In slasherfilms is er vaak één enkele vrouw die de terreur van de moordenaar overleeft. Terwijl hij een bordspel over zo’n ‘final girl’ speelt, vraagt wetenschapsredacteur George van Hal zich af: wat zegt dit archetype over filmkijkers, en over onze maatschappij?
is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart, en is doorgewinterd film- en bordspelliefhebber.
De glanzende overblijfselen van moordcyborg ‘Mark X Hunter’ liggen aan mijn voeten. Op de binnenplaats van de Sunny Daze Mall, een Amerikaans winkelcentrum dat oogt alsof het aan elkaar is geschroefd uit jarentachtigclichés, voel ik een onmiskenbare overwinningsroes opborrelen.
Totdat de cyborg plots weer overeind springt en me genadeloos afslacht.
Een tikje gênant is het wel dat ik het eenpersoonsbordspel Final Girl maar niet kan winnen. Onlangs verscheen het derde ‘seizoen’ van het spel, waarvan The Killer from Tomorrow, de aflevering die ik zojuist opnieuw heb verloren, deel uitmaakt.
In een Hollywoodfilm zou Tali, het personage dat ik speel, juist als enige de terreur van de moordenaar overleven, precies naar het script van de talloze (vooral) ‘slasherfilms’, waarin een moordenaar mensen stalkt en vermoordt, meestal met een scherp wapen.
Van Halloween (1978) tot Scream (1996) en van The Texas Chain Saw Massacre (1974) tot The Terminator (1984), de film waarop de moordcyborg die me zojuist doorkliefde is gebaseerd, leren zulk soort horrorfilms de kijker namelijk één belangrijke les: wie de getoonde slachtpartijen wil navertellen, kan maar beter vrouw zijn.
Keer op keer is het één vrouw die in haar eentje de terreur van seriemoordenaars, bovennatuurlijke monsters en overige griezels overleeft. Een heuse trope is het inmiddels, een archetype dat door liefhebbers van het genre is omarmd als de ‘final girl’.
Terwijl ik de dobbelstenen, pionnen en kaartjes terugstop in het doosje, realiseer ik me dat ik nooit heel diep heb nagedacht over al die final girls. In sportfilms wint altijd het sympathieke team vol underdogs, bij actiefilms in de stijl van Die Hard (1988) rekent een stoere eenling af met een hele kudde zwaarbewapende tegenstanders en bij slashers overleeft één vrouw de bloederige aanval van een griezelige moordenaar. Dat is nu eenmaal hoe het werkt in Hollywood, toch?
Maar... waaróm eigenlijk? Dat we stuntelige sportteams die hun beperkingen overwinnen graag zien zegevieren is psychologisch best logisch. Maar hoe zit het met die final girl? Is ze misschien een soort feministisch statement: een vrouw die het brute geweld van de vrijwel altijd mannelijke moordenaar overleeft? Ik twijfel.
Final girls worden namelijk altijd eerst een film lang psychologisch en lichamelijk gemarteld en bang gemaakt. Slechts fictie, wellicht, maar toch: het zijn meestal mannelijke regisseurs en scenarioschrijvers die deze vrouwen op de meest afschuwelijke wijze door de mangel halen. En de marketingmachine van Hollywood richt zich bij al dat vrouwenleed vervolgens op mannelijke horrorfans die er al popcorn graaiend van moeten genieten.
Ineens bekruipt me een ietwat ongemakkelijk gevoel. Ik kijk nog eens naar het bordspel. Is dit dan het patriarchaat in een doosje? Geven de bedenkers van final girl-kwellingen met hun sausje van ‘sterke vrouwen die alles overleven’ niet gewoon ruim baan aan hun ergste misogyne fantasietjes? En ben ik, als speler en filmkijker, dan niet medeplichtig?
Met al die plotse vragen is er maar één weg voorwaarts: contact opnemen met iemand die er echt verstand van heeft. En dus bel ik met mediaonderzoeker Dan Hassler-Forest van de Universiteit Utrecht, die in het dagelijks leven het snijvlak van populaire cultuur en de maatschappij onderzoekt, en die toevallig momenteel werkt aan een boek over The Texas Chain Saw Massacre.
Het personage Sally Hardesty uit die film wordt vaak genoemd als een van de eerste voorbeelden van een final girl, de spirituele voorloper van beroemdere opvolgers als Sidney Prescott (Scream) en Sarah Connor (The Terminator). Doordrenkt met bloed springt ze aan het slot van de film achter in een pick-uptruck; zo ontsnapt ze als enige aan de mensenhuid dragende en met een kettingzaag zwaaiende seriemoordenaar Leather Face.
‘In een slasher kijk je naar hoe een meestal jonge, mooie vrouw heel lang wordt geterroriseerd door een moordlustige man’, zegt Hassler-Forest. Daarop is Hardesty geen uitzondering. Tot zover dus het excuus van de final girl als feministisch icoon?
Ho, wacht, benadrukt hij meteen: de werkelijkheid ligt een stuk genuanceerder. ‘Er is bijvoorbeeld geen enkel ander genre waarin vrouwelijke personages zo consequent en prominent aanwezig zijn. Slasherfilms hebben veel meer sterke, volwaardige vrouwenrollen dan bijna elk ander filmgenre’, zegt hij.
Voor Laura op de Beke, eveneens mediaonderzoeker bij de Universiteit Utrecht, is dat een van de redenen dat ze naar eigen zeggen een groot horrorfan is. ‘Vrouwen zijn in horrorfilms bijna altijd de protagonisten.’
Een van Op de Bekes favoriete horrorsubgenres zijn films over haunted houses, films met geesten dus. Net als slashers leunen die sterk op maatschappelijke vooroordelen over genderrollen. ‘Vrouwen zijn vaker gebonden aan huis, dus is het bij zo’n spookhuis meestal de vrouw die als eerste merkt dat er iets mis is.’
En die vrouwen worden vervolgens door hun omgeving niet geloofd. ‘Een conventionele heterogast zou veel te rationeel zijn voor zo’n horrorfilm. Die zou de horror dempen, want hij zou niet doorhebben wat er gebeurt, of hij zou het wegrationaliseren. Of hij wordt wél meteen geloofd door zijn omgeving, en dan is het ook niet meer spannend.’
Bij slasherfilms gaat het net zo. Daarmee vertellen zulke films óók het verhaal van een vrouw die zich onveilig voelt in een patriarchale maatschappij, zegt Hassler-Forest.
Net als de vrouwen die in een spookhuis wonen, worden de door de moordenaar gestalkte final girls door hun omgeving vaak weggezet als hysterische wezens die spookbeelden zien. ‘Terwijl we als kijkers weten: nee, het is écht waar. Wij hebben hem ook gezien, hij is er echt. Je bent niet veilig.’ In die zin speelt zo’n film dus met allerlei vooroordelen.
Andere personages dienen in zulke films vaak als kanonnenvoer. ‘Ze dienen als vrolijke noot, of het zijn vreselijke mensen en dan gaan ze meestal dood – het liefst op heel bloedige wijze’, zegt Op de Beke.
Ik pak er eens een klassieker uit het genre bij: de eerste Scream, het startschot van een hausse aan slasherfilms van rond de eeuwwisseling die bewust spelen met alle genreclichés. In 111 minuten leggen acht personages het loodje, waarmee de film overigens de laagste body count heeft uit de reeks. Logisch, want een andere ongeschreven regel uit het genre luidt dat vervolgen áltijd extremer moeten zijn dan het origineel.
Personages worden in Scream opengesneden, doorboord met een mes (en in één geval zelfs een paraplu), neergeschoten, opgehangen aan een doelpaal, geplet en geëlektrocuteerd door een tv-toestel. Zet het zo op een rijtje, en het is eigenlijk best opmerkelijk dat mensen – ik ook – dit leuk entertainment vinden.
‘Ik voel me nooit schuldig over waar ik naar kijk en waarvan ik geniet’, zegt Julius Koetsier, hoofdredacteur van Schokkend Nieuws, het tijdschrift over horror-, scifi-, fantasy- en cultfilms. ‘Zo’n film biedt een veilige manier om je te verhouden tot dingen die je niet graag zou meemaken. Het is niet anders dan een actiefilm die je in gevaarlijke situaties plaatst die tóch leuk zijn om naar te kijken.’
Dat vindt ook Hassler-Forest. ‘Horrorfilms spelen in op angsten die echt zijn, maar doen dat op een overdreven of onrealistische manier: door middel van monsters, aliens of seriemoordenaars’, zegt hij. ‘Dingen die we meestal niet in het dagelijks leven tegenkomen. Met zo’n film kunnen we het een beetje op ons in laten werken, en daardoor leren we ook beter met onze angsten omgaan.’
Daarom spelen die films zich vaak af in een omgeving die normaal gesproken veilig aanvoelt. ‘De setting is meestal niet een grote, enge stad’, zegt Hassler-Forest, ‘maar een nette buitenwijk. En de moorden gebeuren niet buiten, maar juist binnenshuis.’
‘The call is coming from inside the house’, citeert hij een beroemd horrorcitaat, oorspronkelijk afkomstig uit een kampvuurverhaal, maar in de filmwereld vooral bekend uit horrorfilm When a Stranger Calls (1979). ‘Het slechte, het rotte, is dan onderdeel van het burgerlijke. Dat maakt deze films eng.’
Wie de rol van final girl mag spelen, wordt vervolgens vooral bepaald door ons idee van slachtofferschap, zegt hij. ‘Het plezier van het kijken naar deze films is dat ze een soort gekke mix van sadisme en compassie moeten opwekken. We leven met de final girl mee, maar we vinden het stiekem ook leuk om te zien hoe iemand écht bang wordt gemaakt en wordt geterroriseerd.’
En daar komen dan onze vooroordelen om de hoek kijken, want, zegt Hassler-Forest: een bange, schreeuwende, huilende man, dat vinden de meeste filmkijkers niet zo geloofwaardig.
‘Aan de ene kant bevestigt de final girl dus heel veel seksistische stereotypen, maar tegelijk weerspiegelt deze trope ook de realiteit van een patriarchale samenleving waarin het meeste geweld plaatsvindt van mannen jegens vrouwen. Mannen kunnen zich veel minder makkelijk voorstellen dat ze bang zouden zijn om over straat te lopen, of om door iemand te worden gevolgd.’
Een filmstudio zal daardoor veel minder snel kiezen voor een ‘final guy’ in de hoofdrol. En áls dat dan een keer gebeurt, kan het alleen met een twist. Hassler-Forest noemt slasherfilm Freaky (2020) als voorbeeld, waarin een tienermeisje – het beoogde slachtoffer – en de moordenaar van lichaam wisselen.
‘Plots is het daardoor een grote stoere vent die het slachtoffer is, en die zich gedraagt als een meisje van 16. Dat levert een virtuoze fysieke performance op van de hoofdrolspeler, maar het confronteert de kijker ook weer met zijn of haar genderstereotypen.’
Bovendien, zegt hij: in die film is er nóg een man die bang is. Het gaat om een van de beste vrienden van het meisje. ‘Alleen: hij is homo. En dan kan dat blijkbaar ineens weer wel. Het is dan sociaal meer geaccepteerd dat je je kwetsbaar gedraagt.’
Hassler-Forest noemt het bizar dat filmmaatschappijen lijken te denken dat alleen mannen naar horrorfilms kijken.‘Dat clichébeeld bestaat bijvoorbeeld ook over dingen als heavymetalmuziek, videogames en stripboeken. Maar daar klopt niets van.’
Hij wijst op het werk van de Amerikaanse filmwetenschapper Carol Clover, de eerste die de trope van de final girl beschreef. In 1987 gebruikte ze die term in een essay in vakblad Representations, dat later de basis vormde voor haar boek Men, Women & Chain Saws: Gender in the Modern Horror Film (1992).
‘Met dat boek zei ze ook: ik ben een vrouw en ik kijk graag naar deze films’, zegt Hassler-Forest. ‘Maar de filmindustrie gaat nog altijd uit van de bekende stereotypen. Ze werken met vier kwadranten: jong, oud, vrouw, man.’ Is een film gewelddadig? Dan is die vooral voor mannen. Is hij romantisch? Dan is hij voor vrouwen.
‘Mijn eigen onderzoek binnen fangemeenschappen laat echter consequent zien dat er een enorm contingent vrouwen is dat altijd al van deze films hield. Ontkennen dat zij bestaan, beweren dat vrouwen alleen houden van softe, romantische films, dat is seksistisch.’
Het is vooral de commercie die de ontwikkeling van slashers aanzwengelt. Want hoewel er heus nog ‘traditionele’ varianten worden gemaakt – zo loopt de Scream-reeks nog door en begon Netflix in 2021 met de Fear Street-reeks – hebben de meeste nieuwe slashers allemaal een soort twist, constateert Koetsier.
Alleen een moordenaar met een mes is inmiddels niet meer genoeg om het publiek de bioscoop in te trekken, vertelt hij. ‘Dus dan krijg je slasher en tijdreizen, zoals in Totally Killer (2023), slasher en body swap, zoals in Freaky, of slasher plus Groundhog Day, zoals in Happy Death Day (2017).’
Maar wat al die varianten met elkaar verbindt, is de final girl. Welke twist de makers ook toepassen om het genre vers te houden, aan die ene vrouw die alles overwint wordt niet getornd.
Wel zijn er volgens Hassler-Forest cycli te zien in de rol van de final girl. ‘In The Texas Chain Saw Massacre is ze nog een personage dat het toevallig overleeft, gewoon door op tijd in die auto te springen’, zegt hij. ‘De eerste échte final girl zie je in Halloween, vijf jaar later. Daarin is ze wat meer meisjesachtig, maagdelijk. Ze heeft een soort puurheid. De seksueel actieve vrouwen, daarentegen, die gaan eraan’, zegt hij.
Dat de final girl in de jaren zeventig en tachtig voldeed aan het beeld van het brave buurmeisje, hoorde bij de tijdgeest, zegt hij. ‘Het onthult iets over wat men destijds het perfecte meisje vond. Iemand die superieur is aan de andere vrouwen in de film, op basis van zowel haar morele puurheid als haar vindingrijkheid.’
Totdat Scream dat regelboek in de jaren negentig plots overhoop haalde. ‘Die film laat heel duidelijk zien: wij kennen de clichés en de conventies. En we proberen ze te reproduceren met een knipoog.
‘Daarom is final girl Sidney in de eerste Scream-film nadrukkelijk geen maagd, al wordt ze in het begin nog wel zo neergezet. Dat is een bewust signaal naar de kijker: zo werkt het niet meer helemaal. Het publiek leerde daardoor alle conventies herkennen, en dat gaf filmmakers de aanzet om te innoveren.’
Het leidde tot een derde fase, waarin we nog altijd zitten. ‘Noem het de ‘final power girl’’, zegt Hassler-Forest, een feministischere variant van de trope. ‘Niet langer is ze iemand die hard gilt en simpelweg overleeft.’
Films als You’re Next (2011), Ready or Not (2019) en Revenge (2017) zijn daarvan mooie voorbeelden, zegt hij. ‘De final girl is in die films een doortastend personage dat zich proactief en met verve door alles heen slaat dat de film op haar afvuurt.’
Neemt dat alle ogenschijnlijke problemen van de trope weg? Nee, oordeelt iedereen die ik spreek. Maar misschien, zeggen ze, is het ook geen ramp dat zulke films met hun mengelmoes van maatschappelijke vooroordelen, onhebbelijke tendensen en inspirerende pogingen om juist die dingen tegen het licht te houden, een afspiegeling zijn van de tijd waarin ze worden gemaakt.
Bovendien, zegt Op de Beke, hebben slasherfilms in elk geval nog een moreel kompas. Dat maakt ze veel beter dan al die andere seriemoordenaarverhalen die tegenwoordig tot ons komen via truecrimeseries, podcasts en filmdocumentaires.
‘Daarin worden échte moorden toch een beetje verlekkerd opgediend. Waar je in een horrorfilm weet voor wie je moet zijn – de final girl – heb je in true crime geen echte protagonist meer. Vaak wordt dat dan vanzelf een beetje de seriemoordenaar’, zegt ze.
Terwijl ik het bordspel Final Girl die avond nog eens uit de kast trek, denk ik aan de woorden van Hassler-Forest, Op de Beke en Koetsier. Het patriarchaat in een doosje? Mwah, het ligt wat genuanceerder. Wel jammer alleen dat ik even later alwéér heb verloren.
Halloween (1978). Jamie Lee Curtis speelt de succesvolste final girl uit de begindagen van het genre. Dit is de film die de trope definitief aanzwengelde.
Scream (1996). Blies de slasher nieuw leven in, nadat het genre in de jaren tachtig was dichtgeslibd met een stroom inspiratieloze vervolgfilms. Scream maakte onder meer furore dankzij de knipoog naar de conventies van het genre.
The Cabin in the Woods (2012). Door de makers omschreven als een ‘liefkozende haatbrief aan het horrorgenre’, een film die zo’n beetje elk horrorcliché op slimme wijze op de hak neemt, inclusief het archetype van de final girl.
Ready or Not (2019). Grace Le Domas (gespeeld door Samara Weaving) is de belichaming van de final girl van een nieuwe generatie filmkijkers. Ze is iemand die niet simpelweg overleeft, maar de gebeurtenissen nadrukkelijk naar haar hand zet.
The Invisible Man (2020). Geen typische slasher, maar deze beklemmende sciencefictionfilm over stalking bevat wel een echte final girl.
Freaky (2020). Deze slasher met body swap houdt de genderclichés van het genre op slimme wijze tegen het licht.
Nog iets dat opvalt: de final girl is, op enkele uitzonderingen na, vrijwel altijd een jonge, witte vrouw. Mediaonderzoeker Dan Hassler-Forest: ‘In Hollywood was de vuistregel toch altijd: een film verdient meer geld met een witte persoon dan met een zwarte persoon in de hoofdrol.
‘Dat was zo’n beetje algemeen geaccepteerd totdat de Marvel-film Black Panther en de horrorfilm Get Out, beide met zwarte hoofdrolspelers, in één jaar een financieel succes bleken.’
Bij de final girl speelt echter nóg iets mee, zegt hij: witte mannen hebben onbewust meer de neiging om witte vrouwen te beschermen. ‘Dat blijkt ook uit onderzoek: een verdwenen wit meisje krijgt in de VS veel meer media-aandacht dan een verdwenen zwart, of bruin, of Native American meisje. En datzelfde effect heeft zich lange tijd vertaald naar de casting. Dat is pas nu langzaam aan het veranderen.’
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant