Thymen Arensman heeft tijdens de zestiende etappe van de Tour de France nooit serieus aan dagsucces gedacht, al begon hij woensdag als een van de koplopers aan de beklimming van de Mont Ventoux. De Nederlander kwam als twaalfde over de finish.
"Ik had slechte benen. Dat voelde ik vanmorgen al", zei Arensman vlak na de finish tegen de NOS. "Maar ik moest mee in een vroege ontsnapping omdat er niemand van onze ploeg meezat", vervolgde de renner van INEOS Grenadiers. "Blijkbaar hadden meer renners in de ploeg slechte benen."
De 25-jarige Arensman won zaterdag de veertiende etappe van deze Tour en leek dinsdag een serieuze kans te maken op een tweede dagsucces. Hij was op papier de sterkste van de vijf renners die als eerste aan de afsluitende beklimming van de Mont Ventoux begonnen. Maar in de praktijk bleek daar weinig van.
"Dit was het beste wat ik ervan kon maken", zei Arensman, die ruim twee minuten na de Franse winnaar Valentin Paret-Peintre over de finish kwam.
"Ik heb het op de klim nog wel geprobeerd, maar had wel door dat ik niet voor de ritwinst reed. De vorm is er wel, maar ik had de benen niet."
Arensman was wel trots dat hij zich ondanks mindere benen van voren liet zien. Het gaf hem bovendien vertrouwen voor het restant van de Tour. "Er komen nog twee bergetappes aan. Als ik de benen terugvind, kan ik er misschien nog iets van maken."
Voordat de twee bergetappes op het programma staan, is er woensdag een vlakke rit over 160 kilometer.
Mocht Arensman nog een rit winnen, dan is hij de eerste Nederlander sinds Dylan Groenewegen in 2018 met twee ritzeges in een Tour de France.
Source: Nu.nl sport