Home

Hubert verwaarloost hond zo erg dat die sterft - Omroep West

DEN HAAG - 'Die kat was pas nog geopereerd voor 700 euro. Ik weet niet of je ze dan slecht behandeld.' Hubert vindt het eigenlijk een beetje onzin dat hij voor de rechter zit. Zijn dieren verwaarloosd? De kat kreeg goed te eten en de hond is gewoon aan ouderdom overleden.

Dit is een verhaal uit onze serie Bij de Politierechter.

Dat laatste blijkt toch niet helemaal waar. Bello was weliswaar al 19 jaar, maar volgens de dierenarts ook zwaar ondervoed, uitgedroogd en uitgemergeld. Hij had een verrot gebit en had geen medische zorg gehad. Voor de dierenarts was het genoeg om de politie erbij te halen.

Ook de kat bleek verwaarloosd. Die had een doffe vacht en was sterk vermagerd. 'Hij kreeg twee kuikens per dag en droogvoer erbij, dus ik snap niet hoe ze erbij komen', moppert Hubert verontwaardigd in plat Haags. Hij is een fors gebouwde zestiger.

De rechter wil het eerst over Bello hebben. Het dier is overleden aan ondervoeding. Hubert schudt met zijn schouders. 'Ja, als het beestje niet meer wil eten houdt het op hè? En hij heeft wel degelijk gegeten, alleen niet veel meer.'

'Maar de mensen die hem hebben onderzocht', probeert de rechter. Hubert valt hem in de rede: 'Ja, die weten het beter.'

'Maar hij had een zeer slecht gebit, heeft u dat niet gemerkt?' Hubert zegt van niet. 'Hij was 19 jaar oud en dat dan één of andere arts zegt...' Nu valt de rechter hem in de rede: 'Hij is gewoon van ouderdom overleden?' Hubert hoeft niet na te denken. 'Dat geef ik aan, ja.'

De rechter doet nog één poging om de verdachte tot inzicht te bewegen. 'Volgens de arts die hem na zijn dood onderzocht was hij uitgemergeld, uitgedroogd en heeft hij de laatste twee weken pijn geleden en een naar einde gehad.' Hubert geeft kortaf antwoord: 'Ik ga er niet bovenop zitten dat hij moet eten.'

Met de kat, die naamloos blijft, was het niet veel beter gesteld. Ook die was vermagerd en versuft en toen een agent hem op zijn pootjes zette zakte hij van ellende door z'n enkels. Hubert veert verontwaardigd op: 'Dat is nooit gebeurd.'

'Z'n eten en drinken stonden in het raamkozijn, zo hoog dat hij er niet bij kon', zegt de rechter. Hubert, opnieuw verontwaardigd. 'Hij kon zó hoog springen.' Met zijn arm geeft hij meer dan een meter aan. 'En hij kon via de krabpaal omhoog.'

'Twee kuikens als ontbijt en droogvoer elke dag, wat is daar niet genoeg aan? 's Avonds stonden er altijd nog brokjes. Ik kan hem niet dwingen om te eten.' De rechter vraagt of de verwijten dan onterecht zijn. Hubert mompelt. 'Er zal best wel wat mankeren, maar niet alles.'

'Heeft u nu nog dieren?', wil de rechter weten. 'Ja, kelderratten', is het gevatte antwoord. Maar aan nieuwe huisdieren gaat Hubert niet meer beginnen. Hij ziet wel in dat dat geen goed idee meer is. Hij kan het niet meer en van de reclassering mag het ook niet meer.

'Wat moet er met de kat gebeuren?' Hubert veert blij verrast op na deze vraag van de rechter. 'Leeft die nog dan?' De rechter bevestigt dat. 'Wilt u hem terug?'

Hubert is voor het eerst enthousiast: 'Ja, met alle liefde.' Dan dringt de situatie weer tot de verdachte door en zakt hij weer in elkaar. 'Maar ze zeggen dat ik het niet meer moet doen, dus dan houdt het op hè? Ik pas me wel aan.'

Voor de officier van justitie is de zaak zo klaar als een klontje. 'De lange tijdsduur van de uitmergeling heeft tot lijden en aantasting van het welzijn geleid. Dat is strafbaar.'

Omdat Hubert wel een stevige vent is, maar geen gezonde, zit een celstraf er niet in en een al te zware taakstraf ook niet. De officier eist 120 uur taakstraf waarvan honderd uur voorwaardelijk en een houdverbod voor huisdieren. Ook moet wat haar betreft de kat bij zijn nieuwe baasje blijven.

De rechter vraagt aan Hubert wat hij vindt van de eis, twintig uur werken. De verdachte mompelt iets onverstaanbaars. En wat hij ervan vindt dat de kat niet meer terugkomt. 'Doet zeer.'

'Ik zit een beetje te puzzelen wat voor straf er passend is', zo begint de rechter zijn uitspraak. 'De officier doet dat ook al. Ik heb niet het idee dat het onwil was. U hield van ze. Het was meer een kwestie van niet kunnen. Ik neem mee dat u de kat niet terugkrijgt. Dat is ook al een straf.'

'Is dat geen straf genoeg dan', onderbreekt Hubert de rechter. Die gaat onverstoorbaar door. 'Ik geef u een voorwaardelijke taakstraf van tachtig uur met als bijzondere voorwaarde een houdverbod met een proeftijd van 2 jaar.'

Hubert hoort het aan met zijn armen over elkaar op tafel, zijn kin bijna op zijn armen. 'U heeft twee weken voor hoger beroep.' Hubert tilt zijn hoofd op. 'Ik vind het wel goed zo.' Dan staat hij op en sjokt naar de deur.

De namen van Hubert en Bello zijn gefingeerd.

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next