is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Bestond er een hogeschool interviewtechniek met specialisatie sportinterviews en zou een interview afnemen behoren tot het praktijkexamen, dan was een onderhoud met Thymen Arensman de meesterproef. Niet dat Arensman het de interviewer bewust moeilijk maakt: je ziet aan hem dat hij zijn uiterste best doet, dat er een veelheid aan gedachten en mogelijke antwoorden door zijn hoofd gaat, dat hij wikt en weegt en niets liever wil dan het gewenste antwoord geven.
Maar het lukt hem niet, het wemelt in zijn hoofd van de inzichten en eventuele antwoorden en die overweldigen hem. Hij slaagt er niet in uit de duizenden mogelijke formuleringen de juiste te selecteren.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Zaterdag boekte Arensman de grootste zege uit zijn loopbaan tot dusver, hij won de Touretappe naar Superbagnères over de de legendarische cols Tourmalet, Aspin en Peyresourde. Die etappe maakt van de winnaar op slag een beroemdheid. Wat er verder ook nog gebeurt, hij kan alvast terugkijken op een geslaagde loopbaan. De rest van zijn leven zal er naar hem worden verwezen als de winnaar van de rit naar Superbagnères in de Ronde van 2025.
Na afloop stond Han Kock hoopvol voor Thymen Arensman. Hoe het was om je droom in vervulling te zien gaan, vroeg hij om te beginnen. Arensman is een intelligente wielrenner, een denker die zijn universitaire studie geschiedenis liet voor wat hij was en wielerprof werd. Ongetwijfeld beschikt hij over de woordenschat en taalvaardigheid om op Kocks niet heel ingewikkelde vraag het juiste antwoord te formuleren.
Vraag het me morgenvroeg nog maar eens, zei Arensman, dan heb ik erover nagedacht, dan weet ik het misschien.
Plichtsgetrouw duwde Kock Arensman zondag voor de start zijn microfoon weer onder de neus. Of hij het al wist. Het is heel speciaal, zei Arensman. Het is heel bijzonder. Het is hartstikke mooi. Daar schoot Kock weinig mee op. Omdat hij zo gauw niets anders wist, vroeg hij waar Arensman het meest trots op was.
Op slag streden op het gezicht van de wielrenner onbegrip en wanhoop om voorrang. Wat wilde die man van hem? Waarom stelde hij uitgerekend deze vraag? Hij was trots dat hij had gewonnen, maar was dat een antwoord? Dacht Kock dat hij 11 was en geen 25? Het meest trots? Kon hij Kock in zijn gezicht uitlachen en wegfietsen?
De situatie deed denken aan een interview met de dammer Jannes van der Wal, heel lang geleden, nadat de interviewster hem had gevraagd hoe oud hij was. Jannes raakte in een acute psychische crisis, keek zijn gesprekspartner lang aan, begon te grijnzen – maar antwoordde niet. De stilte duurde een paar minuten, de langste in de geschiedenis van de televisie.
Arensman vond zwijgen ongepast.
Je zult maar een grote Touretappe hebben gewonnen, en een dag later krijg je de vraag voorgelegd waarop je het meest trots bent. Ik zou ook stilvallen. Je weet: elke seconde televisie is airplay voor mijn sponsor dus lullen maar, elk antwoord dat ik geef gaat, mits voldoende scherp geformuleerd, de wereld rond – maar er schiet je niets te binnen. De meeste wielrenners verzinnen op zulke momenten iets, doet er niet toe wat, gooien wat in de microfoon (‘Dat mijn moeder me gebaard heeft’) en fietsen door.
Thymen Arensman wilde dat niet. Hij gunde Kock een zinvol antwoord waarmee de tv-verslaggever iets kon, hij tastte zijn hoofd af op mogelijkheden en verzocht zijn brein dringend snel een antwoord te formuleren op de vraag waarop hij in godshemelsnaam het trotst was, maar zijn innerlijke autocue bleef leeg. Een zinnig antwoord was, concludeerde Thymen Arensman, niet mogelijk.
‘Geen idee,’ zei hij.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns