Home

De grote verwachtingen van Hanna Bervoets, die nog altijd een Oscar wil winnen

Het leven: wat dachten we, wie waren we en hoe is het allemaal zo gekomen? Schrijver Hanna Bervoets deed heel lang niets met haar gevoelens voor vrouwen, maar des te meer met haar liefde voor de band No Doubt.

Naam: Hanna Bervoets

Leeftijd: 41 jaar

Is: schrijver

Bekend van: haar negen romans, haar nieuwste roman Geld verdienen verschijnt op 15 juli bij Uitgeverij Pluim

1. Een heel klein huisje

‘Ik ben opgegroeid met mijn moeder in Amsterdam, op de Kadijken. Destijds was dat een beetje een shabby buurt. We woonden in een heel klein huisje. Deze foto is daar gemaakt. Ik had mijn eigen kamer, maar mijn moeder niet. Haar bed stond naast de bank in de woonkamer.

Mijn moeder wilde graag een kind. Mijn vader was een kennis van haar en ze heeft hem gevraagd: ‘Wil jij de vader van mijn kind zijn?’ Uiteindelijk kregen ze toch een romantische relatie, die duurde tot mijn 22ste. Ze woonden niet samen; een keer per week logeerde ik bij hem in De Pijp.

Die gehaakte sprei herken ik. Alle spullen gingen jaren mee. Dat heb ik van mijn moeder overgenomen. We kopen geen nieuwe dingen; ik heb nog steeds dezelfde etui van toen ik 16 was. Misschien komt dat nog uit de tijd dat er thuis weinig geld was, van mijn 2de tot mijn 9de. Na een auto-ongeluk kwam mijn moeder in de ziektewet. Toen haar uitkering werd gekort, was er bijna niets.

Later ging ze voor de gemeente werken en kwam er een vast inkomen. We zijn altijd zuinig op spullen gebleven – of gewoon niet materialistisch.’

2. Eelt van het schrijven

‘Op deze foto was ik 8, al lijk ik 10. Als kind zag ik er ouder uit dan ik was, ik denk omdat ik heel lang was. Dat vond ik nooit zo leuk. Dit was mijn allerbeste vriendin Halima. We zaten samen op buurtschool De Parel. In onze klas zaten kinderen met allerlei achtergronden, er was niet een standaard.

Op school kreeg ik nooit vragen over hoe het nou zat tussen mijn ouders. Iedereen had andere thuissituaties, waardoor er weinig oordelen waren over wat normaal was. Dat heb ik als heel fijn en vrij ervaren.

Halima en ik waren altijd samen. We gingen vaak naar de bibliotheek, waar ik bij een leesclub zat. We maakten samen boeken over de wereld van Tim en Thomas en hun cavia, die avonturen beleefde. Halima maakte de tekeningen en ik schreef het verhaal.

In vriendenboekjes schreef ik dat ik kinderboekenschrijver wilde worden. Nu is er niets in mij dat dat nog wil. Het lijkt me heel moeilijk, die belevingswereld staat zo ver van me af.

In groep 3 kreeg ik een vulpen met zo’n knobbel die je erop kon schuiven, waar je vinger in kon. Daar kreeg ik eelt van. In groep 4 zei een leraar: ‘Als ik je later tegenkom, en je hebt dat eeltdingetje nog steeds, dan weet ik dat je schrijver bent geworden.’ Dat eeltdingetje heb ik nog steeds: ik schrijf mijn boeken altijd eerst met een pen.’

3. Dromen van een Oscar

‘Hier had ik een duidelijk plan: ik wilde regisseur worden. Ik was geobsedeerd door films, maar echt op een ander niveau. Het was mijn leven. Ik keek extreem veel tv en kan me niet herinneren dat daar thuis regels over waren. Iedere week knipte ik de filmladder uit de krant en deed die in een map. In de videotheek keek ik welke nieuwe films er waren, daar maakte ik aantekeningen over. Die gebruikte ik voor mijn maandelijkse filmrubriek in de schoolkrant op de basisschool.

Ik was fan van Steven Spielberg, die had Jurrasic Park gemaakt. Dat soort films wilde ik maken. Op school gaf ik daar een spreekbeurt over. Ik had een kaart van Los Angeles mee en zei: ‘Kijk, dit is Hollywood, daar woont Steven.’

De Oscars waren mijn jaarlijkse allesje. Een keer werd het gepresenteerd door Whoopi Goldberg. Ze wendde zich tot de kijker en zei: ‘Jij thuis, als je filmmaker wil worden, doe het, want op een dag ben je hier.’ Het voelde alsof ze tegen mij praatte. Ik dacht: ja Whoopi, ik kom eraan!

Mensen vragen weleens welke prijs ik zou willen winnen. Nou, een Oscar. Ik wil nog steeds naar die uitreiking. Maar nu denk ik wel: shit, ik ben 41, misschien moet ik mijn koers verleggen. Nu is het hopen dat iemand een van mijn boeken wil verfilmen, haha.’

4. Een parasociale relatie met No Doubt

‘Dit was mijn tienerkamer. Je ziet vooral veel posters van de Amerikaanse rockgroep No Doubt en Gwen Stefani. Laatst vond ik een dagboekje waarin ik schreef: ‘Nu hou ik meer van muziek dan van film.’ Er was een internationale No Doubt-fanclub en ik werd gevraagd als de voorzitter van de Nederlandse tak.

Op de tweede foto sta ik met de band in Ahoy. Dankzij mijn voorzitterschap kon ik makkelijk aan backstage-tickets komen. Jaren heb ik mijn middelbareschooltijd in het fandom doorgebracht. Het voelde echt als een liefdesrelatie, parasociaal natuurlijk. Als ik wakker werd, dacht ik: yes, ik mag weer een dag spenderen met No Doubt. Ik had veel liefde voor de groep en het fandom.

Mijn theorie is dat het samenhing met het feit dat ik zelf geen liefdesleven had. Ik wist dat ik op vrouwen viel, maar had geen ambities om daar ooit iets mee te doen. Het waren de jaren negentig, in tienerseries zaten geen meisjes die op meisjes vielen. Op school was er niemand die zei: ‘Ik ben homo of lesbisch.’ Het was er niet, daardoor kreeg ik mee dat het er niet mocht zijn. Ik hoopte dat ik bi zou zijn en met een man zou kunnen zijn, zodat ik er niets mee hoefde.’

5. Een sombere periode

‘Dit was in mijn leerperiode voor mijn eindexamen, thuis in mijn kamer. Ik deed een bètaprofiel. Behalve Nederlands hield ik niet van talen. Best grappig, aangezien ik schrijver ben.

Op deze foto was ik net weer opgekrabbeld na een moeilijke periode. Het Studiehuis werd ingevoerd: er kwamen uren in het rooster waarin we zelfstandig in een ruimte moesten leren. Iedereen was daar aan het keten, maar ik kwam daar echt om te leren. Ik wilde voor al mijn vakken een tien halen, was een enorme nerd en streber. Ik weet niet waar die ambitie vandaan komt, mijn ouders heb ik nooit op dat soort ambitie kunnen betrappen.

Op mijn 16de was ik overwerkt, een soort overprikkeld. Ik was uitgeput en heb een halfjaar thuisgezeten. Het werkte voor mij efficiënter om thuis te leren. Dat mocht van school. Volgens mij zagen zij ook dat het beter voor me was, heel coulant eigenlijk.

Maar ik had geen leuke band met de leraren, ik had het gevoel dat ze me irritant vonden. Ik was altijd degene die zei: ‘Maar in de studiewijzer staat dat we alvast moeten oefenen.’ Dat is ook irritant. In die periode was ik heel somber. Ik denk ook dat het te maken had met dat ik op vrouwen viel en dat nergens kwijt kon.’

6. Eind goed, al goed

‘Deze foto is gemaakt tijdens mijn studie Media en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Ik ben niet naar de filmacademie gegaan. Ik wilde verhalen verzinnen, maar realiseerde me dat een regisseur vaak niet degene is die dat doet.

De studie bleek een schot in de roos. De richting Cultural Analysis over televisie en populaire cultuur paste goed bij mij. Het ging erg over: wat is de norm, waarom vinden we dat normaal en wie bepaalt dat? Stiekem zit dat in al mijn romans verwerkt.

Deze foto is gemaakt in Parijs, met mijn beste vriend Diederik, die ik kende van de studie. Via hem leerde ik meer homoseksuele mannen kennen, we vormden een hechte vriendengroep. Ik deed nog niets met mijn eigen geaardheid, dat kwam pas op mijn 27ste, maar in de gayscene voelde ik me veilig. Toen kwam het uitgaan en de drank. Ik nam mijn studie serieus, ik ben cum laude afgestudeerd, maar in het weekend ging ik heel hard feesten, vooral in de mannelijke homoscene. Zo heb ik mijn studietijd doorgebracht, het was een dolle tijd.’

Als ik naar deze foto’s kijk, denk ik: eind goed, al goed. Het is verdrietig dat ik in al die fases geen liefdesleven had. Maar alle energie die ik daarin had kunnen stoppen, heb ik in mijn schrijven gestopt. Daar ben ik heel blij mee. Ik ben helemaal niet rancuneus. Ik ben blij met mijn leven en hoe het is gegaan: ik heb een geweldige carrière, hele leuke vrienden en een hele leuke relatie.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next