In het noorden van Ticino, aan het eind van een vallei, ligt het dorpje Fusio, met een hotel dat doet denken aan een schrijversresidentie. Er is een bibliotheek waar zich een Franse vertaling van een roman van Anna Enquist bevindt en officieel is het ontbijt van 8 tot 10, maar om 9 uur is het brood op.
Wie na 9 komt moet het zonder brood stellen, ook zonder yoghurt trouwens. Degrowth begint in de eigen mond.
In het hotel logeerde een echtpaar van midden zestig dat zich om redenen die ik niet heb kunnen achterhalen vijandig opstelde jegens mij. Allicht omdat ik ’s ochtends vroeg in de bibliotheek zat te werken en zij daar ook wilden zitten? Ik beantwoordde de vijandige blikken zoals ik meestal doe: met stilzwijgende minachting.
Mijn zoon was op Vlieland, waar hij onder andere deelnam aan een kinderdisco. Uit de filmpjes die ik kreeg maakte ik op dat hij gelukkig was. Misschien moest ik hem ook eens meenemen naar een kinderdisco in plaats van naar Wenen om naar Coetzee te luisteren. Goed, toen Coetzee sprak lag de jongen met een babysitter in bed en aten ze goulash, maar het scheelde niet veel of hij had naar Coetzee moeten luisteren.
Aan de andere kant, toen ik 9 was vroeg mijn vader: ‘Wanneer begin je met Dostojevski?’ Ik las toen principieel aan tafel, maar niet Dostojevski, ik las liever dan dat ik praatte. Nog steeds denk ik weleens als ik spreek dat ik een poppenspeler ben die mond en lichaam laat bewegen. Dat gaat me tegenwoordig trouwens uitstekend af.
In Fusio ging de zon onder. In de verte rinkelden wat koeienbellen. Het vijandige echtpaar zat zwijgend en vrijwel onbeweeglijk in de serre naar buiten te staren. Het viel niet langer te ontkennen, de mens is zijn eigen pop.
Source: Volkskrant columns