‘Dit is dus het antwoord waar ik al vijf jaar op wacht en dat onlangs is gekomen, min of meer zoals ik hier ben gekomen, een beetje dronken, niet wetend hoe ik ga worden ontvangen.’ Een zomers verhaal over de liefde van de Franse schrijver Félicia Viti.
De overweldigende hitte en de frisse wind trekken samen op om me te laten voelen dat ik thuis ben. De terugkeer van de hitte en mijn eigen terugkeer hier, waar ik niet op mijn plek ben. Ik heb niet het gevoel dat ik welkom ben, en toch ben ik er, op stilzwijgende uitnodiging.
Mijn achterneefjes worden gedoopt. De maand juni implodeert in haar tere uitbundigheid, het veld moet gemaaid en mijn benen moeten nog onder me worden weggeslagen. De klappen van het onuitgesprokene. Ik ben naar mijn familie gekomen, maar mijn vriendin is er niet. Ze had de moed niet. Hoe moeten we de wereld trotseren zolang die ons eigen beeld niet terugkaatst?
In Zomerhitte schrijven zes Europese schrijvers over de zomerse warmte van de liefde. Deze week: Félicia Viti. Haar debuutroman Het verticale meisje (2025) won onder andere de Prix de Sade, voor grensverleggende erotische literatuur. De vertaling is door Kiki Coumans.
Diep vanbinnen begreep ik waar haar weigering vandaan kwam en dus ging ik mijn familie alleen trotseren. Ik zei tegen mijn neef dat ik wil trouwen, niet met hem, maar met haar, met mijn vrouw. Hij, en een ander, zijn zo aardig om te zeggen dat alles klaarstaat. Dat ze alles zó nog eens over kunnen doen. Dat ik het alleen maar aan mijn vader hoef te vragen.
Weer die zelfgenoegzaamheid. Iets dat niet is zoals het hoort, net als ik met mijn liefde. Toch had ik het absolute open en bloot willen tonen. Mijn verliefdheid, waar ik een hoge prijs voor betaal, die zelfs ongepast is. Mijn vrouw en ik op Corsica. Onze liefde open en bloot, voor mijn grootmoeder, voor mijn vader, voor de hele familie, maar dat was niet het geval.
In plaats daarvan was ik overgeleverd aan de totale slapheid van mijn familie. Mijn vader ‘kletst’ tegen iedereen, mezelf inbegrepen. Mijn oom Ange is terug uit Marseille. Elegant en trots als alle broers van mijn vader. Iedereen is er, en nog steeds hebben ze mij niet gevraagd als peettante. Ik ben bedrukt maar ook blij er te zijn. Met of zonder haar die me altijd vergezelt, waar ze ook heengaat, waar ik mijn voeten ook neerzet. Ze heeft dezelfde naam als mijn nicht, maar ze is mooier. Mijn liefde, mijn vrouw, mijn plek, ontoegankelijk en onwankelbaar.
Toch komt er hier niets van die liefde terecht. Niets anders dan een gebiedje in mijn hoofd. Een plek waar ik aan haar denk. Bloedeloos ging ik naar huis, vol champagne en razernij maar met een rust waar ik recht op meende te hebben.
Pas in de ochtend zei mijn vader het. Een vader die wacht als een regisseur. Een dirigent, met een grijns om zijn lippen. ‘Je hebt een brief gekregen.’ Hij reikt hem me aan zoals hij me eieren of de sla aanreikt. Ik kijk naar de naam op de envelop en vraag hoelang die brief er al ligt. Hij zegt ‘vijf, zes’, ik vraag ‘maanden?’, hij zegt ‘dagen’.
Ik hervind mijn kalmte. Dit is dus het antwoord waar ik al vijf jaar op wacht en dat onlangs is gekomen, min of meer zoals ik hier ben gekomen, een beetje dronken, niet wetend hoe ik ga worden ontvangen. Hij is met de voeten geschreven, deze brief, met de zinnen. Alles staat erin. Alles wat ik nooit heb willen horen, alles wat ik altijd heb gehoopt. De brief die vijf jaar te laat is, precies op tijd in mijn leven. Waarin alles wordt verteld, alles uit de weg wordt geruimd, en ik kijk naar het veld van mijn vader als naar de Hof van Eden. Waar je brieven ontvangt die je niet meer verwachtte en die worden verstopt; en waar je, als niemand kijkt, appels eet die in de zon lagen te rotten.
Dat was dus liefde, die komt altijd te laat, verschroeid door de jaren. Ik heb mijn glas wijn op de brief omgestoten om die uit te wissen. Want op de wereld moet je uitwissen wat je kwelt, dat is ook hoe bomen groeien. Ze maken bloemen en plaats voor nieuwe. In mijn leven zijn zo veel bomen, en in mijn veld ook. Ik kijk naar ze, ze zijn mooi en onveranderd. Er staat me nog maar een ding te doen, kiezen welke ik het liefste wil.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant