Nebahat Günerhan is 100 jaar. Hoe kijkt deze Turkse uit Istanbul terug op de bewogen eeuw die achter haar ligt?
Lachen. Dat lijkt het geheim voor een lang leven te zijn van Nebahat Günerhan, geboren en getogen in de Turkse metropool Istanbul. Hoewel, geheim? Ze doet het openlijk en heel vaak, op het balkon van het bejaardentehuis in de wijk Küçük Çamlica, dat een prachtig uitzicht biedt op de Zee van Marmara en de Prinseneilanden. ‘Ik hou van lachen’, zegt ze. ‘Ik lach om de kleinste dingen.’ Met tegenslagen ging ze om door te lachen, ‘en door je niet te druk te maken over alles wat er in het leven gebeurt’.
In wat voor gezin bent u opgegroeid?
‘We waren arm. De Eerste Wereldoorlog was net afgelopen toen ik klein was. Mijn vader werkte in de bouw en kreeg ischias. Dus moest ik werken om de familie te onderhouden. Ik was de derde van zeven kinderen. Mijn ouders vonden mijn twee oudere zussen te mooi om uit werken te gaan. Ze waren bang dat mannen hen zouden lastigvallen. Ik was niet mooi, dus ik kon werken. (Ze lacht)
‘Mijn vader was een tiran. Ik wilde doorleren, maar dat mocht niet van hem. Tot groep 5 was er leerplicht, daarna haalde hij me van school. Ik zag leerlingen van de middelbare school met een schoolpet, dat wilde ik ook. Om de spot met me te drijven, zei mijn vader: ‘Wat ben je van plan, professor worden of zo?’ Ik was echt beledigd. Wat was dat voor opmerking? Denk je eens in hoe het met ons land zou zijn gegaan als ik professor was geworden!’
Waar ging u werken?
‘Ik was 12 toen ik solliciteerde bij Reji, een tabaksfabriek. Ze namen geen kinderen aan. Maar ik piepte naar binnen, ging naar de manager, begon te huilen en werd uit medelijden aangenomen. Ik werkte heel goed, de eigenaar verhoogde stiekem mijn salaris. Ik mocht het aan niemand vertellen.’
100 in het buitenland
De serie met interviews met 100-jarigen gaat deze zomer de grens over. In juli en augustus vertellen eeuwelingen uit onder andere Mexico, het Verenigd Koninkrijk en Spanje over hun leven.
Dat Nebahat opgroeide in een seculier gezin in de grote stad (een hoofddoek droeg ze nooit), betekent niet dat het conservatisme haar bespaard bleef. Een belangrijke rol daarin speelde haar grootmoeder, over wie ze nog altijd met boosheid spreekt.
Wat was uw oma voor iemand?
‘Mijn grootmoeder was erg streng. Ze wist precies hoe meisjes zich moesten kleden en gedragen. Veel was verboden. Ik mocht geen dingen dragen die iets zouden onthullen. Na mijn werk moest ik rechtstreeks naar huis, ik mocht absoluut nergens ook maar een kijkje nemen. Ik legde me er maar bij neer, want zo ging het toen. Maar op die manier kon ik niet jong zijn.
‘Het was verboden om bij het raam te zitten en naar buiten te kijken, de tuin in te gaan. ‘Meisjes doen dat soort dingen niet.’ Verdomme, val dood met je meisjesdingen. Door altijd maar te zeggen wat meisjes niet kunnen doen, hebben ze mijn jeugd verziekt.
‘De ouderen zeiden dat ik als vrouw mijn mond moest houden en moest doen wat me gezegd werd. Je mocht je haar niet zus en zo dragen, alles was verboden. ‘Ben je iets met een vent van plan?’, zei mijn oma. Dan voelde ik me enorm beledigd, het ging me door merg en been. Ik vrat mezelf helemaal op. Maar ik had mijn grenzen. Toen het me teveel werd, stond ik op en zei nee.’
Wat was de druppel?
‘Mijn wenkbrauwen. Ze liepen door, ik leek wel een uil. Ik wilde het middendeel weghalen, welke man zou me willen als ik dat niet epileerde? Maar dat mocht niet van mijn grootmoeder. Zo was ze.
‘Mijn moeder was een engel, zo zachtaardig. Ze beschermde me af en toe, koos mijn kant. Ze werd boos op haar moeder, maar kon niets doen. Toch heb ik me tegen mijn grootmoeder verzet. Ik moest wel, ik had er genoeg van, ik was zo kwaad. Ik ging recht tegenover haar staan met een pincet. Ik zei: ‘Als ik wil, epileer ik mijn wenkbrauwen!’ Ik nam een uitdagende houding aan, zo van ‘Schreeuw dan naar me als je wil!’ Dat deed ze niet.
‘De ouderen vergiftigden het leven van de jeugd in die tijd. Jongeren zeiden: ‘O, ik zou zo graag trouwen en van mijn ouders afkomen.’ In werkelijkheid kwamen ze nergens van af. Met het huwelijk kwamen ze van de regen in de drup.’
‘Wat is de slechtste beslissing die u in uw leven genomen hebt?’
‘Trouwen. Beide keren.’
Enige duidelijkheid over haar twee huwelijken komt niet alleen van de – soms tegenstrijdige – flarden die ze erover loslaat, maar ook van wat haar verzorgers en haar 75-jarige dochter erover zeggen. Haar eerste huwelijk was min of meer gearrangeerd. Ze geeft aan dat hij niet haar keus was, al lijkt ze geleidelijk gehecht te zijn geraakt aan de man met wie ze een dochter en een zoon kreeg. Zelfs het woord ‘liefde’ valt.
‘Ik trouwde toen ik 19 of 20 was. We woonden in dezelfde buurt. Moeders met zonen kwamen bij iedereen langs om te kijken wie een mooie dochter had. Zijn ouders hadden een fontein in hun tuin. Dan zei mijn moeder: ‘Ga even water voor me halen.’ Zo kon hij me bekijken. Zijn familie vond me goed bij hem passen. Ik vond hem oké, ik heb het maar geaccepteerd.’
Maar haar echtgenoot overleed jong. Om haar kleine kinderen zekerheid te bieden, hertrouwde ze met een kennis van haar man die haar vader had kunnen zijn. Hij was alcoholist en behandelde haar slecht, blijkt uit wat de mensen rondom haar zeggen. ‘Godzijdank ging hij dood’, zegt een van hen.
Nebahat: ‘Ik had geen keus. Ik moest doen wat het beste was voor mijn kinderen, dus trouwde ik met een man die ouder was dan mijn vader. Hij was lang en knap, maar ik kon niet van hem houden. Liefde komt niet door dwang. Ik huilde als ik alleen was. Maar ik kon hem niet verlaten, ik moest aan mijn kinderen denken.’
‘Dus u heeft nooit een grote liefde gehad?’
‘Jawel. Hij is verdronken in zee. Ik was nog maar kort getrouwd, had kleine kinderen. Een ver familielid van mijn eerste man, een dorpsgenoot eigenlijk, klopte op een dag bij me aan. Hij was in tranen. Ik begreep waarom. Ik zei: ‘Ben je verliefd op iemand?’ Ik zag het aan zijn blik. ‘Ja’, zei hij. ‘Op wie?’, vroeg ik. Hij keek me in de ogen en begon weer te huilen. Ik liet hem niet langer huilen, zo’n naïeve jongen, ik sloeg hem meteen aan de haak. (Ze lacht)
‘Een tijdje later werd mijn man door de dokter naar zijn dorp in de provincie gestuurd. Voor de frisse lucht, hij was ziek. Die andere man kwam weer langs. Hij wilde naar het strand. Maar mijn man was net vertrokken, ik stelde voor de volgende dag te gaan. ‘Morgen ben ik misschien dood, laten we alsjeblieft nu gaan’, zei hij.
‘Het water was zo helder, het leek ondiep, dus hij sprong van de boot. Hij spartelde en maakte wilde bewegingen. Ik dacht dat hij kon zwemmen, maar het was geen zwemmen. Het gebeurde allemaal voor mijn ogen. Hij had gezegd dat hij misschien de volgende dag zou sterven, maar hij stierf die dag nog. Ik hield heel veel van hem. Hij was gul, van zulke mannen houd ik. Het vervelende was dat ik getrouwd was.’
Hoe lang duurde de relatie?
‘Heel kort, hij stierf zo snel. Natuurlijk lach ik nu ik het vertel, maar het is niets om over te lachen. De zee was daarna mijn vijand, ik ben een tijd niet meer naar zee geweest. ‘Je hebt mijn geliefde meegenomen’, dacht ik.’
Tot zover de hoogte- dan wel dieptepunten uit het 100-jarige leven van Nebahat Günerhan, de dingen waarover ze maar niet uitgepraat raakt: de wenkbrauwen, haar strijd tegen de beperkingen die meisjes kregen opgelegd. Over de verdronken minnaar praat ze giechelig, alsof ze een geheimpje verklapt.
Haar leven bestond vooral uit werken. Eerst in fabrieken (tabak, plastic, textiel), later als particuliere hulp voor bejaarden, zieken en kinderen, als kleermaakster en als eigenaar van een telefoonwinkel. ‘Alles wat ik in mijn leven heb gedaan, deed ik voor mijn kinderen, ook al zijn ze het daar misschien niet helemaal mee eens.’
Ze werkte tot niet lang voordat ze op haar 85ste naar het tehuis ging. Haar dochter komt elk weekend op bezoek, met haar zoon heeft ze weinig contact. Ze is dol op knappe mannen, zoals de verplegers. Haar gezondheid is goed. De andere dames op haar afdeling zien er aanmerkelijk brozer uit, hoewel ze minder oud zijn.
Bent u blij dat jonge vrouwen in Turkije nu meer vrijheid en een beter leven hebben dan u indertijd?
‘Ja, wat is het goed geworden! Jongeren nemen hun eigen beslissingen, dat is echt geweldig. Ze kunnen in hun eigen huis wonen. Een van mijn achterkleinkinderen heeft samen met haar vriendin een huis gehuurd. Ze hebben een auto gekocht, ze werken, ze hebben hun eigen geld. Ze zijn niet getrouwd, ze hebben geen last van mannen.’
‘Om een lang verhaal kort te maken: het leven van de huidige jongeren staat ver af van mijn jeugd. Het was een tijd vol beperkingen. Maar ik lachte toen ook, begrijp me niet verkeerd. Misschien niet als ik ziek was, maar verder eigenlijk altijd.’
Ze lacht.
NEBAHAT GÜNERHAN
Geboren: mei 1925 in Istanbul.
Woont: In bejaardentehuis in Küçük Çamlica, Istanbul.
Beroep: Fabrieksarbeider, gezinshulp, winkeleigenaar
Familie: Twee echtgenoten (beiden overleden), twee kinderen, vier kleinkinderen en drie achterkleinkinderen.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant