Schiphol heeft volgens de Amsterdamse rechtbank onterecht een contract met bouwbedrijven Ballast Nedam en TAV beëindigd. Die zouden de A-pier voor de luchthaven bouwen, maar Schiphol was ontevreden en stopte de samenwerking. Dat kost de luchthaven nu mogelijk veel geld.
De bouwbedrijven kregen het nieuws in 2021 te horen en sleepten Schiphol eind 2023 voor de rechter. De luchthaven was niet tevreden over de kwaliteit en de voortgang van het A-pierproject en stopte de samenwerking voortijdig.
Volgens de rechtbank waren de tekortkomingen daarvoor niet ernstig genoeg. De partijen moeten nu samen tot een oplossing komen, anders buigt de rechter zich daarover.
De bouw van de A-pier begon in 2018 en had in 2020 klaar moeten zijn. Het is een gedeelte waar passagiers in en uit vliegtuigen kunnen stappen, bedoeld om de toenemende drukte op de luchthaven het hoofd te bieden.
Schiphol en BN/TAV, een bedrijf van Ballast Nedam en TAV, stonden begin april tijdens de zitting nog lijnrecht tegenover elkaar. De bouwbedrijven willen honderden miljoenen euro's schadevergoeding, terwijl Schiphol juist vindt dat het 60 miljoen euro te veel heeft betaald en dat bedrag terugeiste.
De bouwbedrijven wijten de problemen aan het ontbreken van een door Schiphol uitgewerkt A-pierontwerp.
De rechtbank geeft de bouwbedrijven gelijk. Ook houdt de rechter rekening met de consequenties voor de vele onderaannemers, die plotseling een hoop geplande werkzaamheden verloren.
BAM heeft de werkzaamheden voor de A-pier in 2022 overgenomen. De verwachting is dat de pier eind volgend jaar klaar voor gebruik is. Schiphol rekende er vorig jaar op dat het project bijna 1,4 miljard euro zou kosten, meer dan een verdubbeling van het jaren eerder geschatte bedrag.
Source: Nu.nl economisch