek stonden, tot we die een keer gingen tellen en de conclusie was: het is dringend tijd voor een correctie.

‘Overigens zie ik onder mijn studenten dat de Europese literatuur steeds minder populair wordt. De progressieve lezers zijn vaker actief op zoek naar Aziatische, Afrikaanse en Arabische auteurs, terwijl bij het grote lezerspubliek, en dan vooral jongeren, de Angelsaksische literatuur een enorme voorsprong aan het nemen is. De meeste van mijn studenten lezen meer Engelstalige auteurs dan Vlamingen en Nederlanders.’

Dat klinkt niet als een heel florissant toekomstperspectief voor een Europese schrijver als uzelf.

‘Nee, maar omdat we zo’n klein en onbetekenend taalgebied zijn, is geld altijd al een probleem geweest. Gelukkig is er nauwelijks een verschil tussen een miserabel en een bijzonder miserabel toekomstperspectief. En geprojecteerd op een nog verdere toekomst, klimatologisch gezien, troost ik mezelf altijd met de gedachte dat vissen toch niet kunnen lezen, dus aan het einde zal het voor iedereen even slecht gaan.

‘Maar goed, het echte probleem dat steeds minder in onze eigen talen lezen oplevert, is natuurlijk niet economisch. Als we met z’n allen slecht internationaal Engels gaan praten, gaat er gevoelsmatig ook heel veel nuance verloren in onze gesprekken. Bovendien heb je taal nodig om de gedachten in je eigen hoofd te ordenen. Taal is bedoeld om te reflecteren.

‘Dat is ook een van de redenen dat ik de inhoudelijke en linguïstische diversiteit van de Europese literatuur heel belangrijk vindt, en altijd zal blijven verdedigen. Als we enkel nog Amerikaanse boeken lezen, nemen we uiteindelijk ook de Amerikaanse logica en het Amerikaanse denkkader over, terwijl dat toch wel fundamenteel verschilt van het Europese.’

Wat is literair het interessantste Europese buitenland?

‘Tsjechië. De Tsjechische literatuur heeft een soort lichtheid en humor, vaak gecombineerd met een fijne nostalgie. Die combinatie vind ik heel aantrekkelijk. Bovendien werd ik als heel jonge puber echt enorm verliefd op Milan Kundera. Kundera heeft een niet-realistische manier van vertellen, speelt ondertussen met wie de verteller is, hoe aanwezig die verteller in het verhaal is, hoe betrouwbaar die is – al die dingen vond ik op die leeftijd heel erg spannend.

‘Eigenlijk vond ik Kundera altijd de minder arrogante tegenhanger van Harry Mulisch, die ik overigens even graag las. Allebei waren het enorm intellectuele mannen, waarvan de ene met een onwaarschijnlijke arrogantie boeken schreef die schreeuwden: moet je eens kijken wat ik allemaal weet. Terwijl die andere, Kundera, met speelse onschuld informatie meegaf aan zijn lezer zonder dat je het gevoel had veel dommer te zijn dan hij. Overigens voel ik me nu gelijk weer schuldig dat ik twee mannen noem in antwoord op je vraag.’

Vooruit: wie is uw favoriete vrouwelijke auteur uit Europa?

‘Almudena Grandes uit Spanje (1960-2021, red.) Met haar hebben we trouwens gelijk een heel goed voorbeeld van de 20ste-eeuwse Europese literatuur die ik het liefste lees: echte verhalen. Zij verhoudt zich in veel van haar boeken tot de zware Europese geschiedenis, van de Spaanse Burgeroorlog tot het fascisme en alles wat daaraan vasthangt. Haar boeken zijn bovendien een paar honderd bladzijden dik en kosten je daardoor een week van je leven, maar toch denk je achteraf altijd: dit was volledig de moeite waard.’

Gaea Schoeters: Het geschenk. Querido; 128 pagina’s;
€ 19,99.

CV GAEA SCHOETERS

28 juni 1976 Gaea Schoeters komt, linkervuist eerst, ter wereld in Sint-Niklaas.
1997 Studeert af als tolk in Antwerpen en koopt haar eerste motorfiets.
2008 Na een aantal jaren als journalist en regisseur voor de Vlaamse televisie te hebben gewerkt, debuteert ze met Meisjes, moslims & motoren, over haar motorreis door het Midden-Oosten.
2011 Publiceert haar eerste roman Diggers. Later volgen De kunst van het vallen (2014), Zonder titel #1 (2018), Trofee (2020) en Het geschenk (2025).
2015 Componist Annelies Van Parys vraagt Schoeters het libretto voor haar opera te schrijven; het is de eerste van een lange samenwerking.
2020 Lanceert de Dead Ladies Show, een café chantant over onterecht vergeten vrouwen.
2022 Met het schrijverscollectief Fixdit publiceert ze een manifest over seksisme in de letteren.
2025 Ontvangt de Ultima Letteren. De jury roemt haar ‘veelzijdige carrière’, die gekarakteriseerd wordt ‘door een niet-aflatende zoektocht naar maatschappelijke impact’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next