Wat begon als een activistisch kunstproject, eindigde deze week in een juridische nederlaag. De IJslandse kunstenaar Odee, die een namaakwebsite maakte met spijtbetuiging van een visbedrijf voor een corruptieschandaal, moet de website offline halen.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft met name over onderwijs.
Een artistieke aanklacht tegen machtige belangen, noemde kunstenaar Oddur Eysteinn Friðriksson, beter bekend als Odee, het. Pure misleiding, vond Samherji. De rechter sloot zich bij dat laatste aan.
Rechter Anthony Mann oordeelde dat de site geen parodie was, maar ‘een instrument van bedrog’, en dat de kunstenaar geen beroep kon doen op artikel 10 van de Britse Human Rights Act, dat de vrijheid van meningsuiting beschermt. Odee moet de domeinnaam en toegang tot de site overdragen aan Samherji. Daarmee is een einde gekomen aan een maandenlange juridische strijd over de vraag hoe ver artistieke expressie mag reiken in het digitale tijdperk.
Odee’s werk verwees naar een spraakmakend corruptieschandaal. In 2019 publiceerde Wikileaks de Fishrot Files: meer dan dertigduizend interne documenten van Samherji. Uit die stukken bleek dat het bedrijf via offshoreconstructies miljoenen dollars aan steekpenningen had betaald aan Namibische politici en ambtenaren, in ruil voor gunstige visquota.
De affaire leidde tot het aftreden van twee Namibische ministers en de arrestatie van tien verdachten, die inmiddels al vijf jaar in voorarrest zitten. In Namibië loopt de strafzaak nog, en ook in IJsland loopt een onderzoek, al is de bedrijfsleiding tot nu toe buiten schot gebleven.
Odee greep het schandaal aan als basis voor zijn kunstproject: een nagemaakte website die in 2023 online ging. De site imiteerde het ontwerp van Samherji’s officiële pagina, maar verving de inhoud door een fictieve schuldbekentenis. Tijdens de rechtszaak omschreef hij het werk als een vorm van culture jamming: een activistische kunstvorm waarbij kunstenaars de beeldtaal van bedrijven gebruiken om hun boodschap te ondermijnen.
Samherji verzette zich fel tegen die benadering. Volgens de advocaten van het visbedrijf viel deze vorm van satire niet onder de officiële definitie van kunst, en daarmee ook niet onder de bescherming van het auteursrecht. In september 2024 spande Samherji een zaak aan wegens merkinbreuk, laster en reputatieschade.
In november kreeg het bedrijf al gelijk in een kort geding. De rechter oordeelde toen dat de website inbreuk maakte op het handelsmerk. Thorsteinn Már Baldvinsson, destijds CEO, reageerde opgelucht in een verklaring op de bedrijfswebsite: ‘We waren genoodzaakt juridische stappen te ondernemen om ons handelsmerk te beschermen, nadat alle andere, mildere oplossingen waren afgewezen. Het vonnis maakt duidelijk onderscheid tussen legitieme artistieke expressie en misbruik van een geregistreerd handelsmerk.’ In mei van dit jaar droeg hij zijn functie over aan zijn zoon Baldvin.
Odee reageerde strijdbaar op het nieuwe vonnis. ‘Of We’re Sorry nu wordt afgewezen door het Hooggerechtshof in Londen doet niets af aan de artistieke waarde ervan,’ zei hij tegen Artnews. ‘Sterker nog, de artistieke waarde wordt er alleen maar groter door. Samherji laat hier zijn tanden zien aan de hele wereld.’
De kunstenaar bereidt nu een zaak voor bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. ‘Als dit vonnis blijft staan, zouden kunstwerken van Andy Warhol, Banksy en anderen eveneens als illegaal worden beschouwd,’ aldus Odee. ‘Daarom is het essentieel dat deze zaak naar Straatsburg gaat, waar ze de meeste impact kan hebben.’
Hij wordt juridisch bijgestaan door het International Lawyers Project (ILP), een organisatie die zich inzet voor mensenrechten en persvrijheid. Volgens programmadirecteur Ewa van der Merwe is de zaak exemplarisch voor hoe bedrijven gerechtelijke middelen inzetten om kritiek de mond te snoeren.
‘Samherji heeft deze procedure bewust in het Verenigd Koninkrijk aangespannen om zijn kunstwerk en de onthulling van de betrokkenheid van hun leiding bij het grootste corruptieschandaal in de Namibische en IJslandse geschiedenis te onderdrukken,’ zegt Van der Merwe tegen The Art Newspaper. ILP regelde daarop in allerijl juridische bijstand, zodat Odee en andere kunstenaars in vergelijkbare posities zich kunnen verweren tegen juridische druk van grote bedrijven.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant