Het risico om in het vliegtuig ineens een duikeling te maken, zoals passagiers woensdag overkwam, wordt in het veranderende klimaat steeds groter. Maar er is geen reden voor vliegangst, zeker als de vlucht over de Stille Oceaan gaat.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Alsof ze in een achtbaankarretje vanaf de Eiffeltoren in vrije val omlaag doken. Zo moet het hebben gevoeld, aan boord van vlucht DL56 op weg van Salt Lake City naar Amsterdam. Bij Minneapolis maakte het toestel woensdag opeens een vrije val van meer dan 300 meter. Van de 288 inzittenden moesten er 25 naar het ziekenhuis met kneuzingen, botbreuken en wonden.
De piloot zag het niet aankomen. Want hoewel vliegtuigen vaak omvliegen voor turbulentie rondom onweerswolken, is er ook een type turbulentie dat de weerradar aan boord nauwelijks opmerkt: ‘clear-air turbulence’, oftewel turbulentie in een verder heldere lucht. En laat dát nou precies de turbulentie zijn die in een opwarmend klimaat op nogal wat plekken toeneemt.
Vooral boven de VS en op de route tussen de VS en Europa is dat het geval, blijkt uit kaarten die meteorologen van de Universiteit van Reading twee jaar geleden publiceerden in vakblad Geophysical Research Letters. Sinds 1979, toen satellieten de atmosfeer scherper in de gaten gingen houden, is het risico op stevige turbulentie in zomaar een pluk lucht boven de Noord-Atlantische Oceaan met 37 procent toegenomen. Het risico op turbulentie van het achtbaantype, met ‘grote abrupte veranderingen’ in hoogte of koers, steeg zelfs met 55 procent.
Bij het Europese vasteland valt dat gelukkig nog mee: boven Scandinavië, Groot-Brittannië en Frankrijk is er niets veranderd. Toch zijn er ook bij ons gebieden waar het risico op ‘wolkenloze’ turbulentie is toegenomen. Zoals boven Duitsland, Oostenrijk, de Balkan en vooral Spanje, Turkije en de Middellandse Zee. Het risico om plotseling uit koers te worden geduwd op een ‘gematigd tot ernstige’ manier is daar pakweg 25 tot 50 procent groter, volgens een indeling die de luchtvaartindustrie gebruikt.
Daarbij horen mitsen en maren. De belangrijkste: u hoeft niet met knikkende knieën het vliegtuig in. Door de bank genomen blijft het risico op heftige turbulentie erg klein. Naar schatting vijfduizend keer per jaar gooit de dampkring ergens ter wereld een vliegtuig dermate heftig heen en weer dat de spullen door de cabine vliegen. Dat lijkt veel, maar op ruim 35 miljoen vluchten is het ook ‘maar’ eens in de zevenduizend keer.
Bovendien lopen incidenten meestal redelijk goed af. Flink schrikken, hier en daar een bult of een pijnlijke plek door gemorste hete koffie: dat is in de regel de schade. Harde cijfers ontbreken, maar volgens een schatting van de BBC kwamen er sinds 1981 waarschijnlijk ‘slechts’ vier mensen door turbulentie om het leven, bijvoorbeeld doordat ze een hartaanval kregen van schrik. En neerstorten door turbulentie is al sinds de jaren zestig met geen lijnvlucht meer gebeurd; moderne passagiersvliegtuigen zijn veel te stevig.
Maar onschuldig is het fenomeen ook weer niet. Volgens de Amerikaanse veiligheidsraad voor transport NTSB – zoiets als de Onderzoeksraad voor Veiligheid hier – raakten alleen al in de VS de afgelopen vijftien jaar 207 mensen dermate gewond dat ze twee etmalen of langer in het ziekenhuis lagen.
Opvallend genoeg betrof het in 80 procent van de gevallen bemanningsleden, de personen immers die het meest rondlopen. De nevenschade liegt er ook niet om. Volgens een Europese berekening moesten vliegtuigen in 2019 in totaal een miljoen kilometer omvliegen vanwege turbulentie, goed voor ruwweg 19 duizend ton CO2 extra.
De boosdoener is de zich geleidelijk steeds grilliger gedragende straalstroom, een wind die op kruishoogte van west naar oost van Amerika naar Europa jaagt, met snelheden tot wel 400 kilometer per uur. Rondom die rivier van lucht kunnen onzichtbare wervelingen ontstaan, vooral als de wind buiten de straalstroom uit een andere hoek waait dan die in de stroom zelf. Het gevolg: een route vol onzichtbare kuilen en verdichtingen, waarlangs het lastig vliegen is.
Door de opwarming van de aarde worden de temperatuurverschillen rond de straalstroom groter en windrichtingen variabeler. In het ongunstigste geval kan dat zelfs neerkomen op ruwweg twee tot drie keer zoveel turbulentie na 2050, ook boven Europa, becijferden andere Britse onderzoekers. Vandaar dat luchtvaartingenieurs inmiddels studeren op betere computermodellen om de turbulentie te voorspellen, en zelfs op zaken als speciale uitklapflappen op de vleugels die de woelige lucht enigszins moeten kalmeren.
Riemen vast dus – althans, het ligt eraan waarheen uw vliegreis gaat. Boven de Stille Oceaan, maar ook boven Midden-Amerika en Aziatische bestemmingen als Indonesië, Thailand en Vietnam is de turbulentie afgelopen decennia juist met tientallen procenten gedááld. Daar is de straalstroom juist stabieler geworden, met als gevolg tot wel de helft minder kans op een ruw verstoorde vliegreis.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant