Home

Wild staken voor gelijke rechten: hoe in 1978 Turkse vrouwen het minimumloon bij een kippenfabriek afdwongen

In 1978 legden Turkse vrouwen in Almelo het werk neer bij een kippenfabriek, een van de eerste stakingen door migrantenvrouwen. Ze eisten betere arbeidsomstandigheden en een fatsoenlijk loon.

is journalist van de Volkskrant, historicus en schrijft over cultuur en maatschappij.

Op een maandagmorgen in maart 1978 verzamelen zich zo’n 140 Turkse vrouwen voor kipconservenfabriek Ten Dam in Almelo. Sommigen hebben hun kinderen aan de hand. Ze dragen spandoeken. Op één staat: ‘Wij Turkse vrouwen staken voor minimumloon bij Ten Dam.’ Op een ander dezelfde tekst, in het Turks.

‘Turkse vrouwen eisen meer loon’, kopt de Volkskrant de volgende dag. Volgens de krant hanteert Ten Dam werkdagen van meer dan twaalf uur. De werknemers, die de hele dag gare kippen moeten uitbenen, krijgen 50 cent per kilo afgewerkt vlees. Het gemiddelde bedrag dat de vrouwen hiervoor ontvangen ligt onder het minimumloon. Het meeste personeel werkt zwart en is via een koppelbaas bij het bedrijf gekomen. Het Parool vraagt zich af hoe het kan dat er in een Nederlands bedrijf zo lang in dergelijke omstandigheden gewerkt kon worden. ‘Zonder dat er een haan naar kraaide?’

Bijna vijftig jaar later zijn migranten nog altijd oververtegenwoordigd in laagbetaalde beroepen, zoals die in slachterijen. De woon- en arbeidsomstandigheden zijn vaak niet op orde. En van gelijk loon is lang niet altijd sprake. Nature publiceerde vorige week een studie waaruit blijkt dat immigranten in Nederland voor hetzelfde werk bij dezelfde werkgever 5 procent minder betaald krijgen.

In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.

De 36-jarige Hatayi Demir-Erdemir uit Hengelo legt die dag in 1978 ook haar werk neer. Ze wil niet meer zwartwerken. ‘Ik wilde een arbeidscontract met verzekeringen’, zegt de nu 85-jarige Demir-Erdemir.

Demir-Erdemir komt in 1976 met haar kinderen naar Nederland, zes jaar na haar man. Drie maanden na haar aankomst gaat ze bij pluimveebedrijf Ten Dam werken. ‘Wij stonden aan de lopende band. Het vlees moest ik snel pakken en in een soort ton doen, zodat het nog een keer gewassen kon worden. Als de kippen gegaard waren, plukten wij het vlees eraf. We hadden laarzen aan en overal was het vettig.’

Wilde staking

‘Ik hield van werken’, zegt Demir-Erdemir. ‘Ik kwam uit armoede en wilde geld verdienen en niet afhankelijk zijn van anderen. Ik wilde het beste voor mijn kinderen en werkte daarom hard. Het verschilde hoeveel uur ik werkte. Als de kippen net waren gekomen, dan begonnen we om half 6 en stopten we om 17 uur.’

Directeur Henny ten Dam ontkent dat er misstanden zijn in familiebedrijf, schreef de Volkskrant. Volgens hem werken de vrouwen steeds van 7 tot 16 uur en ‘konden zij als ze maar hard genoeg werkten gemakkelijk het minimumloon verdienen’.

De staking begint ‘wild’: zonder de steun van de vakbond en zonder stakingskas. De lokale SP steunt de staking. Ellie Roetgerink uit Almelo was een van de stakingsleden: ‘Toen we hoorden dat de vrouwen van de kippenfabriek niet het minimumloon kregen, wilden we ze steunen. De vakbond bemoeide zich helemáál niet met migranten.’

De voedingsbond sluit zich later toch bij de staking aan. Een lokale bestuurder verklaart tegen Het Parool dat de werkgever de vrouwen ‘eruit schopte zodra ze lid van de vakbond werden’. De bond kwam er simpelweg niet tussen: ‘Die Turkse vrouwen rijden ’s morgens met een busje de poort in, ’s avonds weer eruit en dan heb je ook nog de taalbarrière.’ De bond hoorde daardoor pas ‘voor de televisie’ van de staking. ‘De dag daarop ben ik bij de poort wat stickers gaan plakken.’

Zenuwachtig, maar ook blij

‘Veel stakingen van arbeidsmigranten waren in die tijd wild’, zegt Rosa Kösters, stakingsonderzoeker aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. ‘Er zijn onder de eerste generatie arbeidsmigranten tientallen stakingen georganiseerd, ook door vrouwen, maar de meeste vakbonden waren destijds nauwelijks geïnteresseerd in deze groep. Er was geen beleid op. Dat is nu anders.’

Tijdens de staking voelt Demir-Erdemir zich zenuwachtig en opgelaten. ‘Maar we waren ook blij.’ En zo staat ze ook op de foto die documentairefotograaf Bertien van Manen die dag van haar maakt: lachend, met een witte hoofddoek op, kijkt ze recht de camera in. De foto wordt later opgenomen in Van Manens boek Vrouwen te gast (1979).

‘Na drie dagen staking ging directeur Ten Dam jr. voor de eisen van de vrouwen door de knieën’, schrijft Het Parool. Hij belooft alle vrouwen in dienst te nemen. In een adem kondigt Ten Dam meteen een reorganisatie aan. Zijn bedrijf moet gaan inkrimpen. Hij schat dat er zo’n dertig arbeidsplaatsen moeten verdwijnen.

Met dank aan fotograaf Çiğdem Yüksel, die het interview met Hatayi Demir-Erdemir (85) tolkte. Tijdens het onderzoek voor het boek ​​Je moest eens weten kwam Yüksel erachter dat Demir-Erdemir (85) op de foto van Bertien van Manen staat.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next