Home

Ze had niet om dit leven gevraagd. Dit leven dat voor haar zo ondraaglijk en uitzichtloos was

Vorige week bewees ik de laatste eer aan iemand die in korte tijd heel belangrijk voor me is geworden. We ontmoetten elkaar afgelopen januari, op een congres van Stichting KEA over euthanasie bij psychische aandoeningen. Bij een stuk appeltaart in de pauze raakten we aan de praat.

Ik vertelde haar dat ik een roman schrijf, over een jonge vrouw die euthanasie wil. Dat het een roman is verteld vanuit meerdere perspectieven en dat ik me kon inleven in haar naasten, maar nog niet zo goed in de hoofdpersoon zelf. Want hoe werkt dat, niet meer willen leven? Hoe voelt dat? Laten we een keer afspreken, zei zij, dan leg ik het je uit.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

We spraken af, dronken thee en ze vertelde me, wat voorzichtig nog, over haar slechte start in het leven. De diagnoses die ze had verzameld vanaf haar tienerjaren, de verblijven in klinieken. Hoe ze meer dan eens op het punt had gestaan haar leven te beëindigen. Hoe ze het bijna deed, maar langs het spoor 113 belde.

Sinds ze in het traject zat bij het Expertisecentrum Euthanasie voelde haar wens om haar leven te laten eindigen, die nog altijd voortduurde, niet meer als zwak. Niet meer als wanhoop. Ze voelde zich sterk genoeg.

Ja, het was een lang en zwaar traject. Ze moest wildvreemden zien te overtuigen van haar ondraaglijk en uitzichtloos lijden en zich hiervoor volledig blootgeven. Alles wat haar in haar leven was aangedaan, al haar diepgevoelde pijn moest op tafel. Doe het maar eens. Zij deed het en ook de psychiaters waren overtuigd: het hoeft niet meer. Aan haar lijden mocht een einde komen.

Als je in je jonge leven nauwelijks op andere mensen hebt kunnen vertrouwen, doe je alles zelf. Ze regelde de afhandeling van haar appartement, haar auto, haar spullen. Ze regelde haar uitvaart tot in de puntjes. En, mooi mens als ze was, regelde ze dat haar euthanasie in het ziekenhuis zou plaatsvinden; een voorwaarde voor orgaandonatie. Met mijn lichaam is niets mis, vond ze, laat een ander hier nog maar wat aan hebben.

In de discussie die zich afspeelt over dit onderwerp, wordt door sommigen gepleit voor een stop. De Tweede Kamer stemde onlangs over twee moties die waren ingediend door NSC, waarin werd opgeroepen euthanasie vanwege psychisch lijden bij mensen tot 30 jaar voorlopig niet toe te staan. Daarnaast wilde de partij een commissie van wijzen aanstellen, die zich onder andere zou moeten bezighouden met ‘objectieve medische maatstaven’ om de uitzichtloosheid van het lijden te bepalen.

Artsenorganisatie KNMG en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie riepen per gezamenlijke brief op om deze moties niet aan te nemen, omdat dit zou leiden tot ongewenste politieke inmenging. Zorgverleners, patiënten en hun naasten verzochten in een petitie om de bestaande euthanasiewetgeving te respecteren.

De moties haalden het niet. Maar de discussie is hiermee niet van tafel.

De kern van het probleem: anders dan bij mensen die lijden aan een terminale vorm van bijvoorbeeld kanker, een somatische aandoening, kun je bij psychisch lijden niet zeker weten dat het nooit meer goed komt. Misschien dat iemand toch weer opkrabbelt, wat van het leven weet te maken. En ja, die verhalen zijn er ook.

Maar ik heb de afgelopen maanden van dichtbij gezien wat een ongelooflijke opluchting het kan zijn, als je na twintig jaar van vruchteloze ggz-behandelingen en dagelijks opstaan met het gevoel dat je ook deze nieuwe dag weer door moet zien te komen, het bericht krijgt dat je mag gaan. Dat je niet meer hoeft te strijden. Maar dat je ook niet voor een trein hoeft te lopen of op een andere gewelddadige manier voor je eigen einde zorgen.

Al die tijd heb ik op mijn tong moeten bijten, om niet te zeggen: maar je bent zo slim, lief, mooi, zorgzaam, zo’n goed mens. Je bent zo jong. Is er niet toch nog iets mogelijk?

Vorige week bewees ik haar de laatste eer. Ze overleed precies zoals zij het wilde en omringd door dierbaren die, oneindig dapper, haar wens om te gaan respecteerden. Ze had niet om dit leven gevraagd. Dit leven dat voor haar zo ondraaglijk en uitzichtloos was. Het is verdrietig, maar ook goed.

Rust zacht, en wees – eindelijk – vrij.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next