Vijf finales op een rij voor Sarina Wiegman, dat kan niet alleen geluk zijn. De bondscoach van Engeland – en voorheen van Nederland – heeft opvallend vaak succes met haar supersubs.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Over het geluk van Sarina Wiegman is al vaak gesproken, en na het bereiken van haar vijfde finale op rij op een groot toernooi (twee keer met Nederland, drie keer met Engeland) is dat zeker niet minder geworden. Niet één, maar twee keer ontsnapte haar Engeland op het EK in Zwitserland aan uitschakeling. Maar is het nog wel geluk als haar late wissels, de finishers, haar steeds uit de brand helpen?
In de halve finale tegen Italië zaten de arbitrale beslissingen bepaald niet tegen. Eerst was er de blessuretijd van zeven lange minuten, waarin de regerend Europees kampioen de gelijkmaker kon scoren (1-1). En vlak voor het einde van de verlenging volgde een omstreden penalty. Aanvaller Beth Mead werd weliswaar omarmd door een verdediger, maar ze had minder opzichtig kunnen vallen.
De Italiaanse coach Andrea Soncin liep na die strafschop boos weg, om meteen weer terug te komen. Zijn woede was invoelbaar. Bijna was het Italië gelukt om te stunten – en dan toch nog zo verliezen, met twee tegengoals vlak voor tijd. Toch had hij kunnen weten dat de ploeg van Wiegman nooit verslagen is tot het laatste fluitsignaal heeft geklonken.
Ondanks het bereiken van de finale heeft de Haagse coach heeft dit toernooi flinke kritiek gekregen. De eerste wedstrijd tegen Frankrijk ging verloren en zowel in de kwartfinale als de halve finale hield het spel van Engeland niet over. Toch duurde het steeds lang voordat Wiegman haar ploeg op de schop nam –om het vervolgens allemaal nog net haar kant op te zien vallen.
Een belangrijke rol daarbij speelden de laat ingevallen spelers. De 19-jarige Michelle Agyemang scoorde zowel tegen Zweden als tegen Italië de gelijkmaker, waardoor er een verlenging volgde. Matchwinnaar Chloe Kelly viel tegen Italië in de 77ste minuut in, en penaltyversierder Beth Mead zat de eerste helft op de bank.
Succesvolle invallers: het is een beproefd recept van Wiegman, dat niet alleen in Zwitserland werkt. Ook op het gewonnen EK van 2021 maakten de Engelse supersubs vaak het verschil. Toen scoorde reservespits Alessia Russo, nu basisspeler, vier doelpunten. En bankzitter Chloe Kelly schoot in de finale tegen Duitsland de winnende erin.
In de 69 wedstrijden van Engeland onder leiding van de Nederlandse maakten wisselspelers maar liefst 51 doelpunten. Geen wonder dat Wiegman voortdurend benadrukt hoe belangrijk zij zijn. Ze zijn in haar ogen niet zozeer reservespelers en bankzitters, maar vooral finishers: spelers die het laatste deel van de wedstrijd spelen en daarin dus belangrijk kunnen en moeten zijn.
Beth Mead is in Zwitserland in die categorie terechtgekomen. Voor haarzelf is dat nogal een verandering, want op het vorige EK werd zij nog uitgeroepen tot beste speelster van het toernooi. Maar eerder dit toernooi legde ze uit dat bij Engeland het hele team snapt dat het niet alleen draait om de basisspelers.
‘Het is niet makkelijk om te weten dat je niet begint’, zei Mead. Maar volgens haar beseft iedereen in het team hoe belangrijk de reservespelers zijn. ‘Ik denk dat we ons als team daarmee onderscheiden. Met de saamhorigheid, de bereidheid te proberen elkaar beter te maken en elkaar het gevoel te geven dat we er samen uitkomen.’
Op dit EK hebben de Engelse reserves bovendien een bijzondere band gekweekt. Ze hebben een aparte appgroep – ‘de finishers’ – en toen invallers Mead en Aggie Beever-Jones tegen Wales scoorden, renden ze al knippend met hun vingers naar de zijlijn. Die manier van vieren hadden ze van tevoren afgesproken.
Ondertussen blijven de reserves natuurlijk hopen dat ze in de finale wél in de basis staan. Na de ontsnappingen tegen Zweden en Italië vinden veel analisten in Engeland dat Wiegman moet ingrijpen: liever eerder in de wedstrijd beter spelen dan steeds maar weer op het eind opgelucht adem halen.
In haar biografie What It Takes legde de coach uit dat ze voortdurend bezig is met scenario’s. Ze probeert met alle mogelijke omstandigheden rekening te houden. Tegengoals, blessures, rode kaarten: voor alles ligt een plan klaar. ‘En dan niet voor één speelster, maar voor alle elf in het veld en de twaalf buiten het veld’, zei ze eerder in een interview met de Volkskrant. ‘In de wedstrijd kunnen we dan direct schakelen: bam, bam, door.’
Zo blijft ze altijd rustig aan de kant, al nam tijdens de houdiniacts op dit EK ook bij haar de spanning zichtbaar toe. ‘Ik weet niet of ik op het juiste moment wissel’, zei ze na afloop van de wedstrijd tegen Italië dan ook met enige twijfel in haar stem.
Ze voorspelde dat er ooit een film over zal worden gemaakt. ‘En als die op deze manier eindigt, dan vind ik hem leuk, maar een beetje dramatisch is het wel.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant