Na honderd jaar verdwijnen de zeeleeuwen uit Artis. Volgens directeur Rembrandt Sutorius staat dat los van de recente kritiek van zoogdierexperts. Maar door de ophef rijst weer de vraag: heeft de dierentuin nog bestaansrecht? Zijn antwoord: meer dan ooit.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Wanneer Artis-directeur Rembrandt Sutorius (43) zijn bezoek van de hoofdingang van de dierentuin naar zijn kantoor leidt, wil hij alvast ‘een paar dingen vertellen waar je niet naar gaat vragen’. Die bloemrijke perken bijvoorbeeld, daar staan vrijwel alleen eetbare planten. ‘We gebruiken ze voor in cocktails van bezoekers, of als voer voor dieren.’
Die dieren leveren op hun beurt de mest voor de planten, de afvalresten worden gecomposteerd. Wat Sutorius maar zeggen wil: ‘Circulariteit ten top.’
Er staan hekken met artist’s impressions rond het Kerbertterras, het rotskleurige plateau van 22 bij 9 meter waarop ooit wel twaalf leeuwen hun dagen sleten. Twee jaar geleden werd het terras gesloten. Het rijksmonument zal worden verbonden met het tegenoverliggende Lemurenland en het domein worden van ringstaartmaki’s. De drie overgebleven leeuwen verhuisden naar een groter verblijf, een paar honderd meter verderop. Daar liggen ze, wijst Sutorius: ‘Alles hadden we in het werk gesteld om de dieren afwisseling en privacy te bieden. Konden ze zich wel terugtrekken als ze dat wilden? En zie nu waar ze het liefst liggen: pal tegen de glazen wand, op nog geen meter van de passerende bezoekers. Daar zijn rotsen verwarmd en hebben ze overzicht over hun hele terrein.’
Het is geen toeval dat de directeur zijn bezoek hierlangs leidt. Dat bezoek was gekomen om hem te spreken over het bestaansrecht van dierentuinen anno nu. Directe aanleiding was het aangekondigde vertrek van de drie Californische zeeleeuwen; de soort verruilt na honderd jaar het Amsterdamse Artis voor een dierentuin in Singapore. Een week eerder had de lokale afdeling van de Partij voor de Dieren in een persbericht gezegd melding te doen bij de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn. Twee door de partij ingehuurde zeezoogdierexperts hadden bij de zeeleeuwen ‘zorgelijk en stereotiep gedrag’ geconstateerd. Het bassin (‘een betonnen tank’) is te klein, de dieren hebben er niets anders te doen dan rondjes zwemmen en ‘herhaaldelijk in de eigen flipper bijten’.
Daarop maakte Artis bekend dat de zeeleeuwen gingen verhuizen, waardoor het leek alsof dat een direct gevolg was van de PvdD-actie. De plannen bestonden al veel langer, zegt Sutorius een week later in zijn kantoor, waar vale gieren langs zijn raam scheren. Twee zeeleeuwen waren al vertrokken, de resterende drie zullen vermoedelijk volgend jaar Artis verlaten.
Een van de twee zeezoogdierexperts was ‘geschokt’ door de omstandigheden en het gedrag van de zeeleeuwen, ze was dit nog nooit eerder ter wereld tegengekomen. Was u verrast?
‘Ik vind zo’n filmpje ook vervelend om te zien. Een van de zeeleeuwen hapt in haar staart, dat is geen goed teken. Deze situatie heeft een voorgeschiedenis: we hadden een grotere groep zeeleeuwen. Dat is belangrijk voor deze sociale diersoort. Nadat wij hadden besloten die te verkleinen, bleven er drie vrouwen over waarvoor we het vertrek naar Singapore voorbereiden. Dat gaat niet zomaar; we zitten nu in een tussenfase.
‘Ik heb dat persbericht ervaren als een opdoffer, maar ik vraag me vooral af: wat is jullie verhaal dan? Je mag proberen mij of Artis pootje te haken, maar hoe gaan jullie het uitsterven van die soorten voorkomen?
‘Het vervelende vind ik: als ik nou niks met de ideeën van de PvdD zou hebben, dan had ik nooit de dialoog gezocht. Dat maakt het nu moeilijker te accepteren dat ik er bij hen niet tussen kom. Daarin ben ik misschien ontzettend naïef, maar ik vind ook dat ik dat moet blijven.’
De Partij voor de Dieren is tegen dierentuinen waarin dieren zitten opgesloten. Dat zal u van begin af aan toch wel duidelijk zijn geweest?
‘Ja, natuurlijk. Het gaat de partij erom dat wij mensen niet boven dieren staan en dieren dus niet mogen opsluiten. Wij zeggen: we moeten voorkomen dat soorten uitsterven, want uitsterven leidt zeker niet tot goed dierenwelzijn, en het heeft ook impact op de soorten om hen heen. Ze hebben een belangrijke rol in het ecosysteem, en uiteindelijk dus ook voor ons.
‘Dierentuinen spelen een belangrijke rol in het behoud van sommige soorten, bijvoorbeeld wanneer zij en hun habitat ernstig bedreigd zijn. Wij willen daarbij de hele maatschappij bereiken, en niet alleen die kleine groep die tegen dierentuinen is.’
Vóór zijn functie als Artis-directeur werkte Sutorius onder meer bij organisatieadviesbureau McKinsey. Bij zijn aantreden in 2017 zei hij ‘dat het tijd was om de idealist in mijzelf naar boven te halen’ en ‘iets maatschappelijks met natuur’ te gaan doen. Elk jaar zou er een verbetering in dierenwelzijn moeten worden gerealiseerd, kondigde hij aan, en daarmee loopt Artis volgens hem voorop: ‘Qua dierenwelzijn ken ik geen dierentuin die meer en sneller verandert dan wij de afgelopen tien jaar hebben gedaan.’
Wat was uw idealisme precies?
‘Ik vond dat ik te lang in een ivoren toren had gezeten. Na mijn studie economie wilde ik al iets doen bij het Wereldnatuurfonds. Dat liep anders. Jaren later kwam Artis op mijn pad; hier kwam alles samen, ook met mijn liefde voor architectuur – er staan hier 86 gebouwen, waarvan 26 rijksmonumenten. Dit leek me de uitgelezen plek om mensen te verbinden met natuur en met natuurbehoud bezig te zijn. Dat is nodig ook, want we staan voor gigantische problemen rond biodiversiteit. Wij kunnen mensen daar bewust van maken.’
Hebt u het gevoel dat het lukt?
‘We doen mee met grote onderzoekstrajecten van universiteiten. We participeren in projecten voor natuurbehoud, bijvoorbeeld in Madagascar. Als je ziet wat wij aan natuureducatie doen: we ontvangen meer dan honderdduizend scholieren per jaar. Die verbinding kweken met natuur is voor mij van wezenlijk belang. David Attenborough heeft gezegd dat zijn liefde voor de natuur ooit begon in de dierentuin. Ik denk dat dat voor velen van ons geldt.’
In 2023 publiceerde de Raad voor Dierenaangelegenheden, een adviesorgaan voor het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de resultaten van een publieksenquête. Onder de ruim tweeduizend deelnemers bleek groot draagvlak voor dierentuinen: zo’n 70 procent is voorstander. Maar de belangrijkste reden voor een bezoek was ‘een dagje uit met de kinderen’. Hebben die gezinnen honger naar kennis over de natuur, of hebben ze meer trek in poffertjes en ijs, met aapjes kijken toe?
‘Ik kan de studies tonen die aangeven dat we echt bijdragen aan kennisverspreiding en gedragsverandering. Ik zie het hier ook elke dag gebeuren, hoe mensen aan het denken worden gezet. We hebben hier momenteel een pop-up-aquarium, als tussenfase van het nieuwe grote aquarium. Daarin kweken we koralen en anemonen. Over één zo’n koraal kun je een kwartier of zelfs een dag lang praten. Ik weet dat mensen na zulke lessen voor de rest van hun leven anders gaan kijken naar koralen en het leven op aarde. Zo snel kan het gaan. Maar dan moet je wel eerst leren kijken, en dat kan hier.’
Het valt natuurlijk niet specifiek Artis te verwijten, maar de natuur is er ondanks die 1,3 miljoen bezoekers bepaald niet beter voor komen te staan. Wat zegt u dan dat het toch effect heeft?
‘Wij kunnen zaken onder de aandacht brengen en groepen mobiliseren. Hoe mooi zou het zijn als een organisatie als het WNF zich inzet met de lokale overheid voor de Afrikaanse pinguïn. Die soort lijdt onder overbevissing en wordt bedreigd met uitsterven binnen tien jaar. Artis kan bezoekers meenemen in het verhaal en het belang van duurzame visserij te benadrukken. En door te zorgen dat er een gezonde populatie Afrikaanse pinguïns in dierentuinen leeft die in de toekomst mogelijk een rol kan spelen om de populatie in het wild te versterken.’
Afgelopen week – na dit interview – ontstond controverse rond een dierentuin in de Duitse stad Neurenberg. Het park had vanwege ruimtegebrek besloten twaalf gezonde bavianen te doden. Volgens de Europese Vereniging van Dierentuinen en Aquaria is het doden van dieren in uitzonderlijke gevallen toegestaan om de populatie gezond te houden. Over het specifieke geval in Neurenberg heeft de vereniging zich niet uitgesproken.
In 2014 doodde de dierentuin van Kopenhagen een gezonde jonge giraffe, om aan de leeuwen en tijgers te voeren. Zo werd inteelt in het Europese fokprogramma voorkomen, zei de directie. Is dit uitzonderlijk?
‘Ook wij werken in internationaal verband mee aan fokprogramma’s om soorten in stand te houden. Als dieren in het wild jongen krijgen, scheiden die zich later af van de groep. Dat kan in een dierentuin niet oneindig, dus moeten we de dierpopulaties ook beheren. Dat kan door het geven van anticonceptie, het houden van vrijgezellengroepen van hetzelfde geslacht en soms kan dat ook betekenen dat gezonde individuen sneuvelen, in het belang van de soort.
‘Wij doen dit op dit moment met overtollige alpensteenbokken. Het is goed voor de sociale dynamiek en de ontwikkeling van volwassen dieren om af en toe jongen te verwelkomen. Als er dan geen ruimte is voor dat dier elders, en de ruimte is hier ook niet onbeperkt, dan besluiten we om een dier uit de groep te halen. Die is dan voor de leeuwen, dan snijdt het mes aan meerdere kanten. De groep alpensteenbokken heeft er profijt van dat ze jongen heeft kunnen krijgen. Zo ontstaat sociaal gedrag zoals dat voor bokken ideaal is. En voor de leeuwen hoeven we dan niet een koe uit de bio-industrie te gebruiken. Je hebt dan een soort circulair systeem.’
Je zou een overtollig dier ook kunnen uitzetten in het leefgebied waar het oorspronkelijk thuishoort. Niet elke soort die hier zit heeft van oorsprong een leefgebied dat zwaar onder druk staat.
‘Dat kan lang niet in alle gevallen, maar soms wellicht wel. De alpensteenbok is een mooi voorbeeld. Dit dier wordt nu niet langer bedreigd, maar in het verleden zijn juist dieren uitgezet. Een reservepopulatie blijft relevant, voor als het in de toekomst toch weer achteruit zou gaan.
‘Feit blijft dat die leeuw ook moet eten. En de runderen uit de bio-industrie hebben vaak ook niet het leven gehad dat we dieren hier wel kunnen garanderen.
‘Het probleem is dat in onze cultuur niet alle dieren gelijk worden behandeld. Koeien uit de bio-industrie worden door velen niet gezien als volwaardige dieren, maar als productiedieren. Een giraffe uit een dierentuin halen geeft meer ophef. Vanwege die verschillende emoties is het lastig er beleid op te maken. Iemand van de Europese vereniging van dierentuinen zei het eens heel duidelijk: als we dit niet doen met bedreigde soorten omdat we te bang zijn voor de publieke opinie, dan dragen we impliciet bij aan het uitsterven van die soort. Dat kan niet de bedoeling zijn.’
Misschien moet Artis dan ook wel opener communiceren over die gedode bokken? Nu lijkt het alsof u dat liever niet aan de grote klok hangt.
‘Misschien is dat waar. Het lastige van deze tijd is: je wordt continu geframed. Dat is heel makkelijk, en de aandacht van de burger is vluchtig. Ik wil heel graag die open houding hebben, maar het runnen van een dierentuin is mede om dit soort zaken uitdagend. Ik denk dat we met onze missie relevanter zijn dan ooit.’
Bestaat de dierentuin over vijftig jaar nog?
‘Ja. Dat heeft met een aantal dingen te maken. Eén ervan is de vraag hoe het gaat met de natuur. Als bedreigde soorten dan nog steeds worden bedreigd en we hebben ze alleen nog in dierentuinen, dan geloof ik echt niet dat we als samenleving met dierentuinen zouden moeten stoppen. Je zou ze natuurlijk kunnen afschaffen. Bijvoorbeeld omdat we met soortenbehoud zo succesvol zijn geweest dat ze niet meer nodig zijn. Daar ziet het niet naar uit. Los daarvan speelt altijd de fundamentele vraag: wil je dan dat alle mensen zélf de natuur in gaan om ermee kennis te maken? Dan kun je dat beter hier doen.
‘Druk vanuit de maatschappij is er altijd geweest, en die zal aanhouden. Dat is goed zolang dat een kritische maar constructieve dialoog is, zonder cancelen. De maatschappij is nu enorm gepolariseerd, daar spelen media trouwens ook een rol in. Maar als wij doorgaan volgens de huidige trend, dan blijft dit een park voor verbinding, educatie en natuurbehoud, waarin de dierenverblijven steeds ruimer worden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant