Home

Technisch directeur zijn blijft complex, ook bij FC Twente: ‘Het ís druk en je hébt het druk’

De zomer betekent topdrukte voor Jan Streuer, technisch directeur van FC Twente. Aan zijn keukentafel in Arnhem vertelt de 74-jarige technisch directeur hoe zijn vak steeds complexer wordt, al blijft één ding altijd hetzelfde: de drukte.

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Jan Streuer zit aan een enorme keukentafel in het statige hotel Molendal, dat dateert uit eind 1800 en nabij het centrum van Arnhem ligt. Het is zo’n tafel die uitnodigt voor een goed gesprek. Er staan bloemen op, een groot dienblad met kopjes koffie, een doos vol theesmaken, kleurige servetten, koekjes van diverse afmetingen.

De technisch directeur van FC Twente vertelt met smaak over de voetbalmensen die hier al aanschoven. Pierre van Hooijdonk, Nikos Machlas, Sem Steijn, Willem van Hanegem, Ron Jans, Mahamadou Diarra. Ze voerden er contractonderhandelingen, maar spraken soms ook over andere zaken. ‘Prettige sfeer is belangrijk.’

Het hotel is van Streuers vrouw, het stel woont zelf ook in het Jugendstil-pand dat de status van rijksmonument heeft. Jan Streuer leerde zijn Thea hier kennen toen hij in 1993 een keer plaatsnam aan de stamtafel. Hij was toen nog technisch manager van Vitesse en kwam voor een 19-jarige Braziliaanse testspeler, Fernando Diniz.

Vitesse bracht vaker spelers onder in hotel Molendal. ‘Ik kende het niet zo goed, ik kom uit Losser, nabij de grens. Ik kwam hier om die jongen zich wat thuis te laten voelen en om met zijn zaakwaarnemer te praten over een contract. Daarna heb ik nog wat nagebabbeld met de eigenaresse, nou toen bleek ik me hier ook erg thuis te voelen.’

Diniz kwam niet naar Vitesse, hij werd een paar jaar geleden wel bondscoach van Brazilië, hoorde Streuer van Diniz’ zaakwaarnemer, met wie hij altijd contact hield. ‘Dus het is wel goed gekomen met die jongen. Da’s altijd mooi om te horen.’

Tien gemiste oproepen

Streuer zit ontspannen achterover, zijn telefoon ligt omgedraaid op tafel en staat op stil. Na een uur interview draait hij hem een keer om. Tien gemiste oproepen en nog veel meer appjes. Het ‘ding’ gaat terstond af. ‘+43, geen idee welk land dat is. Laat maar even zitten.’ Eerst babbelt hij nog veertig minuten door over zijn werk.

Streuer zit in de drukste periode van het seizoen, van 16 juni tot 1 september mogen voetballers van de ene naar de andere club getransfereerd worden. De 74-jarige Streuer is sinds eind mei weer technisch directeur (td) van FC Twente, hij bepaalt welke transfers er worden gemaakt om de selectie van Twente zo sterk mogelijk te krijgen.

Het opvallende: Streuer volgde zijn eigen opvolger Arnold Bruggink op. Bruggink (47) stopte na twee jaar vanwege fysieke klachten als gevolg van zijn baan ‘die 24 uur doorgaat’, zo vertelde hij.

Dapper

‘Heel dapper en verstandig’, vindt Streuer die beslissing. ‘Iedereen wil zo’n job hebben, maar als je erin zit valt het weleens tegen. De meesten zouden doorgaan, met alle gevolgen van dien. Arnold is een relaxte gast, bijzonder aardig, ik acht hem zeer capabel. Maar als het een periode niet zo goed gaat als je hoopt, zoals het afgelopen halfjaar, dan is het lastig.’

Streuer maakte het van nabij mee, want hij bleef aan als adviseur van Bruggink. ‘Als je die rol goed wilt invullen, ben je overal bij. Dus ook bij het wekelijkse overleg met de scouts, met trainers, bij contractbesprekingen, compositieschetsen van de selectie. Dus er verandert niet heel veel. Dit is de beste oplossing.’

Maar twee jaar geleden stopte u nog.

Hij knabbelt op een koekje. Zegt dan: ‘Dat was het goede moment, ik had het drie jaar gedaan. Arnold wilde het doen, prima. Hij is een oud-Twente-speler, kent de regio goed. Hij had in veel dingen plezier, maar in sommige niet.’

Waarin niet?

‘Contractbesprekingen met spelers kunnen echt heel lang duren en heel irritant zijn. En het kan ook een nadeel zijn dat je in de regio woont van de club, Arnold werd telkens op de prestaties aangesproken. Gaat het goed, dan is er niets aan de hand. Maar supporters accepteren het niet meer als Twente geen Europees voetbal haalt. Terwijl dat bijzonder moeilijk is. Ajax, Feyenoord en PSV betalen twee, drie keer zoveel salaris. FC Utrecht kan veel doen, financieel. AZ heeft een goede naam qua spelersverkoop. Dan kan er zomaar een club als Sparta of Go Ahead een geweldig seizoen hebben. Kom je bij de eerste vijf, dan doe je het eigenlijk heel goed.’

Twente werd zesde en miste Europees voetbal door in de finale van de play-offs van AZ te verliezen. ‘We hadden een druk Europees programma. We kregen in de competitie dertien goals meer tegen dan het seizoen ervoor. Dat is te veel.’

Werk aan de winkel voor de technisch directeur. Streuer praat vrijuit over oorzaken en oplossingen. ‘We hadden te veel wisselingen achterin vorig seizoen, daar moest wat bij. Onze topscorer Sem Steijn is al weg, maar daar hebben we al op geanticipeerd met Arno Verschueren en Kristian Hlynsson. Mitchell van Bergen keert terug van een goede huurperiode bij Sparta en kan Daan Rots, die een minder seizoen had, concurrentie geven. Heb je nog jongens met kortlopende contracten zoals Mees Hilgers en Michel Vlap die je moet verkopen of verlengen. Nou, zo ben je aan het bouwen.’

Klinkt heel eenvoudig zo.

‘Dat is het niet, vanwege allerlei factoren waar je geen vat op hebt. Vlak voor vorig seizoen ging onze aanvoerder Robin Pröpper op het laatste moment weg. Die hebben we echt gemist. Rangers kocht hem. Schotse topclub, kun je niet tegenop. Nu is er een nieuwe manager bij Rangers, gaat hij misschien minder spelen. Dan zou hij kunnen terugkeren. Maar hij zal eerst de voorbereiding willen afwachten of hij echt minder gaat spelen. Moeten wij beslissen: wachten we daarop of kijken we verder?’

U werkte eerder bij Sjachtar Donetsk, dat uitstekend betaalt. U heeft uw schaapjes op het droge.

‘Ja, maar wat ga je dan doen? Blijf je langer in bed, ga je ontbijten, de krant erbij, is het elf uur. Golfen doe ik graag, maar om dat nou iedere dag te doen... Ik voel me niet anders dan tien jaar geleden. Mijn vrouw zegt ook niet: ik wil nu de wereld overreizen. Die wil gewoon in dit hotel blijven. Dan zeg ik: straks kun je de boel niet meer runnen, staan er zestien kamers leeg! Zegt ze: interesseert me niet.’

Thea, die net koffie inschenkt, haakt in: ‘Er komen hier veel jonge mensen, voetballers, maar ook een beetje van de artistieke kant, dat is leuk. Als cabaretier Jochem Myjer in de buurt optreedt, verblijft hij altijd hier.’

Jan Streuer: ‘Dat houdt je jong. Ik werk bij Twente ook samen met leuke mensen. Die kun je zelf aanstellen, dus dat helpt. Je moet samen telkens die puzzel met vaak allemaal nieuwe stukjes weer gelegd krijgen. Als de competitie begint is iedereen vol verwachting. Dan hoop je maar dat het elftal staat. Je kunt honderd andere dingen goed doen, maar daar word je toch op afgerekend. Dat is altijd weer afwachten. Dat vind ik leuk.’

Leuk? Niet stressvol?

‘Ik doe honderd procent mijn best en als het niet goed genoeg is, is het jammer. Maar goed, ik ben al wat ouder. Als je jong bent, ben je misschien bang dat je niet meer aan de bak komt als het misgaat.’

De meeste clubs kiezen voor een jonge technisch directeur.

‘Is ook helemaal prima. Ik vind ervaring zelf wel prettig. Als je maar met je tijd meegaat. Ik werk nog hiermee.’

Toont een zwart aantekenboek. ‘Daar schrijf ik alles in op, telefoonnummers, afspraken, informatie, want je bent met wel twintig dingen tegelijk bezig.’

Hij bladert erdoor. ‘Nou, die is al bijna weer vol. Maar ik werk ook met een laptop.’

Streuer was zelf profvoetballer bij FC Twente in de gouden periode onder Kees Rijvers. Later bij FC Utrecht dwongen meerdere beenbreuken hem te stoppen op zijn 34ste. Hij werd eigenaar van een Amersfoortse sportwinkel, waar hij John van den Brom leerde kennen. Streuer regelde een contract bij Vitesse. Het contact met de Arnhemse club was goed, in 1990 nam Vitesse hem in dienst als hoofd scouting, in 1997 werd hij er technisch eindverantwoordelijke. Na tien jaar ging hij naar het Oekraïense Sjachtar, in 2020 stapte hij in bij FC Twente.

Streuer was belangrijk bij de wederopbouw van de in 2018 naar de eerste divisie afgegleden subtopper, die een enorme aanhang in Oost-Nederland heeft. ‘We waren net niet gedegradeerd toen ik kwam. Er waren geen spelers, er was geen trainer.’

Dat was veel zwaarder?

Streuer roert in zijn koffie. ‘Nee hoor, dan kun je bouwen met een laag verwachtingspatroon, dat is prettig.’

Uw eerste beslissing was Ron Jans aanstellen als trainer, ook al was die job al min of meer toegezegd aan de Duitser Alexander Zorniger, die furieus reageerde op de afwijzing.

‘Ron is ervaren, Nederlands, goed met spelers, de media, supporters, kan een team bouwen. Ik had geen twijfel. De trainer is de belangrijkste persoon. Ron deed het geweldig. Nu ook weer bij FC Utrecht. Hij zit nog steeds weleens aan deze tafel voor de gezelligheid.’

Streuer haalde over het algemeen goede spelers. Sem Steijn kwam twee jaar geleden transfervrij van ADO, werd topscorer van de eredivisie en is voor meer dan 10 miljoen euro getransfereerd naar Feyenoord. ‘Dit was hét moment om hem te verkopen. Je moet het ijzer smeden als het heet is. Ja, we zijn een doelpuntenmaker kwijt. Maar je zult zien dat anderen opstaan. Hoeveel hebben de topscorer van Ajax en PSV er gemaakt vorig seizoen? Stuk of 12? De aanvallers zouden bij ons meer kunnen scoren, andere middenvelders, komt wel goed.’

Dan komt Thea Streuer waarschuwen dat er mogelijk straks een brandalarm afgaat vanwege een controle.

Haar echtgenoot: ‘Thea, we hebben het net over Sem Steijn.’

Thea Streuer: ‘O, da’s een héél aardige jongen.’

Jan Streuer: ‘Ze zegt altijd tegen mij als er een aardige jongen is: ‘Jan, die moet je nemen.’ Noa Lang vond ze ook leuk.’

Thea: ‘Maar Jan luistert niet naar mij bij dat soort zaken.’

Jan: ‘En zij niet naar mij als het over het hotel gaat. Dat is ook goed. We hebben onze eigen dingen. Nou ja, ze is wel zorgzaam als spelers hier verblijven. Mahamadou Diarra, die later nog vijf jaar bij Real Madrid speelde, nam ze mee naar de tandarts. Was hij nog nooit geweest, hij zat te schreeuwen in zijn stoel. Die probeerde ze dan gerust te stellen.’

Na bijna dertig jaar in het vak is zijn netwerk enorm. Overal vandaan wordt hij getipt over spelers. Als het hem interessant lijkt en hij de bron vertrouwt, bekijkt hij die speler snel zelf of geeft de naam door aan hoofdscout Michel Doesburg. ‘Vroeger kreeg je als je geluk had wat videobanden. Maar daarop zag je alleen wat die speler goed kon. Als je hem live wilde bekijken, moest je op basis van één hooguit twee wedstrijden beslissen, want je ging niet vier keer naar het buitenland voor een speler. Nu heb je database Wyscout, daarop kan je alle wedstrijden van iedereen zien, overal ter wereld. Je kunt het uitsplitsen in bijvoorbeeld kopwerk, snelheid, één tegen één, balcontacten, duelkracht. Dat maakt het werk veel makkelijker.’

Wat maakt het werk moeilijker vandaag de dag?

‘Dat er veel meer wisselingen zijn per seizoen en de selecties groter zijn. Vroeger had je achttien man en dan gingen er maximaal drie weg en kwamen er drie nieuwe. Kijk je naar de selectiefoto van drie jaar geleden dan zie je 25, 26 man staan waarvan 80, 90 procent al weg is.’

Doodgemoedereerd vervolgt hij: ‘Er zitten er meer op de bank dan er spelen. Dus krijg je vijftien zaakwaarnemers aan de lijn, want die willen allemaal dat hun speler elke week speelt en anders moeten we helpen met een transfer. Ze hebben er belang bij dat spelers snel verkassen, dan krijgen ze vaak een sell-on, een percentage van de transfer. Vroeger waren er veel minder zaakwaarnemers, zaten ze ook minder te pushen.’

Wat zegt u dan? Als er iemand zit te pushen?

‘Dat een keer reserve staan kan gebeuren in voetbal. En dat als je altijd wilt spelen je naar een club moet gaan onder je niveau. Maar ze willen altijd hogerop, want dan verdien je het meest.’

Hij lacht. ‘Vroeger nam een speler nog weleens een ouder mee. Die dachten alleen in het belang van die jongen, dat was makkelijker praten. Gezelliger ook.’

Zaakwaarnemers zijn addergebroed?

‘Nee, hoor. Ze doen ook goede dingen, ze brengen spelers die een beetje onder de radar blijven onder de aandacht bij andere clubs. Ze moeten wel, want anders ruilen spelers die zaakwaarnemer zo in voor een ander. Nou goed, dat scheelt ons weer werk. Ze verdienen het ook wel om wat te verdienen.’

Hij neemt nog een slok koffie. ‘Maar weet je wat echt irritant is geworden? De media.’

O vertel, wat doen we verkeerd?

‘Nee niet jullie van de kranten. Jullie bellen nog wel of er iets klopt. Ik bedoel die gasten van die fanwebsites, die gooien er van alles op, checken niets. Ze misleiden de supporters. Over Pröpper lees je bijvoorbeeld zoveel verhalen. Dat hij deze week gaat tekenen bijvoorbeeld. Is helemaal niet aan de orde. Bel me dan even! Maar ik ken die gasten niet.’

U kunt het negeren, toch?

‘Doe ik ook. En al helemaal de reacties eronder, man je krijgt wat over je heen. Die Margaret van RKC, hoe vaak niet geschreven is dat ik die wilde halen en hoe belachelijk dat was. Totale onzin! Pas toen hij tekende bij Go Ahead was ik van het gezeur af. Want ook de verslaggever van Tubantia belt dan toch een keer of het klopt. De perschef krijgt er vragen over en komt bij mij. Logisch. Ben je toch weer even verder.’

Die geruchten zijn lukraak verzonnen?

‘Soms komt het van zaakwaarnemers. Laatst nog. We verhuren een speler aan een andere club. Diens zaakwaarnemer sprak tegen zo’n site over details van die deal die helemaal niet kloppen. Die heb ik wel gebeld en gezegd: ‘Waarom doe je dat nou? Is gewoon niet de waarheid’.’

Vaderlijk: ‘Goede jongen, hoor, zit nog niet lang in het vak. Ik snap het ergens ook wel, zij willen die speler groter maken, en hun eigen rol ook. Maar het moet wel kloppen.’

Waarom sluit u veel deals aan deze tafel?

‘Nou de onderhandelingen met clubs doen we per mail of telefoon. Maar met een speler wil je toch even rustig gaan zitten als het serieus wordt. Zit je hier dan lekt het minder snel uit dan wanneer je in de Van der Valk in Enschede gaat zitten. Niemand ziet ons hier. Het ligt centraal in het land. Ik woon hier, dus voor mij is het wel relaxed.’

Hij lacht. ‘Nou ja, toen ik dit werk bij Vitesse deed, was het wel bekend dat we hier veel zaten. We spraken met Edward Sturing, toen die wegging als trainer. Toen zaten hier journalisten te posten. Edward wilde niet met de pers praten, dus is hij maar over het hek geklommen.’

Wat vindt uw vrouw daarvan?

‘Die vindt het geen probleem. Heel soms komt ze erbij zitten, dan kan er een vriendschap ontstaan, bijvoorbeeld met Ron Jans en zijn vrouw.’

Niets lijkt Streuer van de leg te krijgen. ‘Mijn ouders waren ook vrij relaxed, mijn vader is 89 geworden, mijn moeder 87. Vader werkte bij de douane aan de grens. Relaxed leventje. Dit werk is altijd druk. Het ís druk en je hébt druk. Ik vind dat leuk. Het stopt nooit. Na de transferperiode ben je alweer bezig met de volgende.’

Tot hoe laat neemt u de telefoon op?

‘Tot twaalf uur ’s nachts wel. Ik slaap altijd goed. Ik zie niet snel onoverkomelijke problemen. We hebben nu bijvoorbeeld misschien wat te veel spelers onder contract. Daar kun je je heel druk om maken, maar dat lost zichzelf altijd wel op. Die jongens willen toch spelen, dus dan zoekt een zaakwaarnemer een andere club.’

Toch kunt u volgens Bruggink ook kwaad worden tijdens besprekingen. Is dat dan een spel?

‘Nee, zeker niet. Zaakwaarnemers overschatten altijd hun spelers. Je moet realistisch blijven, hoe goed is die speler nou echt? Soms heb je iets afgesproken na heel lang onderhandelen en dan komen ze ineens met een heel ander salaris of een andere club. Je moet elkaar niet voor de gek houden. Maar ja, als het gaat om geld, dan draaien mensen om als een blad aan een boom.’

U ging toch zelf vanwege het geld naar Sjachtar Donetsk?

‘Zeker. Je gaat niet voor de gezelligheid naar Donetsk. Ik zat daar maar tien dagen per maand, hoor, voor de rest hier in het hotel. Het was een mooi project, de eigenaar was gek van Brazilianen, daar wilde hij de buidel wel voor trekken. In het tweede seizoen wonnen we de Europa League. Geen moment spijt van. Nu is het er een ravage door de oorlog. De scout van toen zit er nog, die spreek ik nog weleens.’

U werkte daar, kent nog mensen daar, maar Twente verkocht Manfred Ugalde aan het Russische Spartak Moskou en jullie onderhandelen met die club over Michel Vlap.

‘We zouden hen liever aan clubs uit andere landen verkopen. Maar zij wilden daarheen. We hebben alles uitgezocht, we doen niets wat verboden is.’

U kunt niet zeggen: dat doen we niet uit moreel oogpunt?

‘Er zijn binnen Twente verschillende meningen over. We hebben besloten te onderhandelen onder bepaalde voorwaarden. Ik voel me daar ergens wel vervelend bij. Maar mijn persoonlijke gevoel is niet leidend. Er zijn zoveel landen waar iets aan de hand is, trouwens.’

Jevgeni Levtsjenko, voorzitter van de Nederlandse voetbalvakbond, is er niet blij mee.

‘Logisch, hij is Oekraïner. Ik ken hem goed, heb hem op zijn 17de naar Vitesse gehaald. Hij heeft me gebeld, zijn zorgen geuit. Ik snap het, ik voel dat ook wel. Maar hij zei ook dat we niets doen wat niet mag.’

Hij vertelde me dat de koopman won van de dominee in u.

Licht geïrriteerd: ‘Je kunt er zo veel over zeggen.’

Hebben jullie geprobeerd het Vlap uit zijn hoofd te praten?

‘Nee. De speler moet doen wat hij wil, het is zijn eigen keus en verantwoordelijkheid.’

Glimlacht. ‘Goed, hebben we toch iets te pakken wat echt minder leuk is. Dit zijn wel hoofdpijndingen. Daar moet je er niet te veel van hebben.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next