Op weg naar de Formule 1 maakte Oscar Piastri een sterke indruk in de opstapklassen. In 2019 schreef hij in zijn debuutjaar de Formule Renault Eurocup op zijn naam, waarna meteen de Formule 3- en Formule 2-titels volgden. In de Formule 1 wist hij niet direct de titel te winnen, al was dat ook niet per se de verwachting. In zijn derde seizoen bij McLaren lijkt hij echter een \goede kans te maken om de titel in de wacht te slepen, met teamgenoot Lando Norris als zijn grootste concurrent.
Piastri stelt in gesprek met RACER dat het moeilijk is om de titelstrijd in F1 te vergelijken met de juniorklassen. "Het is een andere situatie, omdat het seizoen in de Formule 1 zo lang is", zegt Piastri. "En als mijn kampioenschappen in de juniorenklassen me iets hebben geleerd, dan is het wel dat er niet één manier is om het aan te pakken. Ik zou zeggen dat ik de drie kampioenschappen die ik heb gewonnen op vrij verschillende manieren heb binnengehaald."
Piastri legt uit dat hij in de Formule Renault wel snel was, maar 'best veel fouten' maakte. "In F3 had ik misschien iets minder ultieme snelheid, maar was ik extreem consistent en stond ik er altijd als het nodig was. In F2 was het gelukkig een combinatie van consistentie en snelheid", voegt de Australiër toe. "Maar er is geen magische formule om een kampioenschap te winnen. Ik probeer die lessen mee te nemen en consistentie is daar zeker een belangrijk onderdeel van. Maar uiteindelijk moet je ook constant snel zijn en risico's nemen wanneer het moet. Het is een evenwichtsoefening. Wat druk betreft voelt het best vertrouwd, dat aspect is waarschijnlijk het meest vergelijkbaar."
Wat voor Piastri ook niet heel anders is, is het feit dat zijn grootste concurrent zijn teamgenoot is. Met een grote voorsprong op de nummer drie, Max Verstappen, lijkt het op een interne strijd bij McLaren uit te lopen. "Aan de ene kant maakt dat het makkelijker, want je kunt precies zien wat je tegenstander doet. Je weet wat hij met de auto doet, hoe hij rijdt – dus je hebt in zekere zin veel meer inzicht. Maar dat geldt natuurlijk ook andersom", weet hij. Het grootste nadeel zit in de strategie, meent Piastri. "Slechts één van de twee kan bijvoorbeeld de pitstraat in en als je allebei binnenkomt, is er altijd iemand die daar nadeel van ondervindt. Dat is een extra element dat het voor het team lastiger maakt om te managen dan voor ons als coureurs."
Source: Motorsport