is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Correspondent Jenne Jan Holtland heeft zijn standplaats Beiroet verruild voor Amman. Het is daar heerlijk, maar toch knaagt er iets.
Linksaf naar de glijbaan, rechtsaf naar de aquaria. Mijn zoontje (2) aarzelt welke kant hij op wil, en ik kan het hem niet kwalijk nemen. Ikzelf raak ook voortdurend verdwaald in dit heuse ‘kindermuseum’, bestaand uit liefst 8.500 vierkante meters (aldus de website) vol kleuren en zintuiglijkheid, bedoeld om kleintjes aan te moedigen de wereld te verkennen en ‘vragen te stellen’ (opnieuw de website), zonder dat er – God verhoede – een ‘goed of fout’ antwoord is.
In de Jordaanse hoofdstad Amman, sinds een half jaar onze woonplaats, mag het kinderen aan niets ontbreken. Dat is prettig. Maar ook, nou ja, een tikkeltje ontregelend. De overgang van het mild anarchistische Libanon, mijn vorige standplaats, naar deze oase van pedagogische voortreffelijkheid voelt groter, véél groter dan je op basis van de afstand tussen de twee landen (drie kwartier vliegen) zou vermoeden.
Een kindermuseum was er bijvoorbeeld niet in Beiroet, en naar speeltuinen kon je lang zoeken. Sterker, het hele concept ‘publieke ruimte’ is in Libanon op sterven na dood. Parken zijn verloederd, stranden smerig, en wat er aan schaarse publieke ruimte is, gaat op aan billboards met ronkende beloften van een beter leven elders.
Een goede vriend vertelde me ooit over een gepland pleintje in het centrum van Beiroet. Het idee kwam uit de koker van een groep activistische planologen, en behelsde een kleine revolutie. Voor deze ene keer zouden niet auto’s maar voetgangers ruim baan krijgen. De stoep zou verbreed worden. Boompjes erbij, bankjes. De gemeenteraad stemde enthousiast in. Strik eromheen, zou je zeggen.
Het liep anders. Een lokale zetbaas van een rechts-christelijke factie kreeg er lucht van en begon een tegencampagne. Dit gaat ten koste van onze parkeerplekken, heette het, en die bankjes trekken straks ‘ongewenste mensen’ (lees: Syrische vluchtelingen). De bouwwerkzaamheden waren al twee maanden bezig, en toch ging de stekker eruit. Weg pleintje.
En het kan gekker. Recent pas hoorde ik wat de Libanese regering doorgaans doet met kapotgeschoten huizen. Zowel na de burgeroorlog (1975-1990) als na de zomeroorlog met Israël (2006) werd besloten om de honderdduizenden tonnen aan oorlogspuin in de Middellandse Zee te kieperen. Vervelend voor de vissers, nog vervelender voor de vissen, maar opgeruimd stond netjes.
Nee dan Jordanië, waar ieder bloemenperkje keurig wordt aangeharkt. Speeltuinen zijn er bij de vleet. De enige voorwaarde, lijkt het, is dat er ergens een portretje van de koning hangt, of een stichtelijke boodschap uit diens entourage. Het kindermuseum waar mijn zoontje zo graag voor piloot speelt, blijkt een decennium geleden te zijn geopend met dank aan de genereuze ‘visie’ van de first lady, koningin Rania. De kinderopvang waar zoonlief naartoe gaat? Vanzelfsprekend een initiatief van een koninklijke prinses.
De vader in mij tekent er blind voor, de verslaggever aarzelt. Is het niet allemaal iets te gepolijst? Soms kan ik terugverlangen naar dat o zo disfunctionele Libanon. Er stond, kort door de bocht gezegd, altijd iets op het spel. Alles draait er om macht (behalve macht zelf natuurlijk, die draait om connecties), en die wordt in alle openbaarheid bestreden. Iedere taxichauffeur is parttime politiek analist.
In het kindermuseum zoeken mijn zoontje en ik de uitgang op. Onderweg kijk ik nog eens goed naar het portret van de koning. Achter ieder beeld gaat een andere werkelijkheid schuil, denk ik bij mezelf, of dat nou een billboard is of een staatsieportret. Alleen het ontcijferen duurt soms wat langer.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant