Home

Golden Earring bracht iets groots naar kleine plaatsen, jaar in, jaar uit, met George Kooymans als noeste machinist

Hij was een Hollandse rocklegende van wereldformaat: George Kooymans (1948-2025), oprichter en gitarist van Golden Earring. De band maakte woensdag zijn overlijden bekend.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.

Toen George Kooymans op 5 februari 2021 bekendmaakte dat de neuromusculaire ziekte ALS bij hem was vastgesteld en zijn band Golden Earring officieel ophield te bestaan, kon hij al bijna niet meer gitaarspelen. De vingers wilden niet meer. Dat was wreed: dat wat hij het liefst deed, was het eerste dat de aandoening hem afnam.

Nu is de lijdensweg ten einde, vier jaar na de diagnose: George Kooymans is op 77-jarige leeftijd overleden.

Golden Earring was een Hollandse rocklegende van wereldformaat. Kooymans zelf ook, al zou hij zich na die vaststelling hebben gehaast om de anderen te noemen: Barry Hay (zang), Rinus Gerritsen (bas) en Cesar Zuiderwijk (drums).

Terecht, want de Earring was bovenal legendarisch als collectief, maar medeoprichter Kooymans was de creatieve spil, motor en – als het erop aankwam – koersbepaler van de band, de voornaamste componist van het beroemdste rockoeuvre dat Nederland voortbracht, goed voor meer dan dertigmaal goud of platina in Nederland, naast goud in andere landen, waaronder de Verenigde Staten.

Als je Kooymans’ Top 40-noteringen achter elkaar legt, kom je tot 389 weken in de hitlijst: 29 songs haalden de top 10, vijf de eerste plaats. In de Amerikaanse, Canadese, Britse, Duitse, Belgische, Australische, Zwitserse, Oostenrijkse, Spaanse en Rhodesische (!) top 10 stond hij ook. Radar Love (1973) en Twilight Zone (1982) zijn klassiekers gebleken.

Instrumentale gitaarpop

‘Je zorgt maar dat je er wat uit tovert, anders gaat-ie terug’, zei vader Kooymans toen hij zijn zoon diens eerste gitaar overhandigde. Eind 1961 kreeg het gepingel richting, in het slaapkamertje aan de Haagse Hulshorststraat of om de hoek, aan de Terletstraat, met buurjongen Rinus Gerritsen.

Hun band heette The Tornado’s en speelde instrumentale gitaarpop à la The Shadows en The Ventures, omdat Kooymans kennelijk nog niet had ontdekt hoe goed hij kon zingen, met een stem die warm en laag kon, maar ook hard en hoog.

Het succes van de Engelse groep The Tornados (hit: Telstar, 1962) maakte een naamswijziging noodzakelijk: het werd The Golden Ear-rings (al snel Golden Earrings), naar een liedje van Peggy Lee. Ze maakten Beatles-achtige beat. Een meisjesband, snoefden sommige ruigere Haagse groepen, maar wel een die heel snel heel goed werd. En populair.

De vroege Earrings-jaren vertellen veel over het stuurmanschap van Kooymans, die de ten tijde van debuutsingle Please Go (1965) 17 jaar was. Elf van de twaalf liedjes op debuut-lp Just Earrings (1965) waren eigen composities, een zeldzaamheid in die jaren.

Kooymans wilde vanaf 1967 mee in de trends van flowerpower en wat later psychedelische rock. Hij besloot dat de band een ruigere zanger nodig had dan Frans Krassenburg. Dat werd Barry Hay, medio 1967, ook al zou Kooymans daardoor zelf iets minder blikvanger worden. Hay sprak vloeiend Engels. Dat was belangrijk, want de ambitie reikte tot in Engeland en Amerika.

Ook typisch ‘Kooy’: een laconiek soort zelfkritiek. Daddy Buy Me a Girl (1966) vond hij ‘een zoet gedrochtje’ en aan de eerste nummer 1-hit Dong-Dong-Di-Ki-Di-Gi-Dong (1968) had hij ‘een beetje een hekel’. Trotser was hij op het georkestreerde Just a Little Bit of Peace in My Heart (1968), geschreven voor zijn geliefde Melanie (‘Milly’), zus van Rinus Gerritsen. De verkering was even uit omdat hij ‘onrust in zijn kont’ had, maar het ging snel weer aan – en daarna nooit meer uit.

Op tournee in de VS

In 1969 had Kooymans, als 21-jarige, al tien top 10-hits achter zijn naam. Die zomer schrapten ze de meervouds-s, verlegde Golden Earring de koers naar harde rock en mochten ze voor het eerst, een beetje op de bonnefooi, op tournee in de VS.

Kooymans schreef in die tijd prachtige liedjes, sololiedjes feitelijk, zoals Murdock 9-6182, een van zijn mooiste melodieën, haaks op de rockkoers van de band.

De nummer 1-hit Back Home (1970) gold als manifest van de Earring ‘nieuwe stijl’ en bracht succes in de Duitstalige landen, bestendigd door Buddy Joe (1972). Met Radar Love en het album Moontan gingen vanaf 1973 ook Groot-Brittannië en Noord-Amerika overstag. De Earring deed in 1974 en 1975 maandenlange Amerikaanse tournees langs grote zalen. Het was de triomf van een nieuwe rolverdeling: Kooymans de meeste muziek, Hay de tekst, gedeelde credits.

Het Amerikaanse succes zakte in, tot het in 1983 werd herhaald op de golven van Twilight Zone, een Kooymans-song bij uitstek, geschreven voor een beoogd soloalbum toen de band in 1981 overwoog te stoppen. Het succes was opnieuw kortstondig. De Amerikaanse jaren zaten er na het floppen van When the Lady Smiles 1984 op, maar de Earring had als liveband vijftien jaar serieus meegeteld in het Amerikaanse rockcircuit.

Als íemand dat relativeerde, was het George Kooymans wel. Voor Nieuw-Vennep of Stadskanaal voelde hij zich nooit te groot: ‘Biloxi in Mississippi is ook niet bepaald New York, hè.’

Weer van Nederland

Amerika was gewoon een uitbreiding van het werkveld, voor zolang het hout sneed. De Earring was na 1985 weer van Nederland en directe buurlanden: rockband met aanzien, charisma, een karrevracht hits en een qua volume en lichtshow haast intimiderende podiumproductie waaraan jonge fans zich konden vergapen. Het is een onderbelichte verdienste: de Earring bracht iets groots naar kleine plaatsen, naar bijna alle kleine plaatsen, jaar in, jaar uit, met Kooymans als noeste machinist, wijdbeens, blik op oneindig, de mondhoeken meeknauwend met zijn gitaarsolo’s.

Daar kwam vanaf 1992 een parallelle akoestische praktijk bij. De volle schouwburgen pasten hem als een jas: je kon er, vaak beter dan in sporthallen en feesttenten, horen wat een geweldige zanger en gitarist hij was.

Nieuwe albums waren vaak vertrouwd goed, zoals Bloody Buccaneers (1991), Face It (1994) en ook het laatste album Tits ’n Ass (2012), dat er kwam omdat Kooymans besloot dat het weer eens tijd werd om muziek naar Hay op Curaçao te sturen. ‘Even Barry een vlammetje onder z’n reet houden’, grinnikte hij.

Altijd bevatte zo’n album een Kooymans-ballad: Hold Me Now (1994), Whisper in a Crowd (1999) of This Love (2012). Soloalbums? Hij maakte er maar twee, Jojo (1972) en Solo (1987), maar die deden weinig, al was vooral Jojo wel degelijk mooi.

ALS-diagnose

Na zijn ALS-diagnose lagen er nog twee albums op voltooiing te wachten: Mirage (2022) met zijn Amerikaanse vriend Frank Carillo, en Mist (2023), nummer 3 van het Nederlandstalige ‘supertrio’ Vreemde Kostgangers, met Boudewijn de Groot en Henny Vrienten. Hij voltooide ze, zijn afscheidsplaten. Geen tijd te verliezen.

Kooymans’ laatste gitaarsolo horen we in het nummer Ik speel gitaar. ‘Ik hoor de imperfecties in die solo’, zei hij in 2023 in de Volkskrant, ‘maar toen hij erop stond, dacht ik: ik reken ’m goed.’

Hij beleefde vanaf 2016 veel lol aan de Kostgangers, dat zag je aan hem. Hij leerde in het Nederlands zingen (‘je hele gezicht beweegt anders!’), verkende als songschrijver paden waaraan de Earring voorbij placht te denderen en zong tijdens de tournees dierbare oude liedjes: Murdock 9-6182 of Seasons, dat hij in 1969 aan Earth & Fire schonk, want ach, hij schudde ze in die tijd zo makkelijk uit zijn mouw.

Kooymans was in 2023, ruim twee jaar na de diagnose, nog graag bereid om de Volkskrant te vertellen over Mist, zijn ziekte en zijn leven. Hij deed het via Zoom, al breekbaar en wat kortademig, maar ook goedgehumeurd en als altijd spraakzamer dan op tv of het podium.

Die ziekte? ‘C’est la vie’, zei hij, als ingeburgerde Hagenees in Vlaanderen. ‘De artsen zeggen dat het bij mij langzaam gaat, maar mij gaat het alsnog veel te snel.’

Hij wilde, zelfs toen nog, manieren verkennen om muziek te blijven maken, want zoals hij in 2016 in een tv-documentaire over Vreemde Kostgangers zei, grijnzend, in vet aangezet Haags: ‘Het is pas achter de rug als je een tuin op je buik hebt.’

Die tuin mag nu bloeien. De grootheid die eronder rust, zullen we nooit vergeten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next