Home

Op Rutger Bregmans School of Moral Ambition begint een betere wereld nog steeds bij jezelf

Onder luid gejuich en gemopper lanceerde Rutger Bregman vorig jaar zijn boek en school gewijd aan ‘morele ambitie’. Een oproep aan hoogopgeleiden om hun ‘verspilde’ talent in te zetten voor de wereldproblematiek. Maar hoe? De Volkskrant keek een half jaar mee met een ‘morele-ambitiecirkel’.

is economieredacteur. Ze is specialist arbeidsmarkt en sociale zekerheid.

‘Een hockeystickcurve.’ De metafoor waarmee Arno Nijhof (36) de ontwikkeling van zijn idealisme schetst, verraadt wel dat de Amsterdammer in de consultancy werkt. Aan de hand van een zelfgetekende grafiek legt hij zijn zeskoppige gehoor – een chirurg, twee bankiers en drie mede-consultants – uit welke weg hij heeft afgelegd om met hen in deze ‘morele-ambitiekring’ te belanden.

Lang was er niet zoveel, tot hij zes jaar geleden zijn vriendin leerde kennen. ‘Zij was zo iemand die zei: heb je deze docu gezien? Waarom eet je nog vlees?’ Nijhof ging vegetarisch eten, verruilde de vliegvakantie voor treinreizen. Maar zijn grafiek schoot pas echt de hoogte in toen Morele Ambitie van Rutger Bregman op zijn pad kwam. ‘Dat zette me aan het denken’, zegt Nijhof. ‘Hoe kan ik mijn human capital inzetten om de wereld beter te maken?’

Want dat is waar het om draait in het nieuwste evangelie van de Houtense historicus. Vorig jaar publiceerde Bregman met veel mediaspektakel zijn zelfhulpboek om de wereld te helpen: Morele Ambitie. Een pleidooi aan het adres van consultants, bankiers en advocaten om hun talent niet langer te verspillen aan ‘bullshitbanen’ op de Zuidas, maar in te zetten voor de grote problemen van deze tijd.

Om te voorkomen dat hij, net als na zijn vorige bestsellers, weer jarenlang Amsterdamse debatzaaltjes, Amerikaanse talkshows en Zwitserse miljardairs-conferenties zou moeten afstruinen om mensen een bewustzijn te schoppen waar ze vervolgens niets mee deden, lanceerde hij tegelijk met de publicatie ook de School of Moral Ambition. Dit ‘Zweinstein voor idealisten’ moet toptalenten helpen om ook daadwerkelijk het roer om te gooien.

Dat doet de school door hen met stipendia uit hun banen te kopen, bijvoorbeeld om de tabaksindustrie naar de verdoemenis te procederen of de eiwittransitie te versnellen, en ook met zogeheten ‘cirkels’. In dit veranderprogramma brainstormen groepen van 6 tot 8 deelnemers in acht bijeenkomsten over hoe ze hun carrière de juiste kant op kunnen sturen. Het zijn – in de woorden van Bregman – safespaces voor deugers.

De Volkskrant keek een halfjaar mee met zo’n cirkel (er zijn er inmiddels een kleine driehonderd) om te onderzoeken: wie voelt zich aangesproken door de oproep van Bregman en hoe moeilijk is het eigenlijk om je carrière om te gooien?

Sessie 1:
Hoe moreel ambitieus ben je?

Het is nog de tijd van bleke gezichten en donkere avonden – ook wel bekend als februari – als de zes deelnemers van de cirkel samenkomen in de Amsterdamse bovenwoning van bankier Monique Klopper (40). Het zestal zit, niet geheel toevallig, in een kring, met in hun midden ‘cirkelveteraan’ Hein Brekelmans (44). Het is de tweede keer dat de joviale Amsterdammer met hoorbaar Brabantse roots aan een cirkel deelneemt, wat hem tot leider van deze groep heeft gebombardeerd.

Brekelmans werkt op de duurzaamheidsafdeling van een grote bank. Daar wil hij met zijn uitgesprokenheid nog weleens de boel ontregelen, maar in deze cirkel is Brekelmans juist degene die de orde bewaart. Hij leidt de bespreking van de huiswerkopdrachten in goede banen, beheert de Signalappgroep en herinnert de groep elke sessie aan haar grondbeginselen, bestaande uit ‘de vijf C’s: confidentiality, commitment, curiosity, courage en challenge’.

‘Vandaag’, zegt Brekelmans met een blik op de PowerPointpresentatie op zijn laptop, ‘gaan we onze morele ambitie in kaart brengen.’ Dat doen de deelnemers door de levensloop van hun idealisme te presenteren. Daarvoor hebben ze thuis, net als Nijhof, een morele-ambitiegrafiek gemaakt. ‘Maar voor we beginnen’, vervolgt Brekelmans, ‘houden we eerst een minuutje stilte om even in het moment te komen.’

Dataspecialist Dennis (42), die niet met zijn echte naam in de krant wil, trapt af. Op het papier dat hij omhooghoudt, heeft hij een grafiek getekend die dicht langs de x-as scheert. Hij eet sinds zijn 30ste weliswaar minder vlees en vliegt minder, vertelt hij, maar in zijn werk in de consultancy houdt hij zich vooral bezig met netelige kwesties als: hoe ontwikkel ik een platform waarmee je kunt voorspellen hoeveel croissants een supermarkt elke dag moet bakken?

En dat begint hem steeds meer tegen te staan. ‘Ik heb lang gedacht dat werk alleen uitdagend en leuk moest zijn’, zegt hij. ‘Nu vind ik het belangrijk dat wat ik privé doe, ook in mijn werk tot uitdrukking komt.’

De morele-ambitiegrafiek van bankier Klopper kent een grilliger verloop, met in haar twintiger jaren een ‘bobbel’. ‘Toen heb ik geld opgehaald voor een weeshuis in Burkina Faso’, verklaart ze. ‘Maar de lijn zakte weer in doordat ik daarna in de finance ging werken.’ Nu doet Klopper naast haar baan vrijwilligerswerk voor vluchtelingen en slachtoffers van de Toeslagenaffaire. ‘Dat is wel goed, maar toch gerommel in de marge’, vindt Klopper.

Daarom heeft de bankier zich aangemeld voor deze cirkel. ‘Ik heb het gevoel dat ik op een kantelpunt zit’, zegt ze. ‘Blijf ik dit werk doen en daarnaast vrijwilligerswerk, of moet ik mijn talenten inzetten voor iets groters? Want wat ik nu doe is niet schaalbaar, het is heel individueel hulp bieden.’ Consultant Nijhoff knikt begrijpend: ‘Jij wilt die multiplier, impact maken.’

Impact maken, dat is ook wat Karin Nielsen (40) ambieert. Tot deze zomer werkte ze nog als chirurg in een academisch ziekenhuis. Maar tijdens haar lange werkdagen kreeg ze steeds vaker het gevoel dat ze ‘op de snelweg zat en de verkeerde kant op keek’. Haar morele-ambitiegrafiek maakte ‘een vrije val’. ‘Er is vergrijzing, maar het enige dat we in Nederland doen is steeds meer geld investeren om mensen effectief een paar weken extra te geven, terwijl op andere plekken in de wereld de impact veel groter kan zijn.’

Het knagende gevoel ging verder vreten, toen Nielsen Rutger Bregman bij Jinek zag. ‘Toen wist ik: ik ben niet de enige met deze zorgen, er zijn mensen van verschillende bloedgroepen en achtergronden die hier ook mee worstelen, dus ik hoef dat wiel niet in mijn eentje uit te vinden.’ Het motiveerde Nielsen dit najaar om haar witte jas aan de wilgen te hangen.

De avocadovormige talkshowtafel van Jinek is niet de enige plek waar Bregman afgelopen jaar mocht aanschuiven om zijn boodschap te verkondigen. Hij was vrijwel onvermijdelijk voor wie de krant las (van de Stentor tot The New York Times), tv keek (van Buitenhof tot The Daily Show) of podcasts luisterde (hij schopte het tot What Now? van Trevor Noah). In de Verenigde Staten, waar Bregman tijdelijk woont om zijn boek en stichting te promoten, belde hij een uur met Barack Obama. En toeval of niet, ineens ging ook de oud-president in interviews prediken dat progressieven hun prioriteiten misschien wat anders moeten stellen dan bij de renovatie van hun zomerhuis in de Hamptons.

Volgens Bregman zelf is al die aandacht voor zijn beweging simpel te verklaren. ‘Iedereen die het nieuws volgt, ziet de immense uitdagingen waar we als mensheid voor staan’, zegt hij via een videoverbinding uit Brooklyn. ‘We worden langzaam gekookt, onze democratie wordt bedreigd, de volgende pandemie kan om de hoek zijn. Steeds meer mensen snappen dat we dat niet gaan oplossen met een paar uurtjes vrijwilligerswerk per week of door ons afval te scheiden. Zij realiseren zich dat het alle hens aan dek is.’

Het is een redenering die hoogleraar economie Robert Dur van de Erasmus Universiteit goed kan volgen. ‘We leven in een periode waarin grote problemen opdoemen, dat maakt dat mensen zich afvragen wat zij kunnen bijdragen’, zegt hij. ‘En dan is het logisch dat zij ook kijken naar die 40, 36 of 20 productiefste uren in de week waarin ze werken.’ Eens te meer omdat het merendeel van de Nederlanders, onder wie voor het eerst ook hoogopgeleiden, geen vertrouwen meer heeft dat de politiek met oplossingen komt.

Zingeving

Al ziet Dur ook nog een andere, nuchterdere, verklaring waarom de oproep voor zinvol werk zoveel weerklank vindt: de conjunctuur. ‘De arbeidsmarkt is heel krap, de banen liggen voor het oprapen’, aldus de econoom. ‘En we weten uit langlopend onderzoek dat zingeving in ons werk in zulke tijden een grotere rol speelt. Dat is heel anders in tijden van werkloosheid; dan staan salaris en baanzekerheid op de eerste plek.’ Zingeving is dus, in zekere zin, een luxegoed.

Veel werkenden denken overigens al dat ze zinvol bezig zijn. Volgens onderzoek dat Dur deed met de econoom Max van Lent vindt 75 procent van de werkenden het eigen werk van maatschappelijk belang, 25 procent twijfelt daaraan. ‘Hier zien we wel verschillen in beroepen’, zegt Dur. Zo zien werkenden in het onderwijs en de zorg hun baan zelden als zinloos, terwijl dit percentage in de sales, finance, marketing en pr juist relatief hoog ligt. ‘Zo twijfelt 33 procent van de bankiers of hun baan een bijdrage levert aan de maatschappij, bij marketeers is dat zelfs 41 procent.’

Het is dus misschien niet zo verwonderlijk dat cirkeldeelnemer Sophie Kelder (34), de enige Rotterdamse in het gezelschap, zich aangesproken voelde toen ze in de trein naar haar werk bij ABN Amro op de Zuidas de reusachtige banner van Bregman zag hangen. Inmiddels heeft de consultant al een nieuwe baan bij een adviesbureau met meer maatschappelijke opdrachtgevers. ‘Maar ik twijfel soms of ik niet te veel uren in de week bezig ben met het maken van mooie rapporten die uiteindelijk in een la belanden’, zegt ze.

De vraag die Kelder zichzelf daarom geregeld stelt, en die resoneert bij al haar cirkelgenoten, is: ‘Doe ik wel genoeg?’

Sessie 4:
welk wereldprobleem pak je aan?

‘Ik heb een update over Kenia.’ De jongste cirkeldeelnemer Jeroen Overschie (29) kijkt de kring rond die zich deze donderdagavond in april voor de vierde sessie in zijn Amsterdamse studiootje heeft gevormd. De AI-specialist werkt voor een consultancybedrijf, maar heeft als onderdeel van de vorige huiswerkopdracht (‘drink koffie met een moreel ambitieus persoon’) gesproken met een oud-collega die voor een medische techstart-up in Afrika heeft gewerkt.

En dat smaakte naar meer. ‘Ik zit eraan te denken om in augustus met onbetaald verlof te gaan en daar pro bono aan de slag te gaan’, zegt Overschie. De groep reageert direct enthousiast. ‘De medische wereld ligt aan je voeten’, verzekert chirurg Nielsen. ‘Gooi wat je daar gaat doen even in gewonemensentaal op de Signal’, zegt cirkelveteraan Brekelmans met een vette knipoog. ‘Dan kunnen we erover opscheppen tijdens borrels.’

Geroutineerd schakelt Brekelmans vervolgens over naar het programma van de avond: ‘Ik wil even met jullie naar de mondiale uitdagingen gaan kijken’, zegt hij. ‘We hebben twee minuten per persoon. Wie wil beginnen?’

Bankier Klopper pakt haar rode Moleskineboekje erbij, daarin heeft ze als onderdeel van het huiswerk een wereldprobleem genoteerd waarvoor ze zich wil inzetten. Dat moet voldoen aan de drie O’s: onderbelicht, omvangrijk en oplosbaar. ‘Ik vind armoede als thema interessant’, zegt ze. ‘Voor de boekenclub heb ik onlangs Tim ’S Jongers gelezen. In Nederland leven 600 duizend mensen onder de armoedegrens, dat vind ik echt heel veel.’

Brekelmans knikt: ‘Niet onderbelicht’, constateert hij. ‘Maar wel omvangrijk.’

Ook consultant Nijhof ‘heeft getwijfeld over armoede’. ‘Maar ik ben toch gegaan voor de bedreiging van de democratie. Gevoelsmatig komt onze vrijheid in het geding, Rusland probeert invloed te verkrijgen. Ik denk dat het beschermen van de democratie zit in het laten zien dat je daartoe in staat bent – defensie.’ Chirurg Nielsen slaakt een zucht: ‘De democratie verdedigen, jemig de pemig, dat klinkt wel groot.’

Kritiek

Het raakt aan de kritiek die Bregman daags na de publicatie van Morele Ambitie kreeg. Columnisten penden kantlijnen en opiniepagina’s vol over zijn nieuwe ‘persoonlijkheidscultus’. ‘Kleine daden van deugdzaamheid tellen niet in Bregmans universum, je moet hoger mikken’, klonk het. En: ‘Bregman is de verpersoonlijking geworden van datgene waartegen hij strijdt: de verspilling van talent.’

Hoewel zingevingsonderzoeker Maroesjka Versantvoort van het Sociaal en Cultureel Planbureau het initiatief van Bregman toejuicht, deelt ze deels de kritiek. ‘Het doel om in je eentje wereldproblemen op te lossen, is zo groot’, stelt zij. ‘Het past erg in deze tijd waarin we ons op platforms als LinkedIn willen onderscheiden van de rest, maar ik heb niet de overtuiging dat de huidige uitdagingen door individuen kunnen worden opgelost.’

Bovendien, zo vervolgt de onderzoeker die eveneens als hoogleraar verbonden is aan de Protestantse Theologische Universiteit: ‘Waarom moet het per se over de grote abstracte wereldproblemen gaan? Terwijl werkenden ook op een meer alledaagse basis een bijdrage kunnen leveren: de bouwvakker die de noodzakelijke huizen metselt of de hulp die de was strijkt. Waarom kan het niet handzamer, dan spreekt het ook meer mensen aan dan alleen die paar supertalenten.’

Groot denken

Het is kritiek die aan de andere kant van de oceaan een stuk minder luid klinkt, tot milde vreugde van Bregman. ‘New York is een plek waar je ambitieus mag zijn, groot mag denken’, zegt hij. ‘Waar het mij om gaat is dat ik niet ten prooi wil vallen aan de tirannie van lage verwachtingen. Mensen zeggen vaak: laten we de wereld een beetje beter maken. Dan denk ik: waarom een beetje? Zullen we ’m veel beter maken?’

Hij benadrukt dat morele ambitie heus niet alleen is weggelegd voor een geprivilegieerde groep. ‘Waarom je me wel vaak op hen hoort focussen is omdat ik echt wel verontwaardigd ben over mijn eigen bubbel, die zich bewust is van alles maar niets doet. Bovendien: als ik overtuigend wil zijn, wie kan ik dan het beste aanspreken? Moet ik naar de Schilderswijk gaan en zeggen: jullie doen het verkeerd hier? Dat zou lachwekkend zijn.’

In het studiootje van de jonge AI-specialist Overschie zijn de cirkeldeelnemers zich maar al te bewust van hun privileges. ‘Ik heb zes van de zeven vinkjes’, zegt bankier Klopper. ‘Juist daarom vind ik dat ik een verantwoordelijkheid heb iets te doen.’ Daar kan de Rotterdamse Kelder zich alleen maar bij aansluiten. ‘Ik ben het verschuldigd iets terug te doen voor alle kansen die ik heb gehad’, vindt zij. ‘Ik heb mogen studeren, een huis kunnen kopen.’

De vraag is vervolgens wel: hoe en waar zet je die talenten dan het meest succesvol in? ‘Ik ben op dit moment aan het solliciteren’, vertelt dataspecialist Dennis. ‘Maar dan denk ik: waar kan ik de meeste winst behalen? Kan ik beter een vervuilend bedrijf als de Havens helpen om minder CO2 uit te stoten of een goed bedrijf als Patagonia helpen om meer T-shirts te verkopen?’

Consultant Nijhof snapt het dilemma: ‘Je kan bij hele foute bedrijven hele goede dingen doen en andersom.’

Sessie 6:
wat zijn de obstakels?

‘Ik merk dat ik aan het radicaliseren ben.’ Kelder kijkt ernstig de cirkel rond – het zevental is dit keer met snackwortels en Vrijwitjes neergestreken op de hoekbank van consultant Nijhof. ‘Ik kan me niet meer voorstellen dat ik ooit voor ABN heb gewerkt’, vervolgt de Rotterdamse. ‘Ik zat de afgelopen dagen ook het nieuws te lezen en dan denk ik: ik moet nú iets doen, maar dan weet ik niet wat en raak ik verstrikt.’

Heel herkenbaar, vindt chirurg Nielsen. ‘Dat idee van: de wereld staat in de fik, wat voor groots ga ik doen? En dan vervolgens de verlamming.’

Hun gevoel sluit goed aan bij de sessie die Brekelmans voor deze woensdagavond in mei heeft voorbereid. ‘De vorige keer hebben we een probleem gekozen’, zegt hij. ‘Nu gaan we proberen elkaar verder te helpen.’ Ter voorbereiding hebben alle deelnemers twee uur lang aan introspectie gedaan. Mijmerend in volkstuintjes, op stranden of op zakenreis in Lissabon hebben zij nagedacht over hun woop, oftewel: ‘wish, outcome, obstacle, plan’.

Bankier Klopper is van plan verder te gaan op het gebied van armoede, vertelt ze. ‘Ik wil dit een plek geven in een volgende functie dus ik wil onderzoeken wat er binnen de bank gebeurt aan armoedebestrijding, maar ook daarbuiten – en afwegen wat ik bereid ben daarvoor in te leveren.’ ‘Wat is je gevoel erbij als je een stap terug zou moeten doen in salaris?’, wil AI-specialist Overschie weten.

Dat wil Klopper voor zichzelf in Excel zetten. ‘Ik wil kijken wat oké is: 20 procent minder of 30 procent minder? Het voelt heel erg’, vervolgt ze schuldbewust. ‘Want ik vind dat ik belachelijk veel verdien, dus ik vind dit een enorm zwaktebod van mezelf, maar dat is nu eenmaal een gegeven. De consequentie van de gouden kooi.’ Brekelmans probeert hardop mee te denken: ‘Heb je een huishoudster?’, vraagt hij. ‘En zou je bereid zijn die op te geven?’

De cirkelveteraan herkent het ‘duivelse dilemma’ maar al te goed omdat hij er zelf ook mee worstelt. Ook hij is aan het kijken naar functies buiten de bank en weet inmiddels dat die een stuk minder verdienen. ‘Eigenlijk zou ik verplicht zijn om in een kleiner huis te gaan wonen, want ik heb een hypotheek en ik moet mijn huidige baan bijna wel aanhouden om die te kunnen betalen. Maar ik heb ook de zorg over een kind en ik geniet zo van mijn tuin.’

Volgens zingevingonderzoeker Versantvoort is het dilemma van de cirkeldeelnemers heel begrijpelijk. ‘Werk is een belangrijke marker van onze identiteit en heeft veel verwevenheid met de andere domeinen van ons leven’, zegt ze. ‘Werkenden zijn ook ouders met een verantwoordelijkheid voor hun kinderen, huurders of hypotheekhouders met financiële verplichtingen. De offers van zo’n baanwissel zijn dus groot en de uitkomst ongewis.’

Voor consultant Nijhof hoeft het dan ook niet zo rigoureus. Hij wil binnen zijn huidige baan kijken of hij meer impact kan maken. ‘De grote switch zit er bij mij nog niet’, zegt hij. ‘Ik wil zeker wat levensjaren opgeven om me in te zetten voor het goede, maar dat kan beter als ik straks financieel vrij ben. En ik heb het gevoel dat ik binnen deze baan nog genoeg kan bijsturen, dus dit kan ik prima aan mezelf uitleggen.’

Die uitspraak roept bij de groep wel wat vragen op: ‘Zeg je nu dat er nog niet zo veel hoeft te veranderen?’, vraagt bankier Klopper. ‘En wat bedoel je met aan jezelf uitleggen?’, wil Overschie weten. ‘Ik probeer te zeggen dat er al veel veranderd is’, zegt Nijhof. ‘Ik heb nu de impact-mindset en ik zie dat er binnen mijn huidige baan veel kansen liggen. In plaats van een nieuwe innovatiecampagne voor Heineken kan ik zeggen: laten we Defensie doen.’

Nog zo’n obstakel dat de deelnemers vinden op hun weg naar morele ambitie: tijd. ‘Het is niet helemaal gelukt met het huiswerk’, verontschuldigt dataspecialist Dennis zich. ‘Er was deze week avondvierdaagse en mijn vrouw was naar een yogaretraite – die ik overigens zelf ook wel kon gebruiken.’ Chirurg Nielsen vindt het lastig niet te zwichten voor ‘dopamine-uitstapjes’ als Netflix of Candy Crush. ‘Ik sluit soms een deal met mezelf’, zegt Kelder. ‘Dan mag ik een film kijken, maar wel een over een belangrijk onderwerp, bijvoorbeeld Dark Waters over de giflozingen van DuPont.’

Klopper vindt het fijn om te merken dat de rest van de groep ook worstelt. ‘Want als je de succesverhalen in het boek leest (over onder anderen de abolitionisten, red.), denk je al snel: waarom lukt dit mij niet?’

De pledge:
wat is de volgende stap?

‘No bubbles yet’, wimpelt Brekelmans de toegesnelde serveerster vriendelijk af. ‘First we have some serious business to do.’ Het is een warme woensdag in juni en het zestal heeft zich verzameld op het zonnige terras van een veganistisch restaurant aan het Amsterdamse IJ. De serious business waar Brekelmans op doelt betreft hun laatste bijeenkomst. Na een half jaar komt de groep nog één keer bij elkaar om hun pledge uit te spreken.

Maar voor het zover is, zegt Brekelmans, ‘wil ik graag horen wat jullie is bijgebleven van deze reis’.

Bankier Klopper heeft niet stilgezeten. Na de laatste sessie is ze lid geworden van twee politieke partijen en heeft ze gesprekken gevoerd binnen de bank en bij de gemeente. ‘Het stroomt’, constateert Brekelmans tevreden. Maar Klopper is zelfkritisch als altijd: ‘Ik had misschien verwacht dat dit programma zou leiden tot een big bang, maar dat is het niet geworden.’

Ook Kelder heeft niet de rigoureuze stappen gezet die ze van tevoren misschien had verwacht, al is ook bij haar een denkproces op gang gekomen – zij wil kijken hoe ze kan bijdragen aan een sterkere democratie. ‘In het boek klinkt dit traject als een soort tunnel van de Soundmixshow: je gaat erin en je komt er anders uit. Dat is het niet’, weet ze nu. ‘Maar het was wel heel fijn om even uit mijn hoofd te zijn en te zien dat ik niet alleen ben.’

Cirkelleider Brekelmans hoort de deelnemers geduldig aan: ‘Elk stapje vooruit is toch al goed?’, zegt hij bemoedigend. ‘Beter heel veel kleine stapjes dan één grote die je nooit zet’, vindt ook consultant Nijhof. Maar Kelder blijft kritisch: ‘Niet als het een excuus is om te weinig te doen.’ Bankier Klopper lacht: ‘Straks schaamt Rutger Bregman zich nog voor ons.’

Maar Bregman snapt desgevraagd maar al te goed dat de cirkeldeelnemers niet allemaal rücksichtslos hun baan hebben opgezegd. ‘Dit is een proces’, zegt hij. ‘En ik ben ervan overtuigd dat de ene stap weer tot de andere kan leiden, als een olietanker die langzaam van koers verandert en uiteindelijk op een heel andere bestemming aankomt.’

Maar, zo voegt hij daaraan toe. ‘Het is natuurlijk wel belangrijk dat er concrete stappen worden gezet. Het moet niet een soort praatclub zijn, want ik snap ook dat sommige critici zeggen: Bregman heeft een boek geschreven en nu is hij coach geworden. Als dat het uiteindelijke resultaat is, mogen mensen me daar keihard op afrekenen, want dan is het allemaal één grote ijdelheidsexercitie.’

Voor die conclusie is het nog te vroeg. De stichting van Bregman kan al bogen op een brandmanager van een grote multinational die nu als beleidsmedewerker aan de klimaatconferentie in Brazilie werkt en een hr-manager die de e-commerce heeft ingeruild voor de overheid, waar ze werkt aan het versnellen van de eiwittransitie.

Volgens hoogleraar Dur heeft Bregman in ieder geval de empirie aan zijn zijde. ‘Er is onlangs een mooi onderzoek gedaan bij een multinational waar werknemers een workshop zingeving aangeboden kregen’, vertelt hij. ‘De resultaten waren opvallend: kandidaten die hadden deelgenomen zegden twee keer zo vaak hun baan op en degenen die bleven, gingen hun werk zinvoller inrichten en werden daardoor ook nog eens 4 procent productiever.’

Hoe nu verder?

In het Amsterdamse restaurant haalt Brekelmans na twee uur reflecteren een steekmapje met het logo van zijn bank tevoorschijn. Er zitten zeven bedrukte papieren in: de pledges van de deelnemers. Aan de gedekte tafel lezen ze een voor een voor op welke morele ambitie zij zich willen toeleggen. Zo belooft AI-specialist Overschie dat hij deze zomer drie maanden naar Kenia gaat om vrijwilligerswerk te doen voor de medische techstart-up, wil consultant Nijhof ‘over zes maanden vastleggen dat over drie jaar 80 procent van zijn werk bestaat uit moreel ambitieuze opdrachten’ en gaat chirurg Nielsen zich inzetten voor ‘eerlijke, toegankelijke en toekomstbestendige zorg’ – ze heeft al gesolliciteerd bij Artsen zonder Grenzen.

Ook cirkelleider Brekelmans heeft een pledge met zijn groep te delen. Hij belooft binnen zes maanden een baan met meer impact te hebben, binnen of buiten de bank. ‘In de tussentijd’, zo leest hij voor, ‘doneer ik 10 procent van mijn inkomen aan de meest effectieve goede doelen.’

Er klinkt applaus. En als iedereen dan een handtekening heeft gezet onder zijn pledge en de serveerster weer aan hun tafel verschijnt, is het eindelijk tijd voor bubbels.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next