Home

In dit Haarlemse werkplaatsje wordt gesleuteld aan iets dat wereld kan helpen aan bijna oneindig veel schone energie

Op een bedrijventerrein in Haarlem wordt bij de start-up Thorizon gewerkt wat de energiebron van de toekomst moet worden: een gesmoltenzoutreactor. Anders dan bij andere vormen van kernenergie moet die gevrijwaard zijn van het risico op een meltdown. ‘Eigenlijk is het gekkenwerk.’

De toevallige passant die door de openstaande roldeur de kleine werkruimte binnenkijkt, zal niet vermoeden dat hier wordt gewerkt aan een schone en bijkans onuitputtelijke energievoorziening. Er staat een werktafel met wat koperleidingen, een gasbrander en andere gereedschappen, een handvol labkasten en in de hoek torent een doorzichtige pijp van een meter of drie de lucht in, die deels gevuld is met een heldere vloeistof.

Een labje van een start-up in een bedrijfsverzamelgebouw waarvan er in Nederland vermoedelijk honderden zijn, waar jonge ondernemers sleutelen aan een vinding waarvan ze hopen dat die ooit de wereld verandert. Hier in Haarlem zou dat zomaar eens echt kunnen gebeuren. Thorizon, zoals de start-up heet, ontwikkelt een ‘gesmoltenzoutreactor’ op basis van thorium, een element dat gebruikt kan worden als brandstof voor kerncentrales.

De Onderneming

In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Thorizon uit Haarlem (en Amsterdam en Lyon), opgericht in 2018, met 50 werknemers en vooralsnog geen omzet.

Een reactor van het type waar Thorizon aan werkt, heeft een aantal grote voordelen boven bestaande kernreactoren. Zo is deze zogenoemd inherent veilig: als er iets misgaat, stopt het splijtingsproces vanzelf en is er geen kans op een zogeheten meltdown, zoals gebeurde in Tsjernobyl en Fukushima.

Sander de Groot, oprichter en technisch directeur van Thorizon, ziet nog een belangrijk voordeel: ‘Bestaande kernreactoren zijn niet erg efficiënt’, zegt hij staand bij zijn reactor. ‘Ze gebruiken slechts 1 procent van de brandstof die je erin stopt.’

Als die ‘op’ is, is de rest afval, terwijl er nog heel veel energie in zit. Voor een gesmoltenzoutreactor is dit afval nog prima bruikbaar, zegt De Groot. Alleen al het kernafval dat Europese centrales de afgelopen halve eeuw hebben geproduceerd, biedt in theorie genoeg energie voor minstens twee eeuwen elektriciteitsvoorziening.

Zo kan Thorizons reactor dus bijdragen aan het oplossen van het al lange tijd bestaande probleem met kernafval. Ook een gesmoltenzoutreactor levert uiteindelijk radioactief afval op, maar dat blijft minder lang schadelijk stralen: zo’n driehonderd jaar in plaats van tienduizenden.

Dat De Groot niet met een of ander vaag wonderapparaat bezig is, blijkt uit het feit dat hij inmiddels voor tientallen miljoenen aan investeringen heeft aangetrokken om het concept uit te bouwen tot een werkende proefcentrale. In zijn bedrijf werken inmiddels vijftig mensen. De Groot is ook niet de enige: wereldwijd zijn diverse jonge bedrijven hiermee bezig.

Toch is Thorizon begonnen als een uit de hand gelopen hobbyproject, zegt hij. Al toen De Groot (52) nog werkte bij het nucleaire onderzoeksinstituut NRG in Petten, was hij geïnteresseerd in het idee. In zijn vrije tijd begon hij te sleutelen aan een concept en richtte hij samen met een (inmiddels niet meer bij het bedrijf betrokken) collega Thorizon op.

En zoals dat gaat met uit de hand gelopen hobby’s: op zeker moment besloot De Groot zijn baan bij NRG op te geven om verder te bouwen en financiering op te halen. Dat lukte en zo kon het bedrijf verder groeien.

Gloeiend heet zout

De reactor van Thorizon bestaat uit losse cartridges met brandstof en pompen die het gloeiendhete gesmolten zout circuleren en daarbij het bovenste deel gevuld houden met vloeistof. Daar gebeurt de kernreactie en wordt het zout opgewarmd. Dat hete zout stroomt naar een warmtewisselaar aan de onderzijde om uiteindelijk een stoomturbine aan te drijven die elektriciteit produceert.

In het middelste deel van de reactor zit een bel gas waarop de zoutmassa danst. Mocht de pomp uitvallen, dan beweegt het gas omhoog, waardoor de reactor zijn kritische massa verliest en de reactie stopt. De restwarmte wordt afgevoerd door de reactorwanden.

Hiermee is het concept inherent veilig: zolang er zwaartekracht is, zal de vloeistof bij een storing altijd vallen en stopt het splijtingsproces, aldus De Groot. Zo kan er nooit een meltdown plaatsvinden.

‘Veel experts wilden niet geloven dat het ons was gelukt de vloeistof boven in de reactor te houden’, zegt de ondernemer. ‘Dus we zeiden: kom maar kijken. We kregen zelfs vanuit Frankrijk (Europa’s belangrijkste kernmacht, red.) bezoek.’

Een van de grootste uitdagingen voor Thorizons reactor is de ontwikkeling van een materiaal dat jarenlang bestand is tegen hoge straling en de temperatuur van het gesmolten zout. Dit wordt opgelost door de cartridges na een aantal jaar te vervangen, net als bij de inkjetprinter thuis.

In eerste instantie zal hun levensduur een jaar of vijf zijn. Als er betere materialen worden ontwikkeld, of als de huidige zich bewezen hebben, kan de levensduur langzaam omhoog. De eerste prototypes worden nu gebouwd met VDL en Demcon, met steun van de provincie Noord-Brabant.

Gekkenwerk

De belangrijkste vraag waar De Groot nu mee worstelt: bouwen we om te laten zien dat het idee werkt eerst een kleine centrale die nog geen elektriciteit produceert (en dus geen inkomsten genereert) of gaan we meteen voor een grote en werkende? Een kleine gaat sneller, is goedkoper, en zal daarmee investeerders mogelijk overhalen de buidel te trekken voor een grote. De bouw van een ‘echte’ centrale is daarentegen veel complexer, met alle risico’s op vertragingen en dus hogere kosten.

Om tijd te winnen is het bedrijf alvast begonnen met het aanvragen van vergunningen in Nederland, België en Frankrijk. ‘Ergens is het gekkenwerk’, zegt De Groot, ‘maar het belang van schone en onafhankelijke energie is te groot om dit niet te doen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next