Home

‘Ik, de ander’ van Jante Wortel is een must-read voor iedereen die weleens een toxische relatie heeft gehad

Met vaste hand dirigeert Jante Wortel je het giftige moeras van een toxische relatie in. De stilistische distantie heeft een Sally Rooney-achtige kwaliteit.

is literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.

Het zou jou niet gebeuren. Jíj zou je nooit laten kleineren. Je zou ongevoelig zijn voor de manipulatieve trucjes. Je zou ervandoor gaan bij de eerste rode vlag.

Of, nou ja, bij de eerste keer dat je door hem vernederd wordt toch zeker. Als je erachter komt dat er een ander in het spel is – ja, dat is voor jou de absolute grens.

Nee, serieus, als hij je een keer hardhandig vastpakt ben je écht weg. Voorgoed. Tot hij weer belt. Want hij, tja, hij is anders.

Hoewel het begrip ‘toxisch’ lastig te omschrijven is en te pas en te onpas gebruikt wordt – ik hoorde een meisje van een jaar of 20 zeggen dat ze de rij voor de dixies op een festival toxisch vond (en ik begreep haar eigenlijk wel) – zal niemand ooit in een toxische relatie willen terechtkomen.

Hoi, ik ben Hans

Het probleem van zo’n relatie is dat die zich nooit als zodanig aan je voorstelt: hoi, ik ben Hans en ik ga jou psychisch helemaal kapotmaken door je te gaslighten, je zelfvertrouwen te ondermijnen en je autonomie af te pakken. Wijntje?

Nee, het venijn begint pas als je al emotioneel betrokken bent en niet zomaar meer terug kunt. Hoe dat gaat, beschrijft Jante Wortel (1996) in haar tweede roman Ik, de ander.

‘Ze ontmoet hem op de nieuwjaarsborrel’, zo begint het eenvoudigweg. Ze maken een praatje, niks bijzonders, maar ze heeft ‘nog nooit zo letterlijk een klik gevoeld’ en aan het eind van de avond hangt zijn sjaal om haar nek.

Het is de opmaat van speels geflirt. Ze sturen elkaar berichtjes, soms komt hij aan haar bureau een praatje maken, nu en dan legt hij ongezien een suikerklontje uit de koffiecorner op het hoekje van haar tafel. ‘Wat dat betekent weet ze niet, maar het betekent iets. Niemand anders ziet het. Alleen zij.’

Het gevoel uitverkoren te zijn, dat is van belang. Hij ziet iets in haar wat niemand anders ziet. ‘Hij zegt: ik ken echt geen enkele vrouw zoals jij. Iemand die nog zo puur is.’

Ze begint het te geloven. Dan: nachtenlange gesprekken, zijn ogen waarmee hij haar doorboort, de weekmakende beslistheid waarop hij zegt ‘vanavond blijf je’, en ja, dat doet ze, deze naamloze jonge vrouw: ‘Ze kent hem pas een paar weken maar voelt nu al: jou had ik nodig.’

Niet zo irritant huilen

Dus als hij haar vertelt dat er ook een ander is – hallo, rode vlag! - accepteert ze dat. En daarmee gaat ze een grens over: hierna is alles acceptabel, en dat weet hij ook. Zijn gedrag wordt extremer, hij heeft steeds meer kritiek op haar, liefkozingen zijn niet vanzelfsprekend, die moet ze verdienen, soms laat hij dagenlang niets van zich horen. Ze moet zich kuiser kleden, stoppen met roken, haar bord leegeten, normaal zitten, niet zo irritant huilen.

Hij stuurt haar weg en als ze dan daadwerkelijk wil gaan verwijt hij haar dat: ‘Kijk wat er van je geworden is.’

Met vaste hand dirigeert Wortel je dit giftige moeras in. De manier waarop ze de relatie tussen deze twee mensen beschrijft doet denken aan de stijl van Sally Rooney, die vaak benoemt wat de personages doen in plaats van de actie te laten zien (‘hij houdt afstand’, ‘ze kan zich niet concentreren’, ‘hij is vaak humeurig’).

Gesprekken worden gevoerd, maar je krijgt nooit te horen waarover, paniek komt ‘explosief tot uiting’, maar hoe precies wordt niet verteld, er is een moeilijk verleden, maar dat blijft vaag.

Het geheel krijgt daardoor iets analytisch en afstandelijks, als een therapeutisch verslag, ook doordat alles wordt verteld in de derde persoon enkelvoud. Dat werkt goed, juist omdat het in feite allemaal zo emotioneel en heftig is. Had je dit allemaal vanuit een directe ik-vorm moeten lezen, dan was je waarschijnlijk murw geworden van alle heen en weer schietende gevoelens.

Wapperende vlaggen

De stilistische distantie leidt op een wonderlijke manier zelfs tot meer betrokkenheid, over de schouder van de verteller kijk je mee naar deze vrouw, je wilt haar wijzen op al die wapperende vlaggen, maar ze is onbereikbaar, waardoor je alleen nog maar harder wilt roepen: doet dat nou niet, ga daar weg, bel je moeder!

Niet dat ze dom is, deze vrouw, nee, ze heeft heus wel door dat ze slecht behandeld wordt. Het verbaast haar zelf ook. Ze heeft altijd gedacht dat dit haar niet zou overkomen. Ze is een sterke vrouw, iemand die weet wat ze wil en daarnaar handelt. Maar ze treft hem net op een kwetsbaar moment, tijdens een periode in haar leven waarin ze aan alles twijfelt. Hij speelt daarop in, hij weet wat ze nodig heeft, kan haar leiden. ‘Hij wil niets anders dan haar het juiste pad laten zien.’

In sommige romans blijf je maar zinnen onderstrepen omdat ze zo veelzeggend zijn. Ik, de ander is zo’n boek – kijk alleen al naar de hoeveelheid zinnetjes die ik in dit stuk aanhaal. Vrijwel elke zin draagt bij aan het indringende beeld dat Wortel van een toxische relatie oproept; de fnuikende onvoorspelbaarheid, de emotionele manipulatie en de desastreuze zelfbegoocheling. ‘Voor zichzelf praat ze het goed. Haar onderbuikgevoelens slaan nergens op. Iedereen is anders. Hij is anders.’

Jante Wortel: Ik, de ander. DasMag; 184 pagina’s; € 22,99.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next