Horecaondernemer Wim Kuipers (84) geeft een rondleiding door het Zuid-Spaanse Torremolinos, dat hij hielp uitgroeien van vrijgevochten kustplaatsje voor de avant-garde tot volgebouwde toeristenmagneet. ‘Alles wat je hier ziet, dat was er vroeger niet.’
is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over media, muziek en Spaanse badplaatsen.
Op de plek waar alles is begonnen, lang geleden, steken majestueuze palmbomen fel af tegen de blauwe hemel. ‘Die hebben wij nog geplant.’ Op de tweede dag van de door hemzelf georganiseerde, driedaagse ‘Ronde van Torremolinos’ speurt gids Wim Kuipers (84) in de voormalige visserswijk La Carihuela naar resten uit zijn verleden. Hij heeft zijn chauffeur Carlos de auto laten stoppen bij hotel Al-Andalus.
De ereburger (sinds 2024) van de Zuid-Spaanse badplaats Torremolinos is geen man die in het verleden is blijven hangen. Als Kuipers in de hotellobby diverse overblijfselen ziet uit zijn tijd (1963-1966) als onderdirecteur van het hotel, reageert hij opgetogen. Dat wel.
Hij heeft ingestemd met een interview en er zelf een uitgebreide rondleiding aan gekoppeld. ‘Het moet een goed artikel worden. Deze plaats verdient dat.’ Niemand weet meer van de geschiedenis van Torremolinos dan hij. Zijn roerige levensverhaal is verweven met de opkomst van de iconische toeristenstad.
In hotel Al-Andalus is hij járen niet meer geweest. De betegelde pilaren, de houten plafonds en de tegelwanden in Arabisch-Andalusische stijl zijn nog van toen, vertelt hij, net zoals de forse schilderijen in de lobby. Flarden herinneringen. Daar was het zwembad, hier beneden een feestzaal voor bruiloften en partijen, gedecoreerd met zwart en wit marmer. ‘Geen enkel ander hotel had zo’n zaal, we waren onze tijd ver vooruit.’
Het zicht vanuit het hotel op het strand en de Middellandse Zee was onbelemmerd, La Carihuela was nog niet totaal volgebouwd zoals nu. Hard werken was het, zeven dagen in de week, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. ‘Als een groep om drie uur ’s nachts aankwam, stond ik de mensen op te wachten. Wat ik deed, gebeurt niet meer. Ik werkte dag en nacht. En dat ben ik altijd blijven doen.’
Kuipers was pas 22 toen hij zich in 1963 met grote horeca-ambities vestigde in wat sindsdien is uitgegroeid tot de bekendste badplaats aan de Costa del Sol, de zuidelijkste kuststrook van Spanje. Het buitenland lokte. In Amsterdam-Oost en enkele jaren Zandvoort had hij een ‘fijne jeugd’, maar het onbekende trok. Het werd Torremolinos.
Al zestig jaar is hij er een van de grootste promotors van het toerisme, en daarnaast cultuurbewaarder en conservator van de lokale geschiedenis. Als horecaman en ondernemer vond Kuipers aansluiting bij de lokale bevolking en speelde hij een cruciale rol in de spectaculaire ontwikkeling van het arme kustplaatsje nabij Málaga.
In El Ejido, een andere gemeente aan de Costa del Sol, is een plein naar hem vernoemd, plus een ‘culturele route’. Niet alleen daar staat hij te boek als een benefactor, een weldoener die tal van goede doelen steunt.
‘Wiem Kjoepers’ was ter plaatse tijdens de explosieve groei van Torremolinos, als hotelier en aansluitend eigenaar van een restaurant, Florida, waar de jetset, ‘de hele Nederlandse tv-wereld’ en de eerste stroom buitenlandse toeristen werden bediend. Hij opende een makelaarskantoor, Wima (Wi is van Wim, Ma van Maria Victoria, zijn eerste vrouw, die in 2014 na een lang ziekbed overleed) en was directeur van een reisbureau.
Met twee compagnons richtte hij een ziekenhuis op. Hij ontwikkelde grote projecten, onder meer een jachthaven in het naburige Benalmádena. Het bleef niet onopgemerkt: een kast in zijn gelijkvloerse huis aan het strand staat vol onderscheidingen, onder meer van de lokale lhbti-gemeenschap, de voetbalclub die hij oprichtte en diverse toeristische organisaties.
Voor zijn rondleiding heeft Kuipers twee chauffeurs ingeschakeld. Zijn eigen vrouw Monica – ze heet eigenlijk Encarni, maar het echtpaar heeft het aangepast omdat Nederlanders die naam nooit onthielden – en Carlos. ‘Dan kan ik rustig vertellen wat er te zien is.’
Het meest gehoord tijdens de driedaagse toer: ‘Alles wat je hier ziet, dat was er vroeger niet.’
Over zichzelf praat Kuipers steeds terloops. Hij was jeugdvoetballer bij Ajax ‘met onder anderen Ton Pronk, die was pas echt goed’. Een ernstig fietsongeluk als kind kostte hem bijna zijn linkerarm en hij heeft warme herinneringen aan de logeerpartijen bij zijn grootouders boven hun café De Zwart in de Spuistraat in Amsterdam. (Het café bestaat nog steeds).
En er was een dramatische gebeurtenis, de dood van zijn vader bij een auto-ongeluk, samen met een oom, een tante en een goede vriend.
Torremolinos, dáár gaat het om. Hij heeft het zo bedacht. Woensdag: een eerste verkenning met onder meer een kort bezoek aan een bevriende kunstenaar (Antonio Montañez, de ‘Gaudi van Torremolinos’), het ziekenhuis dat hij oprichtte en het centrale plein Plaza Costa del Sol waar hij in 1966 zijn befaamde restaurant Florida opende.
Donderdag: een toer langs markante plekken die Torremolinos al voor de bouwexplosie in de jaren zestig kleur gaven.
Vrijdag: een voorstelling bij hem thuis aan het strand met een selectie van de vierduizend historische foto’s van Torremolinos uit de periode tot 1980 die hij de afgelopen zestig jaar heeft verzameld, plus een lunch. ‘Zo gaan we het doen.’
De gids is vitaal en fit. Het is bloedheet, maar Kuipers heeft nergens last van. ‘Van mij mag het het hele jaar 30, 35 graden zijn. Hier krijg ik energie van.’
Op naar de Huerta del Rincon (1923), een van de weinige gebouwen van Torremolinos met een cultuurhistorische waarde. De eigenaresse van het landhuis met de kolossale tuin exploiteerde een school van hoge kwaliteit. Beide zoons van Kuipers zaten er in de banken.
Julia Muñoz Bueno, heette ze. Kuipers kende haar goed, vanzelfsprekend, want hij kende iedereen die er in Torremolinos toe deed. Vorig jaar overleed ze, ze was 103. ‘Ze at niets anders dan groente uit haar eigen tuin, dat zal geholpen hebben.’
Het statige pand mag niet in vreemde handen vallen, zegt hij, het zou goed zijn als de gemeente het koopt. Misschien dat hij de burgemeester eens moet bellen, een vrouw die hij zeer waardeert.
Daarna: een onopvallend klooster, het Monasterio del Sagrado Corazón de Jesús. Kuipers heeft er een warme band mee. Dat komt door zijn eerste vrouw, Maria Victoria, zij was gelovig. Het klooster is een bijzondere plek, zegt hij. De nonnen mogen zich niet aan de buitenwereld vertonen. Met een van hen, onzichtbaar, voert hij een kort gesprek. Engelen, noemt hij de vrouwen. Hij doneert een fors bedrag en in de winkel met beeldjes en andere religieuze parafernalia mogen we wat van hem uitkiezen.
Waarom Wim Kuipers dit allemaal laat zien: ‘Omdat Torremolinos véél meer is dan strand, zee en Nederlanders die in La Carihuela saté en frikandellen bestellen. Niks ten nadele van die mensen, helemaal niet, maar dat is Torremolinos niet. Torremolinos is veel minder oppervlakkig dan veel mensen denken.’
Bij de start van de Ronde van Torremolinos heeft hij twee plattegronden van de streek uit het de tweede helft van de jaren vijftig overhandigd. (Later volgen ter informatie nog zijn cv, vier A4’tjes lang, en een paginagroot interview uit 1993 met De Telegraaf met de kop ‘De successtory van een Nederlander in Spanje’).
La Carihuela, nu een volle wijk met een forse, niet-geïntegreerde Nederlandse enclave (onder wie Rachel Hazes van restaurant Brasserie Casa Hazes, zie kader onder dit artikel) bestond uit niet meer dan een verzameling schamele huisjes aan zee.
De tweede wijk aan zee, de Bajondillo, leefde van de landbouw en de visserij. Op de plattegronden domineren akkers met mais en suikerriet. In Torremolinos woonden in het begin van de jaren zestig nog geen tienduizend mensen, het straatbeeld werd overheerst door paard-en-wagens, ezels en muilezels.
Kuipers wijst op de kaart een hotel aan, Pez Espada. Hij somt op: vijf sterren, gebouwd in 1959, mooi gerenoveerd, belangrijkste hotel in de geschiedenis van de plaats. ‘Er waren alleen een handvol eenvoudige hotelletjes en pensions, en toen kreeg Torremolinos plotseling een vleug glamour.’
Het was de tijd dat de stad werd vergeleken met het mondaine Saint-Tropez en kunstenaars, filmmakers, zangers en schrijvers, plus de adel en de internationale jetset, er verbleven. Hun namen worden allemaal genoemd op een nostalgische site, torremolinoschic.com, waar Kuipers meermaals naar verwijst – hij kent de makers – en waar de ‘gouden eeuw’ van de Costa del Sol uitbundig wordt geëerd met foto’s en ansichtkaarten van weleer.
De voorganger van de reislustige voorhoede was een schilder, Salvador Dalí. In 1930 verbleef hij in het hotel Santa Clara van George Langworthy, de eerste pionier en hoteleigenaar aan de Costa del Sol. Gelovig was de Engelse militair en miljonair ook. Dorpelingen die Bijbelcitaten konden reciteren, stopte hij een handje peseta’s toe.
Een bekend en zorgvuldig gekoesterd verhaal hier: Dalí’s muze destijds, Gala Éluard, was naar verluidt de eerste vrouw die in Torremolinos (en daarmee Spanje) topless een zonnebad nam.
De anekdote wordt hoogst serieus genomen, waarschijnlijk vooral om te illustreren dat in dit deel van Spanje vrijheid en tolerantie hand in hand gingen. Onderaan La Roca, de rots die La Carihuela scheidt van El Bajondillo, wordt Éluard geëerd met een standbeeld. In de begeleidende tekst wordt ze geprezen om haar ‘baanbrekende verzet tegen de moralistische regels van die tijd’.
In Torremolinos zaten John Lennon en Beatles-manager Brian Epstein in 1963 op het terras van Bar Central, flaneerden de acteurs Sean Connery, Anthony Quinn en Charlton Heston door de straatjes en vergaapte de mannelijke bevolking zich aan de seksbommen Raquel Welch, Claudia Cardinale en Sophia Loren.
In hun kielzog kwamen de hippies en hasjrokers. Aansluitend profiteerden homo’s en lesbiennes van de grote vrijheid die Torremolinos ondanks het regime van dictator Franco te bieden had. Vanuit de hele wereld stroomden ze toe.
Van John Lennon, Frank Sinatra en Brigitte Bardot werden in het centrum forse muurschilderingen aangebracht. Naar Lennon en Bardot werden daarnaast straten vernoemd. Hun verhalen worden gekoesterd, en waarschijnlijk flink aangedikt.
Bardot ging al in de jaren vijftig op vakantie in wat ze later een ‘wild paradijs’ zou noemen. In 1957 verbleef ze er voor de opname van Les Bijoutiers du Clair de lune, een film van haar partner, de Franse regisseur Roger Vadim, van wie ze een jaar later zou scheiden.
Het verhaal: madame raakte in Torremolinos zo verknocht aan een ezel, Romeo genaamd, dat ze nauwelijks nog van zijn zijde week. In een andere versie kocht ze deze ezel zelfs, voor omgerekend een tientje.
Dorpelingen zagen haar regelmatig met het dier door La Carihuela paraderen. Over haar duik in het zwembad van hotel El Remo werd eveneens nog lang nagepraat, mede omdat ze haar ezel had meegenomen.
Zes jaar later arriveerde de jonge Amsterdammer Wim Kuipers in Torremolinos, met diploma’s van de hotelscholen in Maastricht en Lausanne op zak. Na zijn studie had hij elders in Spanje al een korte periode in luxehotels gewerkt, in Lloret de Mar en Las Palmas op Gran Canaria.
‘In Zwitserland kon ik na de hotelschool veel verdienen, lekker skiën, had ik een mooie auto en een dag per week vrij. Ik ging er enorm op achteruit. Maar ik dacht: als ik het in Spanje kan maken, kan ik het overal maken. Ik ging het doen. En ik zorgde dat ik het goed deed.’
In Las Palmas kreeg Kuipers een baan aangeboden als onderdirecteur van een hotel in aanbouw in Torremolinos, Al-Andalus. ‘We begonnen met twee houten stoelen en een tafeltje.’ Vier maanden later was de bouw voltooid en 160 man personeel aangenomen. De opening was spectaculair, met onder meer een modeshow van de beroemde ontwerper Pedro Rodriguez.
Om de aandacht te trekken van de doelgroep, waren Spanjaarden van adellijke afkomst uitgenodigd voor een week gratis verblijf. Tot in Madrid trok de opening aandacht, de media doken erbovenop. ‘Heel Spanje wist dat het hotel was geopend’, zegt Kuipers. Wat hij ervan leerde: ‘Als ondernemer moet je opvallen. Dat heb ik altijd gedaan, wat ik ook deed. Opvallen. Aandacht trekken.’
Het optimisme van een nieuwe tijd stak ook de jonge Nederlander aan. ‘Hier was iedereen welkom, ongeacht afkomst of nationaliteit. Die sfeer had ik nergens anders geproefd. Het was de tijd van dictator Franco, maar daar merkte ik niets van. De vrijheid was enorm. Behalve als je in de fout ging, drugs verkocht of zo.
‘Franco was een enorme boef, maar iedereen wilde hierheen komen voor de zon, de goedkope drank en de vriendelijkheid van de Spanjaarden. Sun, sex and sea, was de slogan in die jaren. Het was één groot feest. Dit was de plek waar alles kon. Plus het geweldige klimaat en de fantastische stranden met uitzicht op de bergen. Al na één dag voelde ik me hier thuis.’
In 1966 werd hij eigenaar van restaurant Florida, aan het centrale plein van Torremolinos. Na diverse renovaties groeide het snel uit tot het grootste restaurant van de streek, een trefpunt van de gegoede burgerij en de eerste lichtingen van het opkomende massatoerisme. Talloze Nederlanders ook. ‘Hollandse directie’, was de aanprijzing op de gevel.
In het hart van de stad, de Plaza Costa del Sol, toont Kuipers waar het restaurant stond. ‘Toen ik het overnam was het een armoedige rotzooi. De ratten en de kakkerlakken liepen in het rond en als het regende moest ik twintig emmers neerzetten.’
Beetje bij beetje knapte hij het op. Het aantal personeelsleden liep op tot 33. Florida was zeven dagen per week open, bood plaats aan vierhonderd mensen en werd een verzamelplek van Nederlandse hostessen en tv-makers, personeel van vliegtuigmaatschappijen, politici en de Spaanse culturele elite, inclusief stierenvechters plus ‘veel mooie vrouwen.’
Ook vakantievierende BN’ers (Toon Hermans, Wim Sonneveld, Seth Gaaikema, de zangeressen Pia Beck en Rita Reys, oud-premier Louis Beel en vele anderen) werden gespot in Florida.
Kuipers zat er middenin. De Amerikaanse Pulitzer Prijs-winnaar James Michener schreef ‘gedeeltelijk bij mij op het terras’ The Drifters, een roman uit 1971 waarin zes jongeren elkaar ontmoeten in Torremolinos. Kuipers organiseerde modeshows met internationale topmodellen, exposities, flamencovoorstellingen en exclusieve cocktailparty’s.
Hij trok aandacht met illegale vuurwerkshows, en zette als eerste in Spanje een eigentijds gerecht als fondue bourguignonne op de kaart. ‘Ik deed er alles aan om in de krant te komen.’
Zijn marketing was agressief. Hij schakelde Nederlandse reisbureaus in om toeristen naar zijn restaurant te lokken en gaf ansichtkaarten weg die gasten gratis naar huis konden sturen. ‘With the compliments of Wim Kuipers’, stond erop. Tot 1974 verspreidde hij er een half miljoen. ‘De hele wereld kende me.’
Tegelijkertijd was hij de vertegenwoordiger ter plaatse van het grote reisbureau Eurotours, en hielp hij jaarlijks vijftigduizend Nederlandse toeristen aan onderdak.
Torremolinos werd een bulkbestemming, een toeristenmagneet vol hoogbouw. Talloze Nederlanders ontdekten de plek, en La Carihuela in het bijzonder. In 1975 was Torremolinos de belangrijkste Spaanse badplaats geworden – en stierf generalissimo Francisco Franco.
De Zangeres zonder Naam zong dat haar hartje aan de Costa del Sol op hol was geslagen, ‘tingelingeling.’
Hij speelde op z’n gitaar (tingelingeling)
En streelde zacht door m’n haar (tingelingeling)
Nooit zal ik hem vergeten
Hem en de Costa del Sol
Gestaag bouwde Wim Kuipers aan een imperium. Een achterneef van Pablo Picasso, oud-burgemeester Enrique Reyes de la Vega, was dertig jaar zijn rechterhand.
De zaken gingen voorspoedig, maar persoonlijk werd hij zwaar beproefd. Hij was nog niet lang in Spanje toen zijn opa op bezoek kwam, die op het Plaza Costa del Sol werd getroffen door een hartinfarct.
‘Er was hier nog geen ziekenhuis. Hij werd naar Málaga gebracht en een uur later was hij dood. De hulp kwam te laat. Mede daardoor heb ik later dat ziekenhuis opgericht. Zakelijk heeft dat me niks opgeleverd, integendeel, maar ik ben nog steeds blij dat ik het heb gedaan.’
Niet eerder vertelde hij publiekelijk over een andere dramatische gebeurtenis. Zijn vader kwam op woensdag 18 november 1987 om het leven bij een auto-ongeluk, samen met een oom en een tante en een van Kuipers’ beste vrienden. In de avondschemering botste de auto bij Marbella op een stilstaande cementwagen. Zijn vader zat achter het stuur, alle inzittenden waren op slag dood. ‘Alleen de hond overleefde het.’
Het gezelschap had een uitstapje naar Ronda gemaakt. ‘Goede reis, was het laatste wat ik tegen mijn vader heb gezegd. Hij was een beetje grieperig. Ze vertrokken en ik werd overvallen door het gevoel dat ik mijn vader voor de laatste keer had gezien. ’s Avonds dacht ik plotseling: Jezus, ze zijn allemaal dood. Ik begon hevig te transpireren en voelde me niet goed.
‘Ik kwam thuis en ik zei tegen mijn vrouw: ze zijn dood, allemaal. Je bent knettergek, zei ze, ik heb een half uur geleden je vader nog aan de lijn gehad, ze zijn onderweg. Maar ik wist het zeker. Ik nam een kalmeringsmiddel. Twintig minuten later stond de Guardia Civil voor de deur. Twee mannen. ‘Ze zijn allemaal dood hè’, zei ik meteen. Ze keken me stomverbaasd aan.’
Kuipers stond zichzelf geen rouwperiode toe. Op vrijdag was de begrafenis. Een paar dagen later ging hij in Málaga naar een bevriende psychiater.
‘Ik wilde absoluut niet in een depressie terechtkomen. Dan zou alles naar de knoppen gaan; dan zou ik alles kwijtraken en zou alles voor niks zijn geweest. Geef me pillen, zei ik, geef alles wat je hebt. Dat was op maandag. Op dinsdag ben ik weer gaan werken. Pas jaren later kwam ik erachter wat ik had geslikt. Als een olifant met een depressie die pillen had genomen, was hij lachend gaan dansen.’
Kuipers zette zijn werk voort, zeven dagen in de week, maniakaal bijna. Torremolinos veranderde onherkenbaar, maar nooit heeft hij terugverlangd naar de pioniersjaren.
Dat Torremolinos is volgebouwd en hoogbouw domineert, was onvermijdelijk, zegt hij. ‘Er is hier weinig ruimte, de bouwers moesten wel de lucht in. Het toerisme werd steeds minder een exclusief voorrecht van de happy few, zoals in mijn eerste jaren hier. En dat is goed. Iedereen moet hier van de stranden en de zon kunnen genieten.’
Nog steeds slokken zaken zijn tijd op, nog steeds wordt hij ‘waanzinnig vaak gebeld’ door mensen die hem om advies vragen. In stilte werkt hij aan een project, in 2026 zal hij de details onthullen. ‘Het is iets groots. Pas na mijn dood ga ik het rustig aan doen. Er is wel eens voorgesteld om een documentaire over mij te maken. Of een boek. Ik kan wel tien boeken schrijven over mijn leven hier, maar voorlopig heb ik er geen tijd voor.’
Hij blijft kritisch, ook als tachtiger. Op het Plaza Costa de Sol, het plein waar het restaurant stond dat hij tot 1974 runde, zegt hij: ‘Die verlichting boven het plein bevalt me niet. Die is lelijk, het is net of je in een loods staat. Daar heb ik een idee voor en dat ga ik delen met de burgemeester. Hoe? Nou, ik bel haar gewoon op.’
Van haar kreeg hij in 2024 in het gemeentehuis ook de versierselen die horen bij het ereburgerschap van Torremolinos. Kuipers was de tweede buitenlander die de eer ten deel viel, na de Engelsman Langworthy, die Salvador Dalí en diens toekomstige vrouw Gala Éluard bijna een eeuw geleden onderdak had geboden.
‘Het wordt kennelijk gewaardeerd dat ik me ook heb ingezet voor andere mensen. Ik heb altijd iedereen trachten te helpen. Niet omdat er dan misschien een plein naar me zou worden vernoemd, maar omdat ik vind dat je de plicht hebt om je in te zetten voor de gemeenschap.
‘Mijn eerste vrouw was er honderd procent van overtuigd dat er een leven na de dood bestaat. Ik weet het niet, maar ik probeer wel een goed mens te zijn. Daarna zie ik wel wat er gebeurt.’
Voor Rachel Hazes ‘is niets veranderd’
‘Ik ben hier gelukkig’, zegt de eigenaar van Brasserie Casa Hazes, Rachel Hazes, tussen het schoonmaken van twee tafels door. De weduwe van André Hazes nam het restaurant in de ‘Nederlandse wijk’ La Carihuela in 2024 over van Melanie Beense, dochter van volkszanger Peter Beense. Een eerbetoon aan haar man, had ze in gedachten.
In Casa Hazes hangen overal foto’s van André, ook in de toiletten. Binnen staat een fors borstbeeld van hem. Uit de speakers klinken doorlopend Hazes-nummers. Op de kaart staan gerechten als ‘Hazes carpaccio’, ‘De Vlieger-dagsoep’ en voor de kleintjes een ‘mini Hazes-burger’. Op de tafels staan plastic tulpen, kerstverlichting flikkert.
Op deze avond begin juli zit het terras stampvol met Nederlanders. Rachel Hazes (55) helpt mee en wordt voortdurend door klanten gevraagd om samen met hen te poseren voor het beeld van haar overleden man, of voor een muur met bloemen en een bordje met de tekst ‘Casa Hazes Plein’. Ze doet het lachend en weigert nooit. ‘Het hoort erbij.’
Met het restaurant is ze teruggekeerd naar haar eigen jeugd, zegt ze. ‘Op de dag dat we opengingen, zag ik mezelf hier weer lopen als klein meisje. Ik kom hier al vanaf mijn 2de. We verbleven altijd iets verderop, in hotel Las Palomas. Mijn vader gaf me altijd 100 peseta’s mee om het AD te halen. Van het wisselgeld kocht ik dan die zonnebloempitjes die ik Spanjaarden altijd zag eten.’
Wat haar opviel: ‘Er is niks veranderd hier. De Nederlandse discotheek Voom Voom bestaat nog steeds, daar ging ik als puber al uit. Als ik land op Málaga, heb ik het gevoel dat ik thuis ben gekomen. In Nederland heb ik het altijd druk en ben ik altijd onderweg. En gestrest. Als ik hier een file in rij, zit ik fluitend achter het stuur.’
Klein nadeel: ‘Spaans ga je hier niet leren, met al die Nederlanders en een Nederlandse tandarts en huisarts.’
In Torremolinos verblijft ze vooral in de zomermaanden. ‘De mensen verwachten toch dat je d’r bent.’ Ze werkt elke dag en maakt lange dagen. ‘Ik ben er elke dag om twee, drie uur en blijf tot twee uur ’s nachts. Dat voel je hoor. Gisteren zei ik om kwart over elf: jongens, ik taai af. Je merkt dat je een dagje ouder wordt hè?’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant