Home

Vanuit Zuid-Europa heeft de bijeneter Nederland ontdekt als broedplaats – en hier eet hij vooral hommels

De bijeneter, van oudsher een ‘vakantievogel’ die je vaak kunt zien in Zuid-Europa, broedt steeds vaker in Nederland. De komst van de ‘geweldig mooie’ soort maakt vogelliefhebbers enthousiast, maar wijst ook op grote en structurele problemen.

Het is alweer vijftien jaar geleden dat Hilbert Folkerts in zijn woonplaats Meppel bij een bouwlocatie stond en zijn ogen niet kon geloven: in een hoop zand zaten bijeneters te broeden. Kleurige Zuid-Europese vogels, die in Meppel hun jongen grootbrachten terwijl even verderop bouwvakkers aan het werk waren. Dat had hij nooit eerder gezien.

De ervaring was het startschot voor de Werkgroep Bijeneters Nederland, een initiatief van enkele vogelaars rondom Meppel. ‘We wisten helemaal niets over deze vogel, maar we wilden wel kijken of we hem een handje konden helpen’, zegt Folkerts. ‘Aan de aannemer werd met succes gevraagd die zandhoop niet weg te halen, omdat daar een zeldzame vogel in huisde. Zo zijn we steeds verder gegaan: nadat we zelf een broedwand hadden aangelegd voor de bijeneter, kwamen daar het volgende jaar twee bijeneters opaf. Een geweldige ervaring.’

Voor velen is de bijeneter een echte vakantievogel, volop te zien in Zuid-Europese landen. Daar, in Italië, Spanje of Portugal, kun je ze volop zien zitten, op een telefoondraad of suizend door de lucht. Een exotische ervaring, want de vogel (ongeveer ter grootte van een uitgerekte spreeuw), is een bontgekleurde toverbal, met een felgele kin, helder lichtblauw op de wangen en borst, en een jasje van tinten roodbruin onder een zwart oogmaskertje. Met zijn lange zwarte, lichtgekromde snavel vangt hij grote insecten – vooral hommels, bijen en wespen, maar ook libellen, kevers, vlinders en vliegen staan op de menukaart – en steekt hij de ijsvogel naar de kroon voor de schoonheidsprijs.

Deze eeuw doorgebroken

Helemaal onbekend was de bijeneter hier niet. De vogel stond al, naast de ijsvogel, afgebeeld in de Zien is kennen, het onder vogelaars klassieke vogelgidsje met kenmerkend drukknoopje, uit 1937. ‘Zeer zeldzaam’ werd hij toen genoemd. ‘Werd slechts eenmaal in ons land bemachtigd. (Mei 1905, verz. Artis)’. ‘Bemachtigd’ is een eufemisme: de vogel werd niet alleen gezien, maar ook direct gevangen of geschoten en in de collectie van Artis opgenomen.

Er is een broedgeval bekend uit 1964, maar ook dat was zeer uitzonderlijk. De doorbraak kwam deze eeuw. Sinds 2010 worden in Nederland elk jaar broedgevallen van bijeneters vastgesteld. De ‘officiële’ regels van onderzoeksorganisatie Sovon bepalen dat een vogel na tien opeenvolgende jaren van broeden het predicaat ‘broedvogel’ mag krijgen. Sinds vijf jaar geldt de bijeneter dus als Nederlandse broedvogel.

Nog altijd zeldzaam, maar zijn opmars is gestaag en onmiskenbaar: vorig jaar hebben vogelaars twaalf broedgevallen vastgesteld voor Nederland, een recordaantal dat ook in 2015 werd geboekt. Uiteraard is het mogelijk dat er meer gevallen bestaan, die zich aan het oog van waarnemers onttrekken. Sowieso worden bijeneters vaak gezien, maar dat zijn vooral trekvogels die in mei op weg zijn naar broedgebieden buiten Nederland of rondzwervende exemplaren (Hilbert Folkerts vermoedt dat ze na een noordelijke tocht langs de kust afbuigen naar Denemarken of mogelijk zelfs Oekraïne, waar veel bijeneters broeden).

Dat de bijeneter steeds vaker in Nederland voorkomt, doet vogelliefhebbers opveren. De keerzijde van de medaille is dat zijn komst mede het gevolg is van klimaatverandering. De bijeneter is, net als de hop en andere dier- en plantsoorten die vanuit het warme zuiden oprukken, de voorbode van grote en structurele problemen.

Folkerts noemt opwarming als belangrijkste factor. Die leidt in zuidelijke landen tot verwoestijning, die de bijeneter verjaagt. ‘Er zijn in Spanje al regio’s die ze laten liggen. Het is er veel te warm en kurkdroog. Ook onttrekken landbouwers enorm veel water uit de stuwmeren, het waterpeil is er tientallen meters gezakt. Daardoor zijn deze gebieden voor de bijeneter ongeschikt geraakt als broedgebied. Door dat verlies en door het opwarmen van noordelijker streken verplaatst de vogel zich langzaam maar zeker naar het noorden.’

‘Klimaatwandelaar’

In Duitsland, waar de bijeneter meer voorkomt, hebben ze klimatologisch geschikt gebied als eerste bezet. Daar wordt de vogel wel ‘klimaatwandelaar’ genoemd. Hij doet het vooral goed in Saksen-Anhalt (tussen Hannover en Berlijn). ‘Daar broeden enkele honderden paartjes bijeneters’, weet Folkerts.

Waarom daar zoveel meer dan in het naastgelegen Nederland? Ook dat moet volgens Folkerts te maken hebben met klimaat. ‘In het Nederlandse zeeklimaat kunnen de weersomstandigheden in de zomermaanden sterk wisselend zijn. De bijeneter heeft een voorkeur voor gebieden met veel zonuren, weinig neerslag en vrij hoge temperaturen. Dan zou je verwachten dat de vogel hier voor Zuidoost-Nederland zou kiezen. Maar daar kan het enorm hard regenen, er zijn daar ook wel nesten weggespoeld. Tegelijkertijd zie je dat broedgevallen in vrijwel het hele land voorkomen.’

Heeft de bijeneter al met al toekomst in Nederland? Folkerts denkt van wel. ‘De vogels zijn opportunistisch in hun keuze voor broedlocaties. Ze kiezen bijvoorbeeld op de aanwezigheid van grote insecten. En er moeten geschikte plekken zijn: steile wanden van bijvoorbeeld oevers. In de literatuur wordt wel gesteld dat-ie vooral langs rivieren broedt, maar zowel in Duitsland als in Nederland broeden ze ook in gebieden waar geen water te bekennen valt’, zegt Folkerts.

De bijeneter is desondanks redelijk kieskeurig met zijn nestruimte. ‘Zijn nesttunnel graaft hij in zand; de broedkamer aan het einde ervan heeft een vrij brede diameter. Het zand mag dus niet te grof zijn, want dan stort het bouwwerk gegarandeerd in.’

Drukte voorkomen

Vooralsnog is de bijeneter zo schaars dat de werkgroep – evenals de populaire website Waarneming.nl – broedlocaties geheimhoudt en broedgevallen pas achteraf meldt. Folkerts: ‘Wij noemen achteraf alleen de provincie. Vorig jaar ging het om Limburg, Zeeland en Groningen. Voorheen broedden ze ook wel in duingebieden, maar waarschijnlijk hebben vossen daar toegeslagen. Dit jaar hebben we broedgevallen in Zuid-Holland, Zeeland, Gelderland en Limburg. Als we locaties zouden prijsgeven, kunnen daar veel fotografen en vogelaars op afkomen en dat willen we liever voorkomen. Het is een fotogenieke soort, het risico op verstoring is dan dus groot.’

De Werkgroep Bijeneters Nederland zit intussen niet stil. ‘We proberen zo veel mogelijk van de vogel te weten te komen, om hem ook beter te kunnen beschermen’, zegt Folkerts.

Dat komt neer op goed monitoren en waarnemen. Zo onderzocht de werkgroep wat de bijeneter eet. ‘Na determinatie van 55 duizend prooiresten uit verschillende gebieden bleek dat bijeneters eigenlijk hommeleters genoemd zouden moeten worden, omdat de bulk van hun voedsel in Nederland uit hommels bestaat’, zegt Folkerts.

Zo blijft de nieuwkomer de liefhebbers fascineren. ‘Hij is natuurlijk geweldig mooi. Maar ook het gedrag is bijzonder. Zo krijgen broedende bijeneters vaak kraamhulp: andere bijeneters helpen de ouders mee met het voeden van de jongen. Waarschijnlijk zijn die helpers jongen van het vorige jaar of vogels waarvan hun broedsel is mislukt. Ook hebben we wel gezien dat het mannetje van een nest even de buren te hulp schoot met voedsel. Geweldig interessant.’

Groene bijeneter

Het kan nóg bonter en zeldzamer: naast de ‘gewone’ bijeneter duikt heel af en toe de groene bijeneter in Nederland op. De vogel, net iets groter dan die andere bijeneter, is vooral groen, met blauwe wangen, een geel-bruine keel en blauwige onderzijde. De website van Dutch Birding maakt melding van zeven waarnemingen sinds 1961, van Texel en Terschelling tot (vorig jaar) Noordwijk en Wageningen. Andere sites melden een waarneming van juli vorig jaar in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Broeden doet hij in Afrika en Azië. De waarnemingen in Nederland zijn dan ook geen broedgevallen, het gaat om dwaalgasten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next