Home

Nederlandse sancties tegen Israël vooral symbolisch, kabinet kijkt naar Europa voor ‘significante stappen’

Met de sancties tegen de Israëlische regering gaat het kabinet voor het eerst verder dan diplomatieke druk. Veel meer dan symbolische waarde hebben de maatregelen echter niet. ‘Voor het voorkomen van genocide haalt dit weinig uit.’

Lange tijd pasten sancties niet in de ‘stille diplomatie’-koers van het kabinet. Maar nu duidelijk is dat die tactiek Israël niet beweegt zich aan het humanitair oorlogsrecht te houden en tot een staakt-het-vuren te komen, is het geduld van de minister van Buitenlandse Zaken op. Maandag stelde Caspar Veldkamp nationale sancties in tegen de regering van premier Benjamin Netanyahu.

Op het eerste gezicht is dat een breuk met de lijn die Nederland tot nu toe voerde. Want hoewel het kabinet de afgelopen maanden meermaals de druk opvoerde en verklaarde maatregelen tegen Israël te ‘overwegen’, bleef het bij voorzichtige woorden. Nu zet de minister dus wel de stap, maar bij veel sancties schuwt hij zwaardere varianten nog.

Inreisverbod

De meest concrete maatregel van het kabinet is het inreisverbod voor de Israëlische ministers Belazel Smotrich en Itamar Ben-Gvir. Zij worden tot personae non grata verklaard, wat een diplomatiek eufemisme is voor een inreisverbod.

Veldkamp gaf ruim een maand geleden in een brief al een voorzet voor maatregelen tegen de twee ‘extremistische Israëlische ministers’. ‘Zij hebben herhaaldelijk geweld door kolonisten aangewakkerd tegen de Palestijnse bevolking.’ Ook benadrukte hij dat ze oproepen tot ‘etnische zuivering in de Gazastrook’. Die argumentatie herhaalt Veldkamp nu als onderbouwing voor het inreisverbod.

Binnen de EU ging alleen Slovenië Nederland voor door maatregelen te nemen tegen Ben-Gvir en Smotrich. Daarbuiten kondigden Australië, Canada, Nieuw-Zeeland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk vorige maand sancties aan tegen het tweetal. Die betroffen niet alleen een inreisverbod, maar ook het bevriezen van eventuele tegoeden in die landen.

Symbolische waarde

Een nationaal inreisverbod in Nederland is vooral van symbolische waarde, omdat veel landen die net als Nederland in de Schengenzone liggen, nog geen maatregelen hebben genomen. Smotrich en Ben-Gvir zouden in theorie via bijvoorbeeld Duitsland de Nederlandse grens kunnen passeren.

Dat scenario doet denken aan een situatie die zich in 2017 voordeed met de Turkse minister van Familiezaken. Zij was niet welkom in Nederland om een speech te geven over een omstreden Turks referendum, maar kwam via Duitsland toch de grens over. Zij werd daarop staande gehouden en vertrok alsnog.

Hoewel de praktische uitvoering van een inreisverbod lastig kan zijn, is het zeer onwaarschijnlijk dat het zover komt, denkt Wim Voermans, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. ‘Iemand die persona non grata is verklaard en alsnog een land in probeert te komen, drijft het ontzettend op de spits.’

Volgens Voermans toont het inreisverbod vooral dat het kabinet ‘een belangrijk symbolisch signaal wil afgeven’. ‘Maar het is niet meer dan dat, zegt Lydia de Leeuw, onderzoeker bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen. ‘Deze maatregel hadden ze al lang geleden kunnen nemen. Voor het voorkomen van genocide haalt dit weinig uit.’

Wapenexport

Over de export van wapens naar Israël is het kabinet naar eigen zeggen ‘helder’. ‘Zoals de situatie in Gaza nu is, is het vrijwel uitgesloten dat een vergunning wordt verleend voor de uitvoer van wapens die kunnen bijdragen aan de activiteiten van de Israëlische krijgsmacht in de Gazastrook of op de Westelijke Jordaanoever’, schrijft Veldkamp in de Kamerbrief.

Maar een omiskenbare koerswijziging valt dat niet te noemen. Nederland heeft sinds het begin van de Gaza-oorlog weliswaar wapens en dual-use-goederen, die zowel militair als vreedzaam kunnen worden gebruikt, ter waarde van tientallen miljoenen verscheept naar Israël. Tegelijkertijd heeft de regering de daarvoor benodigde exportvergunningen steeds vaker afgewezen. Bovendien laat Veldkamps formulering expliciet de mogelijkheid open dat de export onder bepaalde voorwaarden nog wel kan plaatsvinden.

Het valt De Leeuw dan ook op wat er niet in de brief staat: ‘Veldkamp zou niet moeten schrijven dat de wapenexport vrijwel is uitgesloten, maar dat het ís uitgesloten.’ Ze wijst er ook op dat bestaande exportvergunningen, voor onderdelen voor F-16-gevechtsvliegtuigen en oorlogsschepen, ongemoeid blijven. En het ministerie zegt ook niets over stoppen met de aankoop van Israëlisch materieel. ‘Dit is weinig meer dan een signaal’, aldus De Leeuw.

Hoe dan ook blijft een volledig wapenembargo uitgesloten. Het kabinet wil dat de levering van onderdelen voor het Israëlische Iron Dome-luchtverdedigingssysteem wel mogelijk blijft. Het luchtschild waarmee Israël inkomende raketten kan vernietigen, is volgens Veldkamp cruciaal voor Israëls vermogen om zichzelf te verdedigen. GroenLinks-PvdA pleitte vorige maand voor een volledig wapenstop, omdat de Iron Dome onderdeel zou zijn geworden van de ‘aanvalsstrategie’ van Israël.

Het Europese spoor

Buiten de (beoogde) maatregelen op nationaal niveau blijft de regering de Europese Unie zien als het voornaamste vehikel om druk op Israël te zetten. Tot nu toe is het lastig gebleken om daarover overeenstemming te bereiken onder de lidstaten.

Nederland zegt in Brussel te willen pleiten voor ‘significante stappen’ tegen Israël. Voorwaarde is wel dat de Europese Commissie eerst concludeert dat Israël zich niet voldoende houdt aan de afspraken met de EU over het leveren van meer hulp aan Gaza. In dat geval is Den Haag bereid steun te verlenen voor een voorstel van de Commissie over het gedeeltelijk opschorten van de Israëlische deelname aan het Europese onderzoeks- en innovatieprogramma Horizon.

Ook zouden de handelsvoordelen uit het Associatieverdrag met Israël moeten worden opgeschort. Als belangrijkste handelspartner van Israël zou de EU het land daar hard mee kunnen raken. Onduidelijk is echter of de daarvoor noodzakelijke meerderheid bestaat. Daarnaast wil de regering bij de Commissie aandringen op het verbieden van de import van producten uit nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever, die volgens het internationaal recht illegaal zijn.

Die laatste maatregel symboliseert voor De Leeuw de afwachtende houding van de regering. ‘Natuurlijk is elke strafmaatregel krachtiger in Europees verband, maar dat kan nog heel lang duren.’ Nederland zou volgens haar voorop moeten lopen, bijvoorbeeld door de handel met de bezette gebieden strafbaar te stellen, zoals Ierland ook van plan is.

Alles over politiek vindt u hier.

Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next