Van muziek die luistert als het sausen van een wand tot een prachtig eerbetoon aan Rita Reys: dit zijn de beste albums van dit moment.
Het ging voortvarend met de band Easy Life, totdat de Britse multinational EasyGroup besloot de band aan te klagen voor inbreuk op het auteursrecht. De band lag twee jaar op zijn gat, maar heet nu heel toepasselijk Hard Life. Het heeft de pret niet mogen drukken, want hoewel frontman Murray Matravers op Onion (★★★★☆) vaak genoeg zing-rapt over zijn tekortkomingen, is elk nummer gedoopt in vloeibare zonneschijn. Lees de recensie.
Geen ontspanningsafspeellijst is compleet zonder Gnossiennes en Gymnopédies van Erik Satie, die honderd jaar geleden stierf. Op het album Satie: Discoveries (★★★★☆) , een must voor Satie-fans, onthult pianist Alexandre Tharaud iets nieuws: 27 onlangs herontdekte, nauwgezet gereconstrueerde pianostukken. Het zijn allemaal korte opnameprimeurs, maar ze tonen de veelzijdigheid van deze originele componist. Lees de recensie.
Zestig jaar geleden nam Rita Reys onder leiding van dirigent en componist Oliver Nelson een van haar beste albums op: Rita Reys Meets Oliver Nelson. Als eerbetoon komt het Jazz Orchestra of the Concertgebouw nu met The Second Time Around (★★★★☆), een eigen bewerking waarvoor het gebruik kon maken van de onlangs teruggevonden originele arrangementen. Het resulteert in een prachtig eerbetoon. Lees de recensie.
Muziek van Pierre Boulez (1925-2016) luisteren is als het sausen van een wand: pas na meerdere beurten wordt de kleur duidelijk. In het complexe tweeluik Eclát-Multiples (★★★★☆) borrelt een Franse kleurenpracht op – een resonerende mandoline, het gonzen van de piano, een wervelende altfluit – maar het kost mogelijk een paar luisterbeurten om die te kunnen ervaren. Lees de recensie.
Na zestien jaar zijn de rappende broers Pusha T en Malice weer samengekomen voor het voortreffelijke Let God Sort Em Out (★★★★☆). Het is nog steeds een geweldige combinatie, de twee even venijnig als soepel rappende broers laten opnieuw horen over grandioze technieken te beschikken. Hun rhymes en flows stellen die van toch niet de minste gasten als Tyler, The Creator en zelfs Kendrick Lamar in de schaduw. Lees de recensie.
Componist Henriëtte Bosmans kreeg de kritiek niet vernieuwend en te wild te zijn. Maar die grilligheid van stemmingen definieert Bosmans juist. Zoals de finale van het Tweede celloconcert: het dromerige viool-celloduet verdwijnt in dreigende strijkers en pauken waarop de cello fel uithaalt. Behalve de oriëntalistische tamboerijn (nee, niet vernieuwend) is Bosmans’ orkestratiekunst (★★★★☆) echt het luisteren waard. Lees de recensie.
Op Landscape from Memory (★★★★☆) horen we doorwrocht gecomponeerde elektronische muziek, die je bijna ‘klassieke dance’ zou kunnen noemen. Elke track is een bouwwerk met een eigen sfeer en soms haast kinderlijke melodieën, die toch een symfonische kracht krijgen. En dat vooral vanwege de apparaten die producer Rival Consoles laat praten. Zijn analoge synths sputteren en ademen als organische wezens, en geven de muziek een warme en menselijke lading. Lees de recensie.
Een familie-album (★★★★☆) om je aan te laven: religieuze koormuziek van broer en zus Felix en Fanny Mendelssohn, door het Rias Kammerchor en de Kammerakademie Potsdam onder leiding van Justin Doyle. Fanny componeerde haar minicantate Lobgesang voor de eerste verjaardag van zoon Sebastian. Zijn naam is geen toeval. In Lobgesang resoneert de klank van Johann Sebastian Bach; in de wiegende Pastorale en de fugatische koren, maar dan geïnjecteerd met weelderige romantiek. Doyle laat koor en orkest dan ook vol en romig klinken, zonder aan luchtigheid in te boeten. Lees de recensie.
Een van de dingen die Burna Boy, de Nigeriaanse koning van de ‘afrofusion’, interessant maakt, is dat zijn albums een verhaal vertellen. Op No Sign of Weakness (★★★★☆) stelt hij zich kwetsbaar op en lijkt hij soms de tol van de roem te bezingen. Burna Boy zingt hier veel. Fijn, want dat kan hij goed. Vrijwel álles heeft schwung en hitpotentie. Lees de recensie.
Je moet ook voor dit vierde album About Ghosts (★★★★☆) van het Amaryllis Sextet goed gaan zitten om alle details in je op te nemen, want de acht stukken zijn ingewikkeld van structuur. Maar haar muziek blijft altijd transparant en op een merkwaardige manier toch lichtvoetig. Heel fraai is het ensemblespel van de vier blazers in het titelstuk, met een mooie balans tussen minutieus uitgeschreven composities en improvisatie. Lees de recensie.
Op haar album Tropicoqueta (★★★★☆) laat de zangeres uit Medellín haar muziek veel dieper graven dan de soms wat oppervlakkige ‘pop urbano’, en eert zij decennia aan Spaanstalige popcultuur, uit meerdere werelddelen. Het eerbetoon van de zangeres voelt overal warm en welgemeend, en het zet harde reggaeton- en traptracks in een mooie, historische tijdlijn. Die verrassende veelzijdigheid maakt de vijfde van Karol G een van de leukste latinpopplaten van het moment. Lees de recensie.
Het Chianti Ensemble kreeg in 2022 de Kersjesprijs à 50 duizend euro, een stimulans voor uitzonderlijk talent in de Nederlandse kamermuziek. Nu verschijnt er een dubbel debuutalbum 1921 (★★★★☆), met sleutelwerken uit 1921. Alles is vloeiend en warm in hetTweede pianokwintet van Fransman Gabriel Faurémuziek die zwenkt tussen Wagnerbewondering en Franse lichtvoetigheid. Lees de recensie.
Bahidorá (★★★★☆) is album zes van Afrika Express, een organisatie die muzikale samenwerking tussen westerlingen en Afrikanen stimuleert. Open collectief, zoete inval. Bahidorá is een bruisend, swingend album voor wie houdt van Gorillaz, Sault, afrobeat, latin pop en wat al niet. Het is een eclectische toverbal, maar ondanks de enorme verscheidenheid vertoont het geheel meer richting dan je zou vermoeden. Lees de recensie.
Het bekendste stuk van de Duitse componist Karl Amadeus Hartmann is Concerto funèbre (‘rouwconcert’) voor viool en strijkorkest. Hij schreef het in 1939, bevreesd voor de wending die de geschiedenis nam. De Duitse violist Rebekka Hartmann – kennelijk geen familie – speelt de korte introductie adembenemend desolaat. In het slotdeel stijgt ze met ijle fluittonen de hoogte in, alvast treurend om de aanstaande ellende. Lees de recensie.
Altijd biedt Glenn Donaldson van Reds, Pinks and Purples mooie, melancholieke indierock, janglepop en shoegaze, smachtend gezongen. Je herkent er tientallen bands uit de jaren tachtig en negentig in, van Hüsker Dü tot The Chills. Fijn zijn ook altijd de songtitels en teksten. Als je Donaldson hoort in I Only Ever Wanted to See You Fail, weet je meteen dat hij Morrissey-adept is, of ooit was. Lees de recensie.
Period (★★★★☆) is deels een terugkeer naar de neonpop van Kesha’s monsterhit Tik Tok, maar is er niet minder veelzijdig om. Het album voelt als een feestelijke bevrijding, waarin, binnen de kaders van elektronische popmuziek, alle middelen worden gebruikt om dat te vieren. Lees de recensie.
De Noorse ambientmeester Geir Jenssen, alias Biosphere, dook een hoorspel op uit 1951, waarin de bespiegelingen uit de roman The Time Of Man prachtig worden voorgedragen door de actrice Joan Lorring, met een zangerig zuidelijk accent. Hij plakt op The Way of Time (★★★★★) de zinnen onder monotoon pulserende loops uit zijn synths, die al net zo tijdloos klinken als de woorden uit de Amerikaanse klassieker. Het lijkt of de stemactrice de woorden op de melodieën en het ritme heeft gelegd, zo mooi valt de tekst in de muziek. En de kinderlijke overpeinzingen uit het boek krijgen een raadselachtige diepgang. Lees de recensie.
Harpist Brandee Younger durft op Gadabout Season (★★★★☆) wat dieper te gaan en zoekt minder naar crossovers met soul en hiphop dan op vorig werk. Hulp krijgt ze in twee stukken van Shabaka op fluit en klarinet. Die samenwerking smaakt beslist naar meer, ook omdat je het gevoel krijgt dat ze allebei eenzelfde soort spirituele zoektocht op hun instrument nastreven. Lees de recensie.
Geen liedvertolker wordt meer bewonderd dan de Duitse bariton Dietrich Fischer-Dieskau, die in 2012 overleed. Zijn laatste leerling, Benjamin Appl, eert hem honderd jaar na zijn geboorte door zijn levensverhaal in 32 liederen op te tekenen. Appl zingt op For Dieter: the Past and the Future (★★★★☆) met veel zeggingskracht, fijnzinnig begeleid door pianist James Baillieu. Lees de recensie.
Flowers (★★★★☆), het vierde album van collectief uit Indiana, moet het als vanouds hebben van de sophisticated soul van begin jaren zeventig. De vertrouwde ingrediënten: de rozenblaadjesfalset van Aaron Frazer, tweede zanger en drummer van de band, gepaard aan Durand Jones die rauwe emotionaliteit raspt. Hoewel de nummers vol zitten met verwijzingen naar toen, klinkt de band nooit als een ander. Daarmee zijn Durand Jones & The Indications tegelijk curators en vormgevers van zwart Amerikaans cultureel erfgoed. Lees de recensie.
Op Vers la flamme (★★★★☆) verkent de Russisch-Britse pianist Jevgeni Soedbin verschillende periodes uit de schatkist aan muziek die de componist Aleksandr Skrjabin naliet, van vroege preludes tot latere modernistische muziek. Soedbin speelt organisch met de flexibele tempo’s die kenmerkend zijn bij Skrjabin. In de verzadigde, soms haast atonale textuur licht hij fijngevoelig de juiste noten uit, met een fabuleuze techniek. Lees de recensie.
Met Virgin (★★★★☆) heeft Lorde moeiteloos weer de aansluiting gevonden bij de grote popvrouwen van dit moment. Het is een album dat bruist van de energie en de creativiteit. De sound is divers, de eenheid komt van de zang van Lorde zelf. Die is expressief als vanouds en toch intiem, terwijl ze ook tekstueel goed op dreef is. Ze zit nog altijd boordevol vragen over zichzelf relaties en het leven. Lees de recensie.
Klavecinist Skip Sempé orkestreerde de verschillende treurige, soms plechtstatige, soms iets opgewektere dansen van componist John Dowland opnieuw voor zijn orkest. Lachrimae (★★★★☆) is een luistergenot: de pure blaasinstrumenten, zilveren strijkers en warme blokfluiten zijn een veelkleurig klankbord voor het doffe verdriet dat soms rouw om een overledene is, en dan weer gewoon verdriet om het verdriet. Lees de recensie.
De Londense rapper Loyle Carner heeft samen met zijn producer Avi Barath voor zijn vierde album Hopefully ! (★★★★☆) iets nieuws bedacht: zingen. En dat gaat hem buitengewoon goed af. Geen bozige raps, maar liefdevolle, warme liedjes die stuk voor stuk mooi gearrangeerd zijn. Hij onderstreept met Hopefully ! zijn status als een van de interessantste Britse rappers van dit moment. Lees de recensie.
Sky of My Heart (★★★★☆) is samengesteld uit muziek van vierhonderd én vier jaar oud. Het gaat van de 17de-eeuwse Britse componist William Byrd tot hedendaagse componisten als Nico Muhly en Becky McGlade. Zowel in de renaissancemuziek als in hedendaagse liederen klinken de door elkaar slingerende melodielijnen helder en is er duidelijk veel aandacht voor de tekstuitdrukking. Lees de recensie.
Words Fall Short (★★★★☆) is een mooi, ritmisch sterk en afwisselend album. Heel fraai is Redmans duel met Melissa Aldana in So It Goes, twee tenorsaxofonisten die elkaar heerlijk opjutten. Elders klinkt Redman weer heel warm, zoals in de ballad Borrowed Eyes, om daarna met trompettist Skylar Tang weer even uitdagender van leer te trekken in Icarus. Lees de recensie.
Addison (★★★★☆) is afwisselend en ongemeen catchy, maar heeft tegelijkertijd iets bedachtzaams, iets bijna katerigs dat Addison Rae cool maakt en boven het maaiveld van de mainstream pop uittilt. Ze gaat een ster worden, kan niet anders. Lees de recensie.
Meer muziek? Bekijk hier ons volledige archief van albumrecensies.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant