Home

Geld dat bedoeld was voor de zorg van zijn vader en broer, streek hij zelf op. En dat is oplichting

De zaak

Het idee is dat er geld is verdeeld tussen u en thuiszorgorganisatie Dolia”, zegt de rechter tegen Haroon K. (38), een kale man met vriendelijke ogen. Zijn vrouw zit ook in de zaal, en schudt haar hoofd. Hij wordt verdacht van PGB-fraude. Volgens justitie beheerde hij geld dat bedoeld was voor de zorg van zijn vader en broer, maar streek hij daar zelf ook een deel van op. En dat is oplichting.

„Vindt u dat u fouten heeft gemaakt?” vraagt de rechter.

„Nee. Voor mijn gevoel ging er niets fout. Er werd zorg geleverd en betaald”, antwoordt K.

In juni stonden in de rechtbank van Utrecht dertien mensen terecht die verantwoordelijk waren voor het PGB-budget van hun naaste. Een persoonsgebonden budget is bedoeld om zelf, of via iemand die daarvoor gewaarborgd is, zorg of ondersteuning te regelen. De verdachten moesten ervoor zorgen dat het geld dat hun dementerende vader, zieke broertje, verstandelijk beperkte zoon of ernstig zieke partner van een zorgverzekeraar of andere instantie kreeg, op de juiste manier werd besteed. Ze moesten controleren of de betaalde zorg ook daadwerkelijk geleverd werd.

Volgens de officier van justitie ging dat in dertien gevallen mis. De betrokkenen worden allemaal van oplichting verdacht. De misstanden kwamen aan het licht tijdens een onderzoek naar thuiszorgorganisatie Dolia. In 2019 deed de rechtbank Midden-Nederland uitspraak in een zaak tegen drie broers die Dolia runden. Zij declareerden bij verschillende instanties meer zorg dan ze in werkelijkheid leverden en staken een deel in hun eigen zak. Tijdens het onderzoek naar de broers werden ‘verdeellijsten’ gevonden met namen van mensen die verantwoordelijk waren voor PGB-budgetten. Volgens de veroordeelde broers werd het frauduleus verkregen geld met deze personen gedeeld.

Dolia werkte veel voor Nederlanders met een Turkse achtergrond, mede doordat veel Turkstalige zorgverleners in dienst waren.

Ook de naam van Haroon K. stond op zo’n lijst, daarom zit hij nu in de rechtbank. Ook constateert de rechter dat er in een bepaalde periode bijna 15.000 euro contant geld op zijn rekening is gestort. Was dat geld van Dolia? K. zegt van niet: in die periode trouwde hij en kreeg hij veel enveloppen met geld van bezoekers. Daar zijn ook videobeelden van, zegt hij. En dat is later door naasten op zijn rekening gestort. „Maar ik weet niet meer precies hoeveel het was.”

De politie, die onderzoek deed naar de verdeellijsten, ontdekte dat de vader van K. volgens de administratie zorg kreeg terwijl hij op vakantie was. Hoe verklaart K. dat? „Ik weet niet wat bij Dolia gebeurd is”, zegt hij. „U was gewaarborgd hulp, dus u controleerde als het goed is de werkbriefjes”, zegt de rechter. K. haalt zijn schouders op. „Ik vroeg wel aan mijn vader en broertje of de zorg was gekomen, en dan was dat altijd zo.” Wat is de verklaring voor zijn naam op de verdeellijst? „Geen idee”, zegt K. „Dat is hun administratie.”

Later die dag dient de zaak van een zestigjarige vader van een zoon met een beperking. „Ik heb niets willens en wetens gedaan. Ik wilde enkel de nodige dienstverlening voor mijn zoon. Als gemachtigde hebben ze mij misbruikt, en ik vervloek ze hierbij.”

Ook een 67-jarige man met een zieke partner zegt dat hij naar eer en geweten heeft gehandeld. „Het was voor mij de eerste keer dat ik met het PGB aan de slag ging. Er gebeurde zoveel in die tijd. Mijn vrouw is drie keer bijna klinisch dood geweest. Dolia heeft me besodemieterd.”

De zaak heeft levens veranderd, blijkt uit het verhaal van Haroon K. „Ik gebruik medicijnen om mijn bloeddruk omlaag te krijgen. Ik denk: laat me met rust, ik wil gewoon door. Ik moet mijn aandacht nu aan mijn zoontje geven, die autisme heeft en ook zorg nodig heeft.” Hij vertelt dat hij ook nog „littekens” heeft van de Toeslagenaffaire. Daar wordt in de zittingszaal niet verder op ingegaan. „Ik voel me nog steeds machteloos tegenover Zilveren Kruis”, zegt K. De verzekeraar vraagt hem geld terug voor zorg die niet geleverd is. „Ik krijg steeds maar weer brieven. Al acht jaar lang. Wanneer houdt het op?”

Het oordeel

Voor een bewezenverklaring van het delict oplichting is nodig dat „vast komt te staan dat de verdachte bij zijn handelen het oogmerk heeft gehad om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen”, schrijft de rechter in de uitspraak in de zaak van Haroon K., die op 22 juli is gepubliceerd. Maar, schrijft de rechter: „Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten voor de vaststelling dat de verdachte dit voornoemde oogmerk heeft gehad.” De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij.

En Haroon K. is niet de enige die wordt vrijgesproken. In nog eens zes van de dertien zaken die in juni dienden werd onvoldoende bewijs gevonden om tot een veroordeling te komen.

In zes andere zaken oordeelde de rechtbank wél dat er sprake was van oplichting in vereniging. Volgens de rechter hebben deze zes personen zichzelf verrijkt met geld dat voor zorg was bedoeld. Vijf van hen kregen taakstraffen tussen de 40 en 240 uur opgelegd. Eén verdachte kreeg geen straf vanwege haar medische toestand. Een ander kreeg, naast een taakstraf, ook een geldboete van 40.000 euro.

„Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gezien dat het zestal niet de architect van de fraude is,” schrijft de rechtbank in een persbericht. „Maar zij hebben hier wel een grote rol in gespeeld, waardoor de fraude jarenlang in stand is gebleven.”

In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.

Source: NRC

Previous

Next