Home

De relatie tussen patiënt en zorgverlener is wederkerig

Medewerkers van Noordwest Ziekenhuisgroep in Alkmaar tijdens een cao-actie begin dit jaar.Foto Ramon van Flymen/ANP

In haar afscheidstweet op X toonde Fleur Agema een blije foto met een verhuisbox en daarboven de tekst: „Met de zorg komt het wel goed [hartje]”. Ik vraag me soms af wat politici denken als ze een bericht op sociale media zetten. Of ze überhaupt wel denken. In 140 tekens geven ze blijk van onverschilligheid, onverantwoordelijkheid en een zorgelijke neiging tot simplificatie van de werkelijkheid. Waarom hier in alle onredelijkheid nog over beginnen terwijl het zomerreces in volle gang is? Omdat de zorg, en u, waarde lezer, als (potentiële) patiënt, me lief is.

Emma Bruns is arts en schrijver

Er is niemand die je vertelt dat je als zorgverlener de meest ingewikkelde relatie in je leven aangaat. Je argwaan zou geprikkeld kunnen worden doordat nagenoeg alle artsen hun kinderen stellig afraden om dit vak te gaan uitoefenen. Of door het feit dat de overheid zich inmiddels genoodzaakt ziet burgers aan te raden tot elf te tellen als ze boos zijn op zorgverleners. Maar over het algemeen is een baan in de zorg toch iets waar de samenleving je toe aanmoedigt in televisieseries, reclamespots en op eindexamenborrels. Want hoe heerlijk is het dat er in ons land mensen zijn die voor je zorgen? Daar betaal je tenslotte toch premie voor?

Echt luisteren

Niemand, behalve wie de relatie heeft, begrijpt het echt. Het contrast tussen de onpersoonlijke, aftandse of juist te modern verbouwde molochs die zorginstellingen vaak zijn, en de zoektocht naar een mens die echt naar je lijkt te luisteren in de brij van witte jassen, is groot. Als het gaat om gezondheid is de mens een vreemd wezen. Enerzijds met eindeloos veel mening en ideeën over de keuzes die gemaakt moeten worden over de behandeling, de alternatieven, iets wel of niet doen, anderzijds als een klein kind in een groot bed, overgeleverd aan de ziekte die hem of haar overvalt, zelfs al is de ziekte direct herleidbaar tot jarenlang ongezond gedrag.

En voor de zorgverlener geldt: vanaf het moment dat die zijn naam verbindt aan de patiënt, wordt de verantwoordelijkheid voor diens gezondheid als een doos van Pandora aan je gegeven. Dat is een voorrecht, maar ook een zwaar geschenk wat je slapeloze nachten kan bezorgen.

Breekbaar

De onvoorwaardelijke liefde voor het vak en voor de zorg van patiënten is net zo breekbaar als de ‘geliefdenliefde’. In elke relatie kan je uit elkaar groeien, steeds meer voor jezelf kiezen, elkaars roep om aandacht niet meer zien en uiteindelijk elke avond met onuitgesproken ongemak elkaar de rug toedraaien in bed.

Ondanks de hoge kwaliteit van de zorg in Nederland en de toewijding van het personeel, staat de relatie de komende jaren op het spel. En zoals in elke relatie, betekent dat dat we oog moeten hebben voor de dialoog. Natuurlijk kunnen patiënten zich laten informeren en zeker in het geval van een chronische ziekte, zijn ze vaak beter op de hoogte dan een arts die hen voor het eerst ziet.

Maar zonder vertrouwen geen relatie. Zelden zie ik mensen in discussie gaan met hun loodgieter, elektricien of automonteur. Blijkbaar is het menselijk lichaam wel iets wat je zelf kan googelen.

Tinder van de zorg

Tijdens een ontbijt met de minister aan het begin van haar regeerperiode vroeg ik Agema hoe zij de eigen verantwoordelijkheid van de burger/patiënt zag. Ze gaf een duidelijk signaal: burgers, zorg is iets waar je recht op hebt, niet iets waar je eigen verantwoordelijkheid voor draagt. Ondertussen heeft Fleur het volste vertrouwen in de Tinder van de zorg: er wordt enorm veel geld geïnvesteerd in AI-oplossingen, managementcursussen en andere goedbedoelde vormen van zogenaamde aandacht en pseudo-liefde. Technologie lost alleen iets op als het ingezet wordt op de juiste gebieden, niet als het randzaken oplost omdat daar een verdienmodel ligt.

„De voornaamste taak van de arts is politiek: de strijd tegen de ziekte moet beginnen met een oorlog tegen slechte regeringen.” Een kleine zin uit Geboorte van de kliniek waarin de Franse filosoof Michel Foucault in meerder essays de visie op zorg beschrijft omstreeks 1780. Het ‘ik’ was in het westen tijdens de Verlichting net geboren. Er was nog geen personalized medicine, laat staan patiënten die al aan ChatGPT hadden gevraagd welke CT-scan ze moesten hebben en een arts louter nodig hebben om ze een toegangskaartje voor het ziekenhuis te verstrekken.

Als zorgverleners zullen we de komende periode aan bestuurders en politici, AI-startups en techgiganten, samen met patiënten en mantelzorgers, duidelijk moeten maken waar de zorg echt om draait. Zodat we ook de komende jaren trots kunnen zijn op de gezondheid van ons land.

Een beetje gek

Net als verliefd zijn geldt voor zorgverleners; iedereen die dit werk doet, is een beetje gek. Via deze weg, met verkiezingen in aantocht, een kleine oproep: vertrouw niet alleen op de liefde. De komende jaren zullen we als samenleving bereid moeten zijn om anders naar de zorg te kijken. We moeten streven naar functioneel minimalisme met behoud van empathie. We zullen met hetzelfde geld meer zorg moeten leveren met minder mensen.

Dat vraagt zeker om innovatie en ook om technologie, maar niet om een systeem dat zorgverleners met digitale argusogen controleert en waarin verder alleen maar apps verschijnen die nog meer ruis creëren. Het is aan de zorg om samen met de politiek het lef te hebben om ook dingen niet te doen en om burgers de handvatten te geven om gezond te blijven in plaats van te wachten tot ze ziek worden. Want net als in de liefde, doet een beetje lucht wonderen.

Source: NRC

Previous

Next