Home

Onze focus op kortetermijnwinst botst fundamenteel met het mercantilisme van China

is columnist van de Volkskrant.

Dat China economische oorlogsvoering niet schuwt, wisten we al langer. Westerse regeringen die de Dalai Lama officieel ontvingen, moesten rekening houden met een daling van de export naar China met bijna 20 procent – het zogenoemde ‘Dalai Lama-effect’. Toen Litouwen in 2021 Taiwan toestond om een diplomatieke vertegenwoordiging in Vilnius te openen, trok China zijn ambassadeur terug en legde het land economische strafmaatregelen op.

Ook Australië moest het ontgelden toen de regering na het uitbreken van de pandemie in 2020 een onderzoek eiste naar China’s reactie op de uitbraak van het coronavirus. Beijing stelde torenhoge heffingen in op onder meer Australische wijnen. Australië gaf geen krimp, hoewel een derde van de Australische goederenexport bestemd is voor China. In Vilnius is ook nog steeds een Taiwanese vertegenwoordiging.

Maar recentelijk heeft China meer succes met economische oorlogsvoering. Toen president Trump afgelopen april de meeste Chinese invoer onderwierp aan een tarief van 34 procent, reageerde president Xi met een overeenkomstig tarief van 34 procent op alle Amerikaanse goederen, daarmee Trumps waarschuwing om geen vergeldingsmaatregelen te treffen negerend. Binnen enkele dagen waren de invoerheffingen over en weer geëscaleerd tot meer dan 125 procent.

China beperkte ook de export van zes kritieke grondstoffen, die uitsluitend in China worden verwerkt, en de export van zeldzame aardmagneten, waarvan 90 procent in China wordt geproduceerd. Binnen enkele weken waarschuwden Amerikaanse autofabrikanten de regering-Trump in een brandbrief dat ze gedwongen zouden zijn om de autoproductie naar China te verplaatsen, omdat ze daar wel zeldzame aardmagneten konden krijgen.

Niet alleen Amerikaanse autofabrikanten kwamen door de Chinese exportrestricties in de knel, maar ook de Europese en Japanse autofabrikanten. Het westerse sanctiebeleid tegen Rusland heeft aangetoond dat exportrestricties niet effectief zijn als ze via andere landen makkelijk omzeild kunnen worden. Dat verklaart waarom China ook de export naar andere landen aan vergunningen heeft onderworpen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Maar China’s dominante positie in kritieke grondstoffen en zeldzame aardmagneten bedreigt niet alleen autofabrikanten. Een groot deel van de moderne technologie in de wereld, van smartphones, windturbines tot raketafweersystemen en straaljagers, maakt er gebruik van. Zonder de magneten dreigen de energietransitie en de technologische voorsprong en operationele paraatheid van de Navo in gevaar te komen.

De ongerustheid daarover was zo groot dat Commissievoorzitter Ursula von der Leyen afgelopen juni een zeldzame aardmagneet meenam naar de G7-top, die was geproduceerd in Estland door een Canadees bedrijf. Ze beschuldigde China ervan de wereldmarkt te hebben overspoeld met goedkope grondstoffen om concurrenten uit te schakelen. Maar in werkelijkheid verkochten westerse bedrijven zelf de mijnen met kritieke grondstoffen die zij twintig jaar geleden nog in handen hadden, toen de grondstoffenprijzen na de grote financiële crisis van 2008 waren gecrasht.

Het vrijemarktkapitalisme met zijn focus op kortetermijnwinst botst fundamenteel met het moderne mercantilisme zoals China dat tentoonspreidt. Een vrijemarkteconomie vertrouwt op open concurrentie, minimale overheidsinterventie en wederzijds voordelige handelsrelaties. Een mercantilistische economie streeft juist naar nationale zelfvoorziening en het beschermen van binnenlandse industrieën, vaak via overheidsinmenging, exportsubsidies en importrestricties.

In een interview met NRC zegt Kyle Chan, onderzoeker aan Princeton University, dat het Westen van de Chinezen zou moeten leren om met een langetermijnblik te kijken naar kapitaalfinanciering, waarbij niet de dagkoersen tellen, maar de strategische waarde van sectoren. Anders dan het Westen ziet China de economie niet als een verzameling individuele bedrijven of sectoren, maar als onderling verbonden industrieën en bevoorradingsketens. Chan merkt terecht op dat westerse democratieën daarvan kunnen leren.

Dat de diplomatieke top tussen de EU en China donderdag in Beijing plaats heeft en niet in Brussel, zoals oorspronkelijk de bedoeling was, laat zien dat Xi de sterkste kaarten in handen heeft. Ook Trump zal dit najaar naar verwachting zijn opwachting in Beijing maken. Het betekent dat niet de VS maar China escalatiedominatie heeft. Met andere woorden, China kan het handelsconflict in zijn voordeel escaleren of de-escaleren om een gunstige uitkomst te bereiken.

In andere tijden zouden de VS en Europa samen een front hebben kunnen vormen tegen de Chinese dominantie. Nu moet Europa haar eigen boontjes doppen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next