Home

Frituur Congé, een hit op de socials, is gelukkig een doodnormale Vlaamse buurtfrituur gebleven

De Antwerpse Dorien Nuyts gooide het roer drastisch om en kocht haar buurtfrituur, waar ze de ene vieze verrassing na de andere aantrof. Daar maakte ze korte metten mee, waarna haar carrière als frietfenomeen begon. De Volkskrant ging proeven.

Op de terugweg van vakantie is het bij ons gewoonte (en ik vermoed dat wij geen uitzondering zijn) om ergens rond Antwerpen te stoppen voor een frietje. Dat voelt als thuiskomen en nog op vakantie zijn ineen: het aanbod van Vlaamse frietkotten is namelijk net anders dan in Nederland.

Kleine uitdaging daarbij is dat die terugweg vaak op zondag plaatsvindt en dat ’s avonds niet elke frituur meer open is. Het kot direct langs de snelweg rijden we na eerdere smoezelige ervaringen hard voorbij. Het vergt flink googelen om een goede frituur te vinden die open is, én waar we de auto kunnen opladen.

Wat: Frituur Congé
Waar: De Fourneaustraat 54, Antwerpen Berchem
Open: Dorien is met congé (op vakantie) tot 2 augustus. Daarna weer open op donderdag & vrijdag, zondag & maandag 17.00 -21.30 (di, wo, za gesloten).
Laadplek: in de omliggende woonwijk.

Heel blij zijn we dus met mensen als Dorien Nuyts, die vlakbij de ring van Antwerpen haar Frituur Congé opende. In de straten rondom de frituur, in de wijk Berchem, zijn laadpunten te vinden. We koppelen zonder probleem aan. Lopend naar de frituur passeren we een vader met kind in de wandelwagen, met een zak frieten voor thuis. Het kindje snoept alvast van een vers gebakken frietje, recht uit de zak.

Allerlei staten van ontbinding

Dorien is in eigen land een frituurfenomeen. De 30-jarige Antwerpse, voorheen werkzaam in het toerisme, wilde het roer omgooien. Zonder veel vooronderzoek deed ze een bod op de buurtfrituur die failliet was gegaan. Het bod werd geaccepteerd en toen was ze friturist.

Ze dacht de zaak in een week tijd op te knappen, maar vond de ene vieze verrassing na de andere, zoals een muur vol schimmelvlekken en een ontdooide vriezer vol snacks in allerlei staten van ontbinding. Smullen voor de online ramptoerist, want Dorien schotelde het ons voor in grappige filmpjes op TikTok en Instagram. Maar nog aantrekkelijker dan de rampen was de ‘we gaan het gewoon doen’- mentaliteit van Nuyts en haar vrienden, die vaak kwamen helpen met klussen. Nog voor de opening was het een echte feelgoodfrituur en had haar account tienduizenden volgers.

Deze zomer zoeken we naar de perfecte pleisterplaatsen: oplaadpunten waar je lekker kunt eten, in een straal van 200 kilometer rond Utrecht. Deze week: Frituur Congé in Antwerpen.

Het weekje klussen werd een half jaar, en toen was daar Frituur Congé, naar het Vlaamse woord voor vakantie of vrije dag. De TikTokrijen zijn inmiddels wat geslonken. Gelukkig maar, want Dorien wilde gewoon een simpel, toegankelijk frietkot voor de buurt openen. Dat is gelukt. Als wij op een zondagnamiddag langskomen, worden vaste bezoekers bij naam begroet en zien we buren bij elkaar aanschuiven op het miniterrasje.

Overweldigend aanbod

Het hoekpand is eenvoudig ingericht. De witte tegels aan de muur hebben frisse knalblauwe voegen gekregen. Langs de muur een houten zitbank met draaibare tafeltjes. Uit de speakers klinken italo disco en Jacques Brel.

Het aanbod in een Vlaams frietkot kan een beetje overweldigend zijn voor nieuwkomers van boven de rivieren. Er zijn weliswaar veel herkenbare snacks – de frikandel is ook bij onze zuiderburen favoriet – maar dan zijn er nóg veel meer. Of het zijn dezelfde, die dan net anders heten dan bij ons. Best verwarrend allemaal.

Terwijl Dorien druk aan het frituren is, helpt een aardige medewerkster ons geduldig met de taalbarrière: wat is een lucifer (een kipcorn met een pittige kop), een boulet (een gehaktbal), een cervella (gefrituurde cervelaatworst)? Er is een ruim aanbod vegasnacks. Ook de ultieme Belgische frituursnack, de Bicky Burger, ontbreekt niet: dat is een gefrituurde hamburger die door slimme marketing van de Nederlandse (!) fabrikant iconisch is geworden in de Vlaamse snackcultuur.

Een goed frietkot schept eer in zijn zelfgemaakte sauzen, zoals stoofvlees en tartaarsaus. En dan is er nog het assortiment aan flessauzen. De gangbare mayo’s, ketchup en curry, maar ook samurai, andalouse, tomagreque en mammout. Bij Congé tellen we twintig koude sauzen en drie warme.

Frietkruiden

Wij nestelen ons met volgeladen dienblaadjes op het kleine terras, in de zon. De frieten zijn goed, de portionering gul. Het is geen haute friture, zo’n zaak wil Congé niet zijn. Nee, gewoon goed. Krokant en goudgeel van buiten, zacht van binnen. Dorien strooit er desgevraagd satékruiden over, ook wel bekend als frietkruiden: een specerijenmengsel van meestal paprikapoeder, knoflookpoeder, kerriepoeder, zwarte peper, cayennepeper en zout. Ze geven extra sjeu aan je frietje.

We dippen de frieten in uitstekend stoofvlees: smeuïg, zacht en kruidig. Ook de tartaarsaus is zelfgemaakt, en dat proef je. Fris door knapperige stukjes augurk, romig door het fijngehakte gekookt ei. Mijn snack, een Twijfelaar, loodst me dwars door het rijke Vlaamse frituurlandschap met stukjes viandel, boulet, een bitterbal, cervella en een stukje mexicano, samen aan een satéprikker. Naast me wordt goedkeurend geknikt bij de vegetarische bamischijf en kaaskroket, die laatste heeft hier de vorm van een platte schijf.

De kunst van het genieten van eenvoudige dingen, met goesting: dat is de kern van de Vlaamse frietkotcultuur. Dankzij jonge honden als Dorien kunnen we daar ook in de toekomst van blijven proeven.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next