is literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.
Omdat we allemaal kleine kinderen hebben, moest er op het grasveldje voor onze huizen een buurtpicknicktafel komen. Zodat wij ouders kunnen zitten tijdens het wijndrinken/opletten. Het is een XL-geval met plek voor alle buren en op mooie zomeravonden komt iedereen zijn huis uit met bakjes rauwkost, kliekjes pasta en schalen couscous met veganistische köfte.
Soms neemt iemand de moeite een tafelkleed neer te leggen, de kinderen versieren de tafel met veldbloemetjes en het licht van de ondergaande zon zet alles in een gouden gloed. Glimlachend worden glazen bijgeschonken, borden aangereikt en peuters op schoot getrokken. We zitten erbij, kortom, als een plaatje uit Allerhande.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Als er iemand langsloopt, is het voelbaar hoe ingenomen we met dit plaatje zijn, je hoort het aan onze contente groet: ‘Een goede avond!’ Dít, hoor je ons denken, is hoe de maatschappij zou moeten zijn: voordeuren open, eten delen en met de hele village de kinderen raisen.
Maar o! Ook anderen maken weleens gebruik van de picknicktafel. En altijd de allerengste mensen ter wereld: 13-jarigen. Ze rijden met hun fatbikes over het veld, zitten niet aan maar óp de tafel en drinken eindeloos veel blikjes Fernandez. In de greep van hormonen barsten ze om de paar minuten uit in dierlijk gekrijs, waarop ze elkaar beginnen te stompen, tot iedereen weer ‘normaal’ doet.
Daar moeten wij, als perfecte minimaatschappij, tolerant mee omgaan. Joh, wuiven we tegen elkaar, die kids moeten toch ook ergens kunnen hangen? Maar ondertussen loeren we als Mrs Bucket (‘Bouquééé’) achterdochtig door de vitrages. O wee als ze ook maar één blikje achterlaten.
Nu de avonden warm en lang zijn, zitten ze er soms tot laat. Dan moet iemand er iets van gaan zeggen. ‘We wachten tot 10 uur’, zeg ik beslist. ‘Of kwart over 10.’ ‘Misschien gaat Joost er wel eerst op af.’ ‘Ze gaan zeker weten blikjes achterlaten.’ Om kwart voor 11 is nog niemand zijn huis uitgekomen. Van je medebuur moet je het hebben.
Na een paar keer diep ademhalen, mezelf wapenend tegen de eye rolls die me zo ten deel zullen vallen, trek ik de voordeur open. Ik probeer de Dilan Yeşilgöz in mezelf naar boven te halen. Dus: met een griezelig zoetgevooisd stemmetje akelige dingen verkondigen. ‘Jongens, we vinden het héél gezellig dat jullie hier zitten, maar…’ En zie, het werkt nog ook! ‘Sorry mevrouw, we gaan al.’ De VVD gaat weer groot worden, zoveel is duidelijk.
Vijf minuten later zijn ze verdwenen. Rondom de tafel liggen verkreukelde blikjes Fernandez. Buurman Joost komt naar buiten om stilletjes op te ruimen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant