Hoe eerder je een plaag ontdekt, hoe minder bestrijdingsmiddelen je hoeft te gebruiken. In de glastuinbouw zijn rijdende camera’s met AI-herkenningssoftware daarom de grote belofte. In een paprikakas in het Westland gebeurt het al.
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.
Op een buisrailwagen raast Koen Bol tussen de metershoge paprikaplanten door. ‘Dit is een mooi voorbeeld’, zegt hij, als hij de wagen tot stilstand laat komen en een blad pakt met kleine gaatjes erin. ‘Dit is rupsschade.’ Als hij een ander blad optilt, blijkt daar een grijzige uitslag aan de onderkant te zitten. Een plekje met spintmijt, zegt Bol. ‘Een heel klein beestje dat onder het blad gaat zitten om daar lekker plantensap te eten.’
Rupsen, spintmijten en andere plagen opsporen is normaal gesproken een taak voor medewerkers van het bedrijf. Tijdens het werk zien ze de schade, en wekelijks speurt iemand met een loep onder en tussen de bladeren naar de piepkleine beestjes. Belangrijk werk, want een uit de hand gelopen plaag kan de plant en dus het product in gevaar brengen. Maar het kost veel tijd, en lang niet alle beestjes worden op tijd opgemerkt.
Vandaar dat Bol, innovatiespecialist bij glastuinbouw-toeleverancier Royal Brinkman, de buisrailwagen in deze kas heeft uitgerust met een nieuw snufje: een zwart apparaat ter grootte van een stevige onderarm. De groene behuizing is iets lichter van kleur dan de bladeren waar hij tussendoor glijdt.
‘Dat voorste gaatje is de detector’, legt Bol uit. ‘Als die ziet dat er een blad in de buurt is, zoals nu, maakt hij een foto.’ Twee tot drie foto’s per vierkante meter levert dat op. Bij paprikakwekerij Reijm & Zn. in Berkel en Rodenrijs, een van de twee locaties waar de pilot met de camera loopt, gaan ze wekelijks een op de acht rijen langs. Dat telt op tot 15 duizend foto’s per keer.
Een AI-systeem getraind in het herkennen van kleine kasbewoners – kwaad- én goedaardig – analyseert de foto’s. Dat scheelt niet alleen een hoop werk, het stelt de teler ook in staat om veel eerder in te grijpen. De AI herkent namelijk niet alleen volwassen mijten, tripsen en ander ongedierte, maar ook de eitjes en jonkies – zelfs als die met het blote oog niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Waar het monitoren nu nog vaak op gevoel gaat, weet een teler straks precies wanneer er een babyboom aankomt onder de spintmijten, en hoe groot die wordt.
Dat is belangrijk, want ongediertebestrijding in de landbouw ligt tegenwoordig onder een vergrootglas. Actiegroepen slaan alarm over het mengsel van bestrijdingsmiddelen dat achterblijft op groenten en fruit en zo in het menselijk lichaam terechtkomt. Het aantal toegestane middelen slinkt en supermarkten of andere afnemers stellen steeds vaker hun eigen, nog strengere eisen.
‘Pas als bestrijding niet meer lukt met biologische middelen en de oogst dreigt te mislukken, trekt men de chemische middelen uit de kast’, zegt Bol. Groente- en fruittelers zijn naarstig op zoek naar manieren om dat te voorkomen. Het AI-systeem van het Israëlische bedrijf Viewnetic is daarbij een uitkomst. ‘We zien in de resultaten bijvoorbeeld de ei-afzet van spintmijt omhoog en omlaag gaan’, vertelt Martijn Reijm, de zoon in Reijm & Zn. ‘Normaal zien wij het pas als er schade aan de plant is. Als je de ei-afzet al ziet, kun je ingrijpen met biologische bestrijders en middelen.’
Tussen de bladeren van de paprikaplanten hangen bijvoorbeeld zakjes met namen als orius en montdorensis – roofmijten en -wantsen die het op tripsen, mijten en witte vliegen voorzien hebben. Elke natuurlijke bestrijder heeft zijn eigen favoriete prooi, en waar de een op volwassen plaagbeestjes jaagt, lust de ander liever eitjes. Dankzij de AI-camera kan Reijm zijn inzet van biologische bestrijders precies afstellen op wat nodig is.
Ingewikkeld is het systeem niet, vindt Reijm. ‘Genoeg foto’s maken, diep genoeg het gewas in, weten hoe je de camera draait, dat is het eigenlijk.’ Waar hij en een medewerker nu nog ieder een halve dag per week bezig zijn met ‘scouten’, gaat dat met de AI-camera in vier tot vijf uur. Uiteindelijk zou de camera autonoom moeten kunnen rondrijden.
Viewnetic is niet het enige bedrijf dat met behulp van AI ziekten en plagen opspoort, maar wel het enige dat daarvoor de plant induikt, vertelt CEO Ido Dor. ‘Je moet heel kleine beestjes vinden, die meestal onder of tussen de bladeren zitten.’ Idealiter rijdt straks een platform door de kas met drie camera’s: een boven en twee tussen de bladeren.
De razendsnelle ontwikkeling van AI biedt volgens Dor steeds meer mogelijkheden. Momenteel kan Viewnetic tien plagen, vijftien bestrijders en zeven ziekten herkennen, maar dat aantal blijft groeien al naar gelang de behoefte van telers. In januari is het bedrijf van plan het systeem op de markt te brengen.
Achter een computerscherm laat Reijm het dashboard zien dat bij het systeem hoort. Dalende of stijgende lijntjes tonen de ontwikkeling van het aantal plagen en bestrijders in de kas. Op de vierkante meter nauwkeurig kan hij zien waar ze precies zitten, en of het jongeren of volwassenen zijn.
‘Je kunt zelfs op door sluipwespen geparasiteerde eitjes zoeken’, zegt Bol. Na een paar kliks verschijnt een zwart-witfoto van een blad in beeld, met een klein eitje in een grote grijze vlek. Voor het ongetrainde oog lastig te onderscheiden, maar Bol en Reijm herkennen het inderdaad als het werk van een sluipwesp.
Dat soort gedetailleerde inzichten zijn belangrijk, zegt Bol. ‘Stel, er zijn twintig luizen, maar daarvan zijn er vijftien geparasiteerd. Als teler hoef je dan niet in te grijpen, want je hebt het onder controle. Maar als er twintig luizen zijn en er zijn er maar twee geparasiteerd, dan weet je dat het er volgende week veertig zullen zijn.’
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant