Het leven: wat dachten we, wie waren we en hoe is het allemaal zo gekomen? Deze week: na de scheiding van zijn ouders leerde Jeangu Macrooy dankzij Kelly Clarkson de troostende kracht van muziek kennen.
‘Dit zijn mijn tweelingbroertje en ik. We zijn hier 1 jaar oud. Welke van de twee ik ben, weet ik zelf niet eens. Op foto’s van toen we heel jong waren, is het onderscheid zelfs voor ons lastig te zien.
‘We staan op het balkon van mijn ouderlijk huis in Paramaribo. Ik herken onze kast op de achtergrond, vol met boeken en VHS-banden. Het is de woonkamer waar ik als kind heel gelukkig ben geweest. We hadden een huis met een groot erf, vol met mango-, bananen- en papayabomen. Ik vond opgroeien in een tropisch land heel fijn, we waren veel buiten.
‘In dit huis heb ik gewoond tot mijn 20ste, tot ik naar Nederland verhuisde. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 10 was, maar mijn moeder woont nog steeds in dat huis. Als ik terugga naar Suriname, en dat probeer ik jaarlijks te doen, slaap ik in mijn oude kamer. Het geeft me een geborgen gevoel dat ik kan terugkeren naar mijn basis, de plek waar ik mijn eerste stappen heb gezet. Dat huis voelt als een soort anker.’
Grote verwachtingen is een zomerrubriek van Volkskrant Magazine waarin bekende Nederlanders uit hun fotoalbum putten en praten over hun verwachtingen.
Naam: Jeangu Macrooy
Leeftijd: 31 jaar
Is: singer-songwriter, artiest en musicalster
Bekend van: zijn drie albums, komend najaar verschijnt zijn vierde album en gaat hij op theatertournee. Momenteel speelt hij in de musical Hadestown – tot 24 augustus te zien in het Koninklijk Theater Carré.
‘Deze foto is gemaakt in Osdorp in Amsterdam, aan de Sloterplas. Daar woonden mijn grootouders. Mijn moeder is met haar ouders naar Suriname verhuisd toen ze 3 was. Op de middelbare school heeft ze mijn vader ontmoet. Mijn oma is later teruggekomen naar Nederland, waar ze mijn opa heeft leren kennen. Officieel is het mijn stiefopa, maar zo zie ik dat niet.
‘Deze foto is genomen in het jaar voordat we naar school gingen. Vlak daarvoor waren we voor het eerst in Nederland. Ik weet niet of het kan, maar voor mijn gevoel heb ik herinneringen aan die reis. Ik heb het idee dat ik me het vliegen kan herinneren, dat ik uit het raam keek en Nederlandse landschappen zag. En dat we naar Artis en de Efteling gingen.
‘Op de meeste kinderfoto’s sta ik met mijn broertje. Vanaf het allereerste begin ben ik nooit alleen geweest. Zeker in het begin van ons leven was dat heel fijn – ik had altijd een beste vriend om mee te spelen. We deelden dezelfde kamer en hadden veel lol. Later kwam ik erachter dat het zijn van een tweeling ook uitdagingen heeft. We werden vaak gezien als een geheel en dat kan ertoe leiden dat je niet goed weet wie je zelf bent. Het is goed geweest om ons te focussen op ons eigen leven en te ontdekken wat onze verschillen zijn.’
‘Mijn eerste passies waren tekenen en schilderen, mijn eerste droom was om kunstenaar of schilder te worden. Hier zitten we vrolijk aan de keukentafel, kliederend met verf. Mijn broertje en ik maakten samen een tekening – we begonnen met de zon, wolken, vogels, dan draaiden we ’m om en dan begonnen we aan het huis.
‘Mijn moeder zegt dat we al tekenden sinds we een potlood konden vasthouden en dat we altijd aan het krabbelen waren. Dat herinner ik me uit mijn jeugd. Als ik door oude schriften blader, zie ik overal tekeningen. Tekenen doe ik nog steeds graag.’
‘Dit was bij mijn tante thuis, met wie ik nog steeds een goede band heb. Zij speelt bas en is als theatermaker en actrice actief in Suriname en Nederland. Dat zaadje voor muziek werd hier al geplant.
‘Ik ben altijd omringd geweest door creativiteit, het werd thuis altijd gestimuleerd. Mijn ouders werken niet in de creatieve sector – mijn vader is financieel manager en mijn moeder geeft Nederlands op het hbo – maar ze houden van muziek. Dat heb ik niet van een vreemde.
‘Mijn ouders hebben mij nooit beperkt in de mate waarin ik mocht dromen. Als kind heb ik nooit gehoord dat ik niet kon zijn zoals de mensen die we op televisie zagen. Ik heb altijd in mezelf geloofd. Dat was niet gebaseerd op mijn ‘uitzonderlijke talent’ – ik was geen wonderkind – maar ik ben nooit beperkt in mijn vrijheid van expressie. Dat is de basis geweest voor wie ik nu ben en wat ik kan.’
‘Op de foto zie je het ritueel waarbij ik een hostie krijg, een stukje brood dat symbool staat voor het lichaam van Christus. Als je dat eet, word je gereinigd en gezegend. Ik zie mijn zenuwachtige gezicht. Ik dacht: dit is zo heilig, dit wordt het lekkerste dat ik ooit ga eten. Toen ik het niet lekker vond, was ik teleurgesteld.
‘In die tijd was ik gelovig. Ik ben gedoopt, ging naar de kerk en zat op een christelijke school en ik kreeg bijbellessen. Het idee van de kerkgemeenschap vond ik mooi: samenkomen, een plek waar thema’s als troost, vergiffenis, verbinding en verzoening centraal stonden.
‘Toen ik op mijn 17de wist dat ik op mannen viel, ben ik gestopt met gaan. Rond die periode had de paus iets gezegd over dat queer mensen ziek zouden zijn. Ik dacht: waarom ga ik nog naar de kerk, als het hoofd van alle kerken zoiets zegt?
‘Mijn ouders vroegen niet waarom ik niet meer wilde gaan, we gingen sowieso al niet vaak meer. We waren er vooral met kerst en Pasen. Ze waren enigszins teleurgesteld, maar meer omdat het een gezellige familietraditie was.
‘Ik sta nog steeds ingeschreven bij die kerk. Om me uit te schrijven, moet ik daarnaartoe. Dat is een heel proces, maar uit principe wil ik dat wel doen.’
‘Op deze foto ben ik een stuk gereserveerder. Ik zie veel verdriet en onzekerheid. Dit was geen fijne periode. Mijn ouders waren het jaar daarvoor gescheiden, dat kwam als een shock. Mijn vader had een andere vrouw en ging uit huis. Hij is altijd in mijn leven gebleven, maar als 10-jarige dacht ik dat hij uit huis ging, omdat hij niet meer van ons hield. Ik ontwikkelde een soort minderwaardigheidscomplex: was ik niet goed genoeg om voor te blijven? Onze zorgeloze, gelukkige kindertijd was voorbij.
‘Ik ben vrij introvert en ik vermoed dat dat pas na de scheiding is ontstaan. Mijn moeder kwam in een overlevingsstand en ook met mijn broer praten was lastig. Hoe doe je dat als je 10, 11 bent? Samen in therapie gaan was niet gebruikelijk, maar achteraf gezien denk ik dat dat goed was geweest.
‘Er was nauwelijks ruimte voor hoe ik me voelde, dus vluchtte ik in het creatieve. Zingen, tekenen en schilderen waren manieren waarop ik me kon uitdrukken. Ik kon mijn gevoelens erin kwijt. Het eerste album dat ik kocht was Breakaway van Kelly Clarkson. Toen ik het nummer Because of You hoorde, waren mijn ouders net gescheiden. Ik had het gevoel dat het over mij ging. Sindsdien voel ik: muziek biedt mij troost en een luisterend oor.’
‘In mijn pubertijd had ik het gevoel dat ik anders was: ik was een tweeling, las graag, maakte muziek, droeg een bril, tekende en voelde me aangetrokken tot jongens. In die tijd waren er kinderen die niet zo aardig waren. Ik was, en dat ben ik nog steeds, heel gevoelig. Ik denk dat het opviel dat ik zachter was. Mijn vrienden op school waren vooral meisjes, op emotioneel vlak kon ik me daar meer mee binden.
‘Ik was 13 toen ik mijn eerste gitaar kreeg. Ik zei tegen mijn moeder dat ik artiest wilde worden, waarop zij antwoordde: ‘Dan moet je naar het conservatorium.’ Ik wist niet wat dat was, maar vanaf dat moment was er geen twijfel meer dat ik dat zou gaan doen. Ik deed er alles aan om dat mogelijk te maken: ik had muziek-, zang- en gitaarlessen, zat op een kunstacademie voor jongeren en later op de vooropleiding voor het conservatorium.’
‘Dit was tijdens een groot concert in de kathedraal van Paramaribo, waar ik met mijn broertje een nummer mocht zingen. Op deze foto zie ik meer rust.
‘Dit was het jaar dat ik stopte met naar de kerk gaan. Ik was nog niet uit de kast, maar voelde me eigenlijk heel oké met wie ik was. Alleen mijn moeder had ik het verteld, zij zei dat ze het al wist en dat het niets uitmaakte. Pas in Nederland, ik was toen 20, kwam ik uit de kast. Ik dacht: dit is het land van het eerste homohuwelijk, hier kan het.
‘Ik wilde popmuziek maken, mijn eigen muziek schrijven. Nederland voelde als een logische keuze, ook omdat ik hier veel familie heb. In mijn tweede jaar op het ArtEZ-conservatorium in Enschede kwam mijn debuut-EP uit. Vanaf dat moment is het bizar snel gegaan.
‘Ondanks mijn succes heb ik tot mijn 27ste last gehad van dat minderwaardigheidscomplex. Het grootste gedeelte van de tijd voelde ik me onzeker. Ik heb behoorlijk wat therapie nodig gehad om nu te kunnen zeggen dat ik blij ben met wie ik ben. Ik heb het gevoel dat ik terecht ben gekomen waar ik zou moeten zijn. Dat ik nu doe waar ik ooit van droomde, is een zegen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant