Home

De ‘agent die een kopstoot gaf’ zag zelf dat zijn proces-verbaal fouten bevatte, maar wordt toch aangepakt

De zitting Een proces-verbaal moet waarheidsgetrouw en objectief worden geschreven. Wat als een agent na een ‘heftige confrontatie’ de feiten niet op een rij heeft? Inspecteur B. verantwoordt zich voor meineed.

De zaak

De rechtbank Den Haag beslecht een mediarel over een incident van vijf jaar geleden, met Dumpert en Nieuwsuur in de hoofdrollen. De officier eist zestig uur taakstraf. De politierechter deed de kwestie eerder af met 250 euro boete, wegens onrechtmatig politiegeweld. Toch duurt de zitting de hele dag, zijn er drie rechters en heeft de verdachte liefst twee advocaten.

In de zaal zitten tientallen agenten – uit solidariteit met de verdachte, inspecteur B. (39). Kernvraag: mogen agenten fouten maken, kunnen ze die herstellen en worden ze fair behandeld? Door hun bazen, het bestuur, de media en nu de rechter. Iedereen had een mening toen de beelden van de arrestatie van een garagehouder uitlekten via sociale media. Het onweerstaanbare frame, „liegende politieagent geeft kopstoot”, werd overgenomen door persrechter, burgemeester en media. Daarna zag het OM de vervolging van diens arrestant mislukken.

De agent in kwestie kon nooit zíjn kant van de zaak uitleggen. Terwijl hij een dag na het incident al zijn fout ontdekte. Hij had een foutief proces-verbaal opgesteld, weliswaar samen met collega’s, na een uit de hand gelopen fouilleeractie in een Rotterdamse wijk.

Het OM verwijt hem dat hij opzettelijk de arrestatie fout voorstelde en dus meineed pleegde. Om zijn arrestant te benadelen? Om zich vrij te pleiten, omdat een kopstoot onbehoorlijk is? De politierechter verklaarde het OM in de zaak tegen de arrestant ‘niet ontvankelijk’ – het recht op vervolging was verspeeld door B.’s ernstige fout. En die was volgens de rechter „doelbewust”, gezien de „mate van detaillering”.

Het ‘ambtsedig proces-verbaal’ is voor de rechter heilig. Wat daarin staat moet waar zijn, en objectief. Het heet niet voor niets „pv van bevindingen”, niet „pv van belevingen”, sneert de officier, op het verweer van de advocaat.

De rechter rook vijf jaar geleden onraad omdat het OM de bewakingsbeelden niet aan het dossier had toegevoegd. Wilde het Rotterdamse parket de fout van B. helpen verdoezelen? Of was het een bedrijfsongeval – dossiers zijn vaker incompleet. Dat de beelden niet rijmen met wat B. opschreef, is zeker. B. noteerde dat zijn arrestant zich „losrukte” en dat hij „heel krachtig” bleek; dat hij door zijn arrestant werd „vastgepakt” met „beide armen” en dat hij zich niet kon bevrijden en bang was voor letsel. Waarna dus die kopstoot.

Maar op de beelden was geen „losrukken” te zien of „krachtig vasthouden”. Wel trekken, duwen, tegenstribbelen, passief verzet en B. die de arrestant tegen een muur slingert. De officier vindt het „niet aannemelijk” dat B. zich de toedracht per ongeluk fout herinnerde. Hij ging bewust over de schreef en dát was het motief voor een „vals pv”.

B. brengt daartegenin dat je herinneringen wel ongewild fout kan opschrijven, zoals hij zelf een dag na de aanhouding constateerde. Hij denkt te zijn beïnvloed door emoties en eerdere ervaringen. Hij maakte een fout, maar wel te goeder trouw. Als „straatagent” was hij vaak in gevaarlijke situaties beland, waarbij hij ook letsel opliep. In deze confrontatie kwam B. in een garage terecht, waar het rolluik zakte en omstanders naar gereedschap grepen. Dat voelde bedreigend en moet zijn waarneming hebben beïnvloed, meent hij.

Het was een levensbedreigende confrontatie, vonden de agenten daarna. Dat B. was vastgehouden bleken er meer te hebben onthouden. Toen het proces-verbaal een dag later niet bleek te kloppen ging B. naar zijn leidinggevende. Waarna de districtsrecherche en het OM op de hoogte werden gebracht van het verschil tussen pv en de beelden. B. mailde de chef om zijn subjectieve herinnering te verklaren. Het OM wíst dus dat de vervolging van de garagehouder op een pv was gebaseerd dat werd tegengesproken door beelden. Maar dat bleek niet uit het dossier. Waarna de garagist er op zitting over begon en de politierechter diens vervolging afgelastte. En de media-verontwaardiging losbarstte.

Politieman B. loopt jaren bij een psycholoog, z’n relatie is uit, z’n carrière is volgens hem ‘weg’. Hij mocht een jaar lang geen processen-verbaal schrijven of op straat werken.

Het oordeel

De rechtbank spreekt B. twee weken later vrij. Diens proces-verbaal bevatte fouten. Maar het OM is er niet in geslaagd opzet te bewijzen. De officier mocht dat wel vermoeden omdat de onjuiste passages precies het moment voor de onrechtmatige kopstoot betroffen. Maar daar staat het gedrag van de agent tegenover. Hij mailde met zijn leidinggevende, lichtte de districtsrecherche in en verantwoordde zich er intern nog tweemaal over. Net als op de zitting steeds consistent.

De „agressieve en dreigende sfeer” wordt bevestigd door andere surveillanten. De rechtbank stemt in met het deskundigenrapport van de advocaten. Daarin staat „dat politieagenten net zo vatbaar zijn voor geheugenfouten als burgers en dat net als bij alle andere mensen, de waarneming en herinneringen van agenten wordt beïnvloed door [..] verwachtingseffecten, stress en sociale beïnvloeding.” Van opzettelijk liegen is dus geen sprake. De waarneming en herinneringen van de agent kunnen zijn beïnvloed door eerder geweld.

De vervolging van B. vijf jaar na het incident voor meineed noemt de rechtbank „wrang”.

In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.

Source: NRC

Previous

Next