In Londen is gedurende het weekeinde het elfde seizoen in de Formule E afgesloten. In het ExCel London stonden twee races op het programma als afsluiter, waarin tot aan de finish werd geknokt voor de posities - de wereldtitel was wel al vergeven, dus die spanning was er niet meer.
Race éénBij zijn voorlaatste optreden voor Jaguar TCS Racing boekte Nick Cassidy een overtuigende overwinning in de eerste race van de seizoensfinale. Vanaf de vijfde startplaats wist de Nieuw-Zeelander snel op te rukken in het veld. In ronde 27 nam hij met behulp van Attack Mode de leiding over van Nyck de Vries (Mahindra), die tot dat moment een sterke race reed vanaf de eerste startrij. De Vries had eerder in de dag al indruk gemaakt door zich als tweede te kwalificeren, achter pole-sitter Mitch Evans (Jaguar TCS Racing), die de race uiteindelijk slechts als tiende zou beëindigen.
Cassidy bleef na een late safety car-fase foutloos en reed naar zijn tweede overwinning op rij en zijn derde in de laatste vijf races. De Vries eindigde op anderhalve seconde als tweede, zijn tweede podiumplek van het jaar, terwijl Pascal Wehrlein (Porsche) het podium completeerde. Stoffel Vandoorne (DS Penske) werd vierde, voor Jake Dennis (Andretti) en Jean-Éric Vergne (DS Penske). Edoardo Mortara (Mahindra) werd zevende, vlak voor Robin Frijns (Envision), die met een indrukwekkende inhaalrace vanaf de 19e startplek als achtste finishte.
Race tweeCassidy sloot zijn periode bij Jaguar in stijl af door ook de slotrace van het seizoen te winnen. Bij de start pakte hij direct de leiding en stond deze, ondanks meerdere neutralisaties, niet meer af. De Nieuw-Zeelander werd daarmee de eerste coureur sinds António Félix da Costa in 2020 die beide races van een seizoensfinale wist te winnen. Met zijn dubbelzege verzekerde Cassidy zich van de tweede plaats in het kampioenschap, achter Oliver Rowland (Nissan), die door een botsing met Nico Müller (ABT Cupra) uitviel, maar in Berlijn twee weken eerder de titel al veilig had gesteld.
De Vries reed opnieuw een sterke race en werd wederom als tweede geklasseerd, nadat Evans een tijdstraf van vijf seconden kreeg voor te snel rijden tijdens een full course yellow. Sébastien Buemi (Envision) werd derde, voor Dennis en Evans, die na zijn straf als vijfde eindigde. António Félix da Costa (Porsche), Maximilian Günther (DS Penske), Wehrlein, Lucas di Grassi (ABT Cupra) en Vergne maakten de top tien compleet. Frijns viel in de slotfase ver terug en sloot het seizoen af met een 14e plaats, terwijl Porsche de constructeurstitel veiligstelde.
Source: Fok frontpage