Filmmaker Bart Schrijver maakte met The North zijn tweede wandelfilm, een lowbudgetspeelfilm waarin veel aandacht voor het hiken zelf; de natuur, het weer en de ontberingen. En dat steekt nogal af bij die ándere wandelfilm, ziet redacteur en wandelaar Aimée Kiene.
is chef van Volkskrant Magazine.
Het zal het Baader-Meinhoffenomeen wel zijn, oftewel de frequentie-illusie, dat opmerkelijke gegeven dat als iets eenmaal je aandacht heeft, je het ineens overal ziet. Want sinds ik me ben gaan wagen aan stevige wandeltochten lijkt het of mijn hele Instagrambubbel continu aan het wandelen is. Ah, daar loopt een stel acteurs het Pieterpad; daar doorkruisen succesvolle filmmakers shirtloos de Dolomieten; hé, is dat mijn oude vriendin van de studie Nederlands, op wandelschoenen op het Trekvogelpad?
Filmmaker Bart Schrijver (34) herkent die populariteit van hiken (nee, daar is nog geen goed Nederlands woord voor, ‘wandelen doe je naar de supermarkt’), die enorm toegenomen is sinds het ommetje in coronatijd een stevige opwaardering kreeg. Schrijver is zelf al langer een loper. Hij wandelde in 2018 meer dan 3.000 kilometer in Nieuw-Zeeland en vervolgens nog eens 700 in Noorwegen, en hij maakte inmiddels twee dramafilms over dit onderwerp – en hoopt uiteraard dat al die wandelfans zijn publiek vormen.
In zijn nieuwste film The North, vanaf volgende week in de bioscoop, lopen twee oude vrienden honderden kilometers door de adembenemende natuur van Schotland. Hun tocht begint ten noorden van Glasgow, op de bij wandelaars bekende wandelroute The West Highland Way, en eindigt bij Cape Wrath, in het uiterste noorden van Schotland. Terwijl ze lopen wordt langzaam duidelijk dat er van alles broeit in hun vriendschap.
De Engelse krant The Guardian gaf vier sterren aan de film, en noemde hem de ‘ultieme wandelfilm’ – en dat in hetzelfde seizoen waarin ook de populaire wandelfilm The Salt Path uitkwam. In die film, met Gillian Anderson in de hoofdrol, gaat een echtpaar uit wanhoop wandelen in Zuid-Engeland. Onlangs bleek dat de auteur van het populaire boek waarop de film is gebaseerd het niet zo nauw nam met dit ‘waargebeurde’ verhaal.
The North is in alle opzichten een totaal andere film. Hij is gemaakt met een klein budget, zonder subsidie van het Filmfonds en met relatief onbekende acteurs en een kleine crew. Die cast en crew (een regisseur, een camera- en een geluidsman en iemand die het project vastlegde) wandelden daadwerkelijk 300 kilometer door Schotland met zware bepakking (apparatuur, tenten) op hun rug. The Making of van The North (online te vinden) is bijna spectaculairder dan de film zelf.
De twee hoofdpersonen van de film, de Nederlander Chris (Bart Harder) en de Spanjaard Luis (Carles Pulido), bivakkeren in de film wekenlang samen in een piepklein tentje in de ruige Schotse natuur, en de crew deed exact hezelfde, in dezelfde tentjes. Dat was cruciaal, zegt Schrijver, voor de film die hij wilde maken.
‘Een tent geeft vrijheid. We hoefden niks van tevoren te plannen. Als we op een mooie plek kwamen, zei ik: hier gaan we draaien. Ik had wel een script geschreven, maar we begonnen gewoon met lopen en filmden alles chronologisch. Dat betekende dat de film voortdurend bleef veranderen. Elke avond lag ik in mijn tentje het script weer te herschrijven, op basis van wat die dag was gebeurd. We wisten allemaal wat het gevoel van de film zou moeten zijn, maar tijdens het lopen ontdekten we van alles.’
Wat Schrijver bedoelt te zeggen: de locatie, de natuur en het weer waren bepalende factoren bij de manier waarop hij deze film maakte, meer nog dan het script of de plot. ‘Die elementen gaven me allerlei extra’s. De film is er realistischer van geworden. Het dwong ons tot creativiteit en dat levert je altijd iets op. Er zit nu bijvoorbeeld een scène in de film waarin de hoofdpersonen gaan zwemmen. Dat stond eerst niet in het script. We waren bij een hut in Cape Wrath en Carles, een van de twee acteurs, wilde even zijn voeten schoonmaken in een meer. Dus ik vroeg: mag ik dat filmen? En toen liep hij in zijn boxershort helemaal het water in. De draaidag was eigenlijk al afgelopen, het begon donker te worden, dus de andere acteur zei: ‘Ik ga niet zwemmen, hoor’. Hij bleef aan de kant. Dus ik riep: ‘Top, hou dit vast!’ Dat is het enige wat ik dan hoef te zeggen.
‘Eigenlijk had ik op dat moment een scène gepland waarin ze zouden gaan praten over iets ernstigs dat een van de jongens had meegemaakt, maar toen realiseerde ik me: dit is veel toffer, dat ze er juist níét over praten en plezier hebben. En dan verandert het script dus rigoureus.’
Andere elementen waarmee de filmers moesten worstelen: de midges, de zwermen steekvliegjes waarvan het in de zomermaanden in Schotland is vergeven en die zo agressief zijn dat een gezichtsnet nodig is. Ook het weer speelde natuurlijk een rol. Schrijver: ‘In mijn script kwamen scènes in de regen voor. Daarvan zei ik vooraf: een beetje regen in Schotland in de zomer? Dat zou toch geen probleem moeten zijn.’
Dat werd het wel. Wekenlang viel er geen druppel. Toen er uiteindelijk regen kwam, stormde het zo vreselijk dat de tenten, boven op een bergtop, plat waaiden en de camera niet stabiel kon worden gehouden voor een bruikbaar shot. In de making off-video kun je acteur Carles (Luis) in de vroege ochtend in de regen zien zitten in zijn regenpak, stilletjes voor zich uit starend. Zijn tent is gesneuveld en hij wacht op daglicht, het moment waarop ze verder kunnen lopen, terug naar de beschaving.
Schrijver noemt deze momenten van afzien ook belangrijk voor de film: ‘Ik zei steeds: the pain is temporary, the film is forever. Zo werkt het ook met hiken. Soms is het de hele dag shit, maar uiteindelijk lig je ’s avonds in je slaapzak in je tent met een wrap met pindakaas en dan is alles weer oké. En dan maar hopen dat je nog een paar droge sokken hebt voor de volgende dag. En die heb je dan de volgende ochtend zeker niet! Maar vervolgens trek je noodgedwongen je natte sokken aan en dat overleef je ook. Uiteindelijk beland je in een hut, waar je kunt douchen, eten en je spullen drogen en dan is er niks meer aan de hand.’
Zo komt Schrijver steeds terug bij wat volgens hem de essentie is van wandelen. En dat is wat The North onderscheidt van films als Wild en The Salt Path, die veel meer gaan over persoonlijk drama en de helende werking van de natuur door alle beproevingen op de wandelende hoofdpersonen. In The North gaat het zijdelings over de levens van Chris en Luis, maar de film draait vooral om wandelen.
Cameraman Twan Peeters geeft ruim baan aan prachtige, zeer weidse natuurbeelden, maar vooral aan lange shots waarin te zien is hoe iemand de ene voet voor de andere zet, aan het geluid van zware ademhaling tijdens de beklimming van een heuvel, aan een beeld van hoofdpersoon Chris die door een prachtig bos loopt en ineens (de camera schiet omhoog langs de stammen) tot zijn grote tevredenheid een specht hoort, of het beeld van twee vrienden in hun slaapzakken, die met hun neuzen ongeveer tegen elkaar een potje Uno spelen in hun klapperende tentje.
Schrijver: ‘Ik wil dat je als kijker echt meeloopt met de personages. En als je duidelijk wilt maken hoe het voelt om een dag door de regen te lopen, dan werkt het niet om te zeggen: hier, kijk, een scène van tien seconden in de regen. Nee, pas als je daar vijf minuten achter elkaar naar moet kijken, dan begin je een beetje door te krijgen hoe dat voelt.’
Lange shots, weinig woorden, dat is waarop de enthousiaste recensent van The Guardian ook lijkt aan te slaan wanneer hij stelt dat de regisseur ‘niet in de valkuil stapt van misplaatst pathos; dit onheilspellende landschap trekt zich niks aan van de gevoelens van de personages. Grote onthullingen (...) komen net zo plotseling als een prachtig uitzicht over een heuvelrug. Het is ook niet zeker of deze momenten zo transformerend zijn als bij veel mainstream drama (...), maar ze betekenen niet per se meer dan wat dan ook in de natuur.’
In deze ‘ultieme wandelfilm’ gebeurt eigenlijk niets transformatiefs, wat toch een wetmatigheid lijkt te zijn in dit genre. Die ervaring is van Schrijver zelf, want tijdens lange hikes die hij zelf maakte merkte hij dat de conclusies of ideeën over zijn eigen leven zich helemaal niet aandienden tijdens het lopen.
Schrijver: ‘Als je lang gaat lopen in de natuur komt er geen nieuwe informatie bij je binnen. Volgens mij werkt het zo dat je zo ver weg bent van alles, dat de informatie die al in jezelf zit langzaam naar boven komt. En je hebt ineens de tijd en de ruimte om die puzzelstukjes te verzamelen en van alle kanten te bekijken. Ik denk dat het voor iedereen goed kan zijn om op een moment in je leven de tijd te nemen om wat meer stil te staan en na te denken, en dan zou je dus kunnen gaan lopen. Maar daar hoeven helemaal geen levensveranderende conclusies uit te komen. Je hoeft niet je baan op te zeggen. Je kunt na afloop ook denken: ik ben heel tevreden met wie ik ben.’
‘The North’ draait vanaf 31/7 in de bioscoop.
Bart Schrijver, opgeleid als architect, richtte in 2021 met twee anderen het productiebedrijf Tuesday Studio op. Met dat productiebedrijf maakte hij in 2024 de film Human Nature, over een vrouw die in haar eentje een wandeltocht maakt in Noorwegen. Die film werd gemaakt met financiële steun van de ANWB, en is online te koop. Intussen is die film dertienduizend keer gekocht, door hike-fans over heel de wereld. The North komt nu in de bioscoop en is ook online te vinden. Schrijver, onlangs vader geworden, gaat hierna een derde wandelfilm maken over een stel dat in Zweden wandelt met hun 2-jarige zoontje.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant