Het gevecht over de nieuwe Europese begroting is begonnen. Van buitenaf bezien is het vooral een spel tussen de lidstaten. De Commissie doet weliswaar de eerste voorstellen. Vervolgens is het aan de lidstaten. De eerste ‘beschietingen’ hebben al plaatsgevonden, maar na de zomer barst de strijd echt los; dan zullen de landen onder Deens voorzitterschap proberen om tot een eerste ‘hoofdlijnenakkoord’ (Negobox) te komen. Het zijn de staats- en regeringsleiders die in de loop van 2027 een unaniem akkoord moeten vinden over de definitieve getallen.
Terwijl de lidstaten zich storten in een twee jaar durend gevecht, heeft de Commissie al het fundament gelegd voor de overwinning. In Brussel heet dit: ‘de geesten rijp maken’ of ‘een landingszone creëren’. De grootste overwinningen worden bij Europese onderhandelingen behaald vóórdat het spel is begonnen
De Commissie weet bovendien als geen ander: wat vandaag nog een brug te ver is, is morgen gemeengoed. Politieke aandacht en nationale prioriteiten verschuiven snel, of het nu gaat om Deense zorgen over Groenland, Duitse uitgavendrift op defensie, of politieke verlamming in Nederland. Lidstaten komen op een later moment vaak zelf vragen om zaken die ze in eerste instantie niet konden, of wilden accepteren.
Sandrino Smeets is verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij doet al vijftien jaar onderzoek naar de grote crisisonderhandelingen in de Europese Unie.
Voor de Commissie is het begrotingsproces een jaar geleden al begonnen, vernam ik van direct betrokkenen. In grootste beslotenheid werkte een kleine groep ingewijden aan de nieuwe architectuur van het Meerjarig Financieel Kader (MFK), zoals de begroting formeel heet. De lidstaten probeerden ondertussen verwoed een beeld te krijgen waar de Commissie mee bezig was en hun eigen prioriteiten kenbaar te maken. Maar de hoeveelheid informatie die naar buiten kwam, was zeer beperkt.
Een gelekte contourenschets eind 2024 en tabel begin februari lieten zien dat de begroting radicaal op de schop ging. Het moest een moderne, flexibele en vooral beleidsgerichte begroting worden. Het vastgeroeste systeem van landbouwsubsidies en compensatiefondsen voor armere regio’s moest plaatsmaken voor een systeem waarin iedere lidstaat één groot nationaal plan opstelt gericht op hervormingen en investeringen. In plaats van de wildgroei aan innovatie- en stimuleringsfondsen, moest er een groot Europees concurrentiefonds komen.
Om al die nieuwe uitdagingen en ambities te kunnen financieren, in een tijd dat veel landen er financieel slecht voor staan, moesten nieuwe inkomstenbronnen worden gevonden. Dan wel door de Commissie opnieuw schulden te laten maken, dan wel door de Commissie het recht te geven om eigen belastingen of heffingen op te leggen.
EU-ingewijden klinken al deze ideeën zeer bekend in de oren. Ze zijn dan ook niet nieuw. Het idee voor een groot Europees concurrentiefonds, destijds soevereiniteitsfonds, werd in 2023 nog afgeschoten door de lidstaten. Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen doopte het vervolgens om tot een strategisch platform voor investeringen (STEP). Volgens critici een lege huls, volgens de Commissie zelf een fonds wat in het volgende meerjarige financiële kader financiële slagkracht zou krijgen.
Het principe dat gebruikt werd voor het Coronaherstelfonds uit 2020, waarbij de Commissie bij hoge uitzondering werd toegestaan om gezamenlijke schulden te maken, werd recent opnieuw van stal gehaald voor het defensiefonds (SAFE). De MFK-plannen voorzien in een permanent mechanisme dat de Commissie toestaat om geld op te halen op de kapitaalmarkten in tijden van crisis.
Prestatiegericht financieren, oftewel het toekennen van financiële middelen in ruil voor belangrijke nationale investeringen en hervormingen, werd gemeengoed met het Coronaherstelfonds. Iets wat de Commissie al langer voor ogen had, als manier om lidstaten te dwingen werk te maken van de, tot dan toe tandeloze, landenspecifieke aanbevelingen binnen het Europees Semester.
Maar het meest in het oog springend, is de ommezwaai over nieuwe inkomstenbronnen. Jarenlang was er grote weerstand tegen meer eigen inkomsten voor de EU. Maar in februari vroegen regeringsleiders Von der Leyen al om met nieuwe voorstellen te komen voor wezenlijke eigen middelen, om zo de schulden uit het Coronaherstelfonds terug te betalen.
Over al deze elementen – nationale plannen, concurrentiefonds, prestatiegericht financieren, flexibiliteit, gezamenlijk lenen en nieuwe eigen middelen – zullen de lidstaten nog een robbertje gaan vechten. Dat is het voorspelbare deel van het spel. De lidstaten zullen het ambitieniveau enkele tandjes terugschroeven en proberen de nationale balans van betalingen versus ontvangsten gunstiger te laten uitvallen. Daarna mag het Europees Parlement in de blessuretijd nog proberen om de scherpste kantjes eraf te halen.
Dit laat onverlet dat het spel gespeeld wordt op een door de Commissie ontworpen speelbord. Bovendien zullen lidstaten de Commissie nog hard nodig hebben om een weg, of geitenpaatje, naar een noodzakelijk akkoord te vinden. Vriend en vijand erkennen dat de Commissie de enige is die alle spelregels van het MFK begrijpt.
En voor de zaken die er vooralsnog niet doorheen komen: het is in Brussel nooit lang wachten op de volgende crisis of grote uitdaging.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant