DEN HAAG - Soms zijn de statige gebouwen in jouw omgeving zo vanzelfsprekend dat je simpelweg niet meer ziet hoe rijk de geschiedenis van een stad is. Toeristen die speciaal naar Den Haag afreizen om daar iets van te zien, kunnen daar in een korte tijd veel over leren én leren zo een stukje van de typisch Haagse cultuur kennen. Bij de Free Walking Tour The Hague lopen ze in het hoogseizoen, zoals nu in de zomervakantie, dagelijks met een groep door de binnenstad.
De groep belangstellenden verzamelt zich op maandagochtend bij het Mauritshuis. Gids Ronald, die inmiddels vijf jaar rondleidingen geeft, steekt van wal en begint zijn verhaal over het Binnenhof, waar nu flink verbouwd wordt.
De toeristen kijken vanaf het plein tegen de toppen van de ministeries aan. 'Nu ga ik iets lelijks zeggen', zegt Ronald. 'Weten jullie hoe die tweelingtoren hier in Den Haag wordt genoemd? De groep reageert afwachtend. 'De tieten van Den Haag.' De buitenlandse toeristen barsten in lachen uit.
Dan gaat de tour in de richting van het Binnenhof. In de wandeling daarnaartoe wordt vanuit een raam het meisje met de parel gespot.
'Is dat het echte schilderij?', vraagt iemand. Een tweede verbetert haar. 'De echte hangt in dat museum.'
Het schilderij is wel het volgende onderwerp van de tour. 'Meisje met de parel was duur om te maken', weet Ronald. 'De blauwe kleur was duur pigment en moest uit Afghanistan komen. En het heeft veel blauw.'
Snel pakt hij een fotokopie waarop hij de afbeelding laat zien. 'En vanuit welke hoek je ook kijkt, ze blijft je aankijken', zegt de gids terwijl hij de fotokopie over en weer laat zien. 'Niemand weet wie zij was. Dat blijft een mysterie.'
De wandeling gaat verder langs Hotel des Indes, het bekende luxueuze hotel. 'Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand gebruikt als hoofdkwartier van de Gestapo', vertelt Ronald. Tegelijkertijd was het gebouw een onderduikadres. Op het dak stond een duiventil, waar joodse mensen schuilden.
Aan de Duitsers werd toen verteld dat daar het overgebleven eten voor de duiven was, maar in werkelijkheid werd het aan de joodse onderduikers gegeven. 'Eigenlijk zaten de onderduikers recht onder hun neus te schuilen', vertelt Ronald.
Via de ambassades verplaatst de groep zich naar de andere kant van het Lange Voorhout. Daar werd iets bijzonders uitgevonden.
Ronald vertelt: 'Hier woonde een militair: Hendrik Hop. Hij liet een kop koffie met veel suiker op het fornuis staan en dommelde in. Toen hij wakker werd was het goedje zo hard als steen. Hij nam een stukje van, sabbelde erop en vond het heerlijk.' Het Haagsche Hopje was geboren.
Ronald: 'Ja, en dan willen jullie het natuurlijk ook proeven.' De gids pakt een blik met Haagsche Hopjes en deelt het snoep uit. Terwijl de toeristen rustig sabbelen, gaat de gids verder met de wandeling door de binnenstad.
De belangstellenden lopen tegen de Grote of Sint Jacobskerk aan. Het is precies 12.00 uur en het carillon is te horen.
'Dit wordt live gespeeld', vertelt Ronald. 'Dit staat niet op een bandje.'
De laatste lus van de wandeling gaat door de Passage naar de Hofvijver, waar de wandeling wordt afgerond. Daar neemt Ronald afscheid van zijn groep toeristen, met wie hij twee uur lang informatie deelde.
Een stel dat nog even met Ronald nakletst laat weten absoluut geen spijt te hebben van hun bezoek. 'We verblijven in Amsterdam en mij werd eigenlijk afgeraden om hier heen te gaan', vertelt een Duitse toerist.
'Maar ik vond de architectuur heel mooi', zegt hij terwijl hij om zich heen kijkt. Zijn vriendin vult aan: 'Het is hier schoon, minder massaal en de mensen zijn vriendelijk', lacht ze. 'Ik vind deze stad leuker dan Amsterdam.'
Source: Omroep West Den Haag