De afgelopen jaren werk ik aan wat in mijn familie inmiddels ‘de bagage van onze voorouders’ is gaan heten, een soort privépodcast waarin ik de oudste leden interview zodat er nog wat wijsheid op band staat voor de nabestaanden. Omdat ze de eerste opnamesessies vooral zagen als een kans om te jeremiëren over hun huwelijk ben ik de senioren in de loop der tijd gerichte vragen gaan stellen. De leukste is wat ze nog weten van hun eigen grootouders, waardoor ik nu herinneringen heb vastgelegd aan mensen die bijna 150 jaar geleden werden geboren (en waarbij ik ook nog eens ontdekte dat een van mijn oudvaders in de gevangenis belandde voor het neersteken van zijn schoonmoeder en echtgenote). Een goede tweede bleek de vraag om ronduit praktisch advies, waarop mijn oudoom P. meteen antwoordde dat je niet álles moet afvegen met het vaatdoekje.
Gistermiddag had ik de slotsessie met achternicht V. (79) en vroeg ik of ze nog iets wilde toevoegen.
„Wel,” begon ze, „nu ik de opnames van de rest heb beluisterd, valt het me op dat ze allemaal vinden dat je bij twijfel je mond open moet trekken. Dat je het toch maar aangeeft als je trots bent op je kind, ook al ben je bang dat die verwende gremlin het daarna hoog in de bol krijgt. En dat je het toch maar moet opbiechten wanneer je iemand leuk vindt.”
„Beter een blauwtje lopen dan een groentje blijven.”
„Het zijn allemaal adviezen om je kwetsbaar op te stellen”, peinsde ze. „Om afwijzing te riskeren. Maar wat ik mis is een aansporing om jezélf niet meer af te wijzen.”
„Hoe bedoel je?”
„Mijn kleindochter kwam laatst aanzetten met het woord ghosten, dat je abrupt alle contact met een ander verbreekt. Dat deed ik met iemand die ooit een goede vriendin leek, tot ik erachter kwam dat ze me achter mijn rug om zwartmaakte omdat ze mijn baan wilde. Ik heb zonder toelichting alle communicatie beëindigd, negeerde haar op straat, gooide de hoorn erop wanneer ze belde. Maar ik heb er achteraf spijt van.”
„Omdat je die reactie toch te heftig vond?”
„Omdat ik alleen maar indirect voor mezelf ben opgekomen. Negeren is makkelijk, de ander laten raden naar je woede zelfs ronduit wreed, maar soms moet je jezelf uitspreken wanneer iemand je iets ernstigs flikt. Die vrouw is inmiddels alweer jaren dood, maar ik heb er nog last van. Uiteindelijk ghostte ik vooral mezelf.”
Ze plukte een draadje van haar vest.
„Hoe slecht zien we soms in wat we echt nodig hebben”, peinsde ze. „Hoe laag ligt soms de lat van ons zelfrespect.”
Ellen Deckwitz is dichter en schrijver. Ze schrijft deze zomer op deze plek een column.
Source: NRC