Home

Klimaatverandering treft iedereen, maar er is ook onderscheid tussen slachtoffers en daders

is economieredacteur en commentator van de Volkskrant.

Het Internationaal Gerechtshof erkent het bestaan van klimaatgerechtheid. De paradox is echter dat niet alle landen het Internationaal Gerechtshof erkennen.

Jarenlang werd de kreet meegedragen op de spandoeken rond klimaattoppen. Actievoerders eisten ‘climate justice now’, een roep om het historische onrecht recht te zetten dat arme landen, die zelf weinig broeikasgassen uitstoten, wel last hebben van landen die daaraan een groot deel van hun rijkdom te danken hebben.

Nu is die roep gehoord. Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag erkende woensdag met een verstrekkende principiële uitspraak, formeel een’advies’, dat er inderdaad zoiets als klimaatgerechtigheid bestaat. Klimaatverandering is weliswaar een wereldomvattend fenomeen waar elk land en elke aardbewoner mee te maken krijgt, maar er moet ook onderscheid worden gemaakt. Er zijn niet alleen slachtoffers, er zijn ook daders.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

De zaak was aangespannen door een groep studenten uit het eilandstaatje Vanuatu, dat door de stijgende zeespiegel in zijn bestaan wordt bedreigd. Een inwoner van Vanuatu stoot jaarlijks 0,7 ton van het broeikasgas CO2 uit, een inwoner van Nederland 6,6 ton, een gemiddelde Amerikaan 14,4 ton (de Chinezen hebben ook een inhaalslag gemaakt, met 8,4 ton). Het onrecht is duidelijk.

Om die reden werd op klimaattoppen afgesproken dat ontwikkelde landen hun uitstoot het hardst omlaag zouden brengen, en bovendien dat er een fonds zou komen om de zich ontwikkelende landen te steunen. Beide afspraken zijn echter niet (volledig) nagekomen.

Het meest concreet was het Parijs-akkoord in 2015, waarin werd afgesproken dat de opwarming van de aarde onder de 1,5 graad moest blijven. Dat is inmiddels nagenoeg onmogelijk: vorig jaar kwam de gemiddelde wereldwijde temperatuur voor het eerst 1,5 graad boven het pre-industriële niveau uit. Wetenschappers verwachten dat die grens over een jaar of vijf structureel wordt doorbroken.

Het Hof oordeelt nu dat de landen die het Parijs-akkoord hebben ondertekend, die belofte veel serieuzer (hadden) moeten nemen.

Rechter Yuji Iwasawa, voorzitter van het panel van vijftien rechters dat woensdag unaniem tot zijn uitspraak kwam, zegt dat nationale klimaatplannen ‘van de hoogste ambitie’ moeten zijn, en collectief de doelen van het Parijs-akkoord moeten proberen te halen. Ook bedrijven vallen onder de verantwoordelijkheid van het land waar ze hun hoofdkantoor hebben.

Dat geeft ruime mogelijkheden voor inwoners van arme landen, in het bijzonder eilandstaten, om de ontwikkelde landen aansprakelijk te stellen voor de bij hen aangerichte klimaatellende. Daartoe kunnen ze zich vervoegen bij een lokale rechter, die het ICJ-advies zwaar zal laten wegen.

Althans, als het land in kwestie het ICJ überhaupt erkent. En daar zit een frustrerende paradox. Landen die zich weinig klimaatinspanningen getroosten, zoals de Verenigde Staten, erkennen ook het internationaal recht niet, en zijn dus lastig aansprakelijk te houden. Straks zullen landen die het ICJ wél erkennen als boosdoener worden aangemerkt, terwijl juist zij wél enige moeite hebben gedaan om klimaatbeleid te ontwikkelen.

Ook is de vraag wanneer een land genoeg heeft geprobeerd om de opwarming onder de 1,5 graad te houden - een doel dat niet gehaald gaat worden - en in hoeverre dat specifieke land verantwoordelijk is voor de specifieke schade in een ander land. Waarbij het altijd lastig is om een enkele extreme weerssituatie aan klimaatverandering te wijten.

Maar de principiële uitspraak is er. Het is te hopen dat de mogelijkheid voor mensen om hun recht te komen halen een extra motivatie is voor landen als Nederland om te voorkomen dat deze mensen überhaupt hun recht moeten halen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next