Bar Lenie in Rotterdam is de eerste vrouwensportbar van Europa (mannen ook welkom). Met hun initiatief willen de oprichters vrouwensport zichtbaarder maken, en dat idee slaat aan. ‘Veel mensen zijn klaar met de hufterigheid in mannenvoetbal.’
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft met name over onderwijs.
Het is een doordeweekse avond en Oranje is al uitgeschakeld. Toch stroomt Bar Lenie in Rotterdam rond half negen langzaam vol. De wedstrijd Noorwegen-Italië interesseert de meeste bezoekers matig, geven ze ruiterlijk toe. Maar dat is eigenlijk bijzaak: ze komen vanavond vooral voor de sfeer, voor elkaar, en voor de plek die in amper een paar weken is uitgegroeid tot cultbar.
Op het eerste gezicht lijkt Lenie een gewone sportbar: twee grote schermen, stevig volume uit de boxen en af en toe een collectief ‘oeeeh’. Alleen waar sportcafés doorgaans worden bevolkt door uitbundig drinkende mannen, zitten hier vooral vrouwen aan de met witte kleden gedekte tafeltjes, minstens zo uitbundig. De paar mannen die er zijn, kijken geconcentreerd naar het scherm. Ze zijn welkom, zolang ze de vrouwensport een warm hart toedragen. Want Bar Lenie is niet zomaar een bar: het is de eerste vrouwensportbar van Europa.
Het idee ontstond zo’n anderhalf jaar geleden, toen Marijn Hermans (34), van huis uit grafisch ontwerper, een artikel las over Jenny Nguyen. Deze voormalige chef-kok opende in 2022 in Portland, in de Amerikaanse staat Oregon, The Sports Bra: de eerste bar ter wereld waar uitsluitend vrouwensport wordt uitgezonden. Het concept sloeg aan. Binnen een jaar draaide Nguyen een miljoen dollar omzet. Inmiddels is er zicht op de opening van franchiselocaties in onder meer Boston en Las Vegas. Dit past in een bredere trend van een uitdijend arsenaal aan vrouwensportbars in de VS: volgens NBC News telt het land er tegen het einde van dit jaar naar verwachting zo’n twee dozijn, ruim drie keer zoveel als een jaar eerder.
Hermans: ‘Ik dacht meteen: dit moet hier ook komen. Ik miste zo’n plek.’ Samen met haar partner Hanneke van Roemburg en beste vriendin Iris Platje begon ze plannen te smeden. Ze plaatste een oproepje op Instagram, trok sponsoren aan. Zodoende kwam ze in contact met de eigenaar van Bar Cult, een natuurwijnbar in Rotterdam-Delfshaven. Die bood aan om de ruimte tijdens het EK voetbal een maand lang beschikbaar te stellen als pop-up. Zo werd Bar Lenie werkelijkheid.
Het altaar achter de bar verraadt naar wie deze plek is vernoemd: Lenie van der Jagt, de vrouw die in 1971 als 14-jarige het allereerste doelpunt maakte in een officieuze interland van het Nederlandse vrouweneftal. Omdat vrouwenvoetbal toen nog niet werd erkend door de KNVB kreeg het doelpunt geen officiële status. Nu, op 83-jarige leeftijd, krijgt Van der Jagt alsnog volop erkenning: haar foto prijkt op de plank, geflankeerd door Lenie-stokken, die te koop zijn. En in de koelkast staan speciaal voor deze bar gebrouwen blikjes ‘Kaapse Lenie’.
Van der Jagt was aanwezig bij de opening, begin juli, en keerde terug tijdens de wedstrijden van de Oranje Leeuwinnen. Glunderend zat ze daar, aan een tafeltje buiten waar Hermans naar wijst. Het publiek stond er tot aan het fietspad opgesteld. ‘Ze bleef telkens tot het eind.’
Al haar hele leven lang zet Van der Jagt zich in voor erkenning van de vrouwensport. Diezelfde missie drijft ook de oprichters van Bar Lenie. Zij geven daar heel concreet invulling aan: door vrouwenwedstrijden uit te zenden op een publieke plek, een café waar iedereen welkom is. ‘Het gaat om representatie’, zegt Hermans, terwijl ze wat bakjes pinda’s op de bar zet. ‘Mijn broertje wilde vroeger profvoetballer worden. Bij mij kwam dat niet eens in me op, omdat ik nooit vrouwelijke profs op tv zag.’
Het is een vicieuze cirkel, legt Hermans uit. ‘Spelers in de eredivisie van het vrouwenvoetbal krijgen nog net een onkostenvergoeding. Ze studeren en hebben bijbaantjes. Als je het niet faciliteert en er geen geld in stopt, houd je het vanzelf klein.’
Hermans is zelf een fervent liefhebber van vrouwensport, ‘omdat die authentiek is’. Ze knikt naar het scherm, waar een wedstrijd van de WNBA (vrouwenbasketbal) te zien is. ‘Tijdens de Black Lives Matter-protesten stonden zij als eersten op het veld om een statement te maken. Ze strijden niet alleen voor hun sport, maar ook voor iets dat groter is.’
Ook Bar Lenie is meer dan een sportbar. In korte tijd is het uitgegroeid tot een veilige haven voor vrouwen en de Rotterdamse queergemeenschap. Geen toeval, zegt Hermans (zelf queer). ‘Er zijn vrouwelijke topatleten die openlijk uitkomen voor hun seksuele oriëntatie, dat is belangrijk en herkenbaar.’
‘We hebben een groter doel’, vult barvrouw Iris Platje aan. ‘Vrouwelijke atleten meer in de schijnwerpers zetten, bewustwording creëren.’ Ze heeft net wat vlammetjes uit de friteuse gehaald. Eerder deze maand zegde ze haar baan bij netbeheerder Stedin op om haar vriendin te helpen met dit project. Bar Lenie voelt voor haar inmiddels als een buurthuis, waar ‘gasten hun hart op tafel leggen’.
Wat Hermans, Platje en Van Roemburg op kleine schaal proberen, sluit aan bij een bredere beweging die al decennia gaande is: de strijd voor erkenning en gelijke kansen van de vrouwensport. Al in het oude Griekenland werden er vrouwenwedstrijden gehouden, zoals de Heraea-wedstrijden, maar die golden vooral als vermaak en niet als serieuze competitie.
Pas in de 20ste eeuw begon de georganiseerde sport zich voorzichtig open te stellen voor vrouwen. Pioniers als tennisser Suzanne Lenglen en atleet Fanny Blankers-Koen veroverden het wereldtoneel, maar structurele ondersteuning bleef uit. Een echte doorbraak kwam in 1972, met de invoering van Title IX, een Amerikaanse wet die gelijke sportkansen in het onderwijs verplicht stelde. De impact was enorm: het aantal vrouwelijke student-atleten in de VS steeg van 30 duizend naar ruim 190 duizend veertig jaar later. Kort daarna ontstonden professionele vrouwencompetities zoals de WTA (1973, tennis) en de WNBA (1996, basketbal). Internationaal volgde in 1991 het eerste officiële WK vrouwenvoetbal. De laatste editie van 2023 vestigde een record: wereldwijd volgden meer dan twee miljard mensen het toernooi.
Die groeiende belangstelling vertaalt zich in geld: in 2024 werd voor het eerst meer dan een miljard dollar omzet behaald in vrouwensport. Toch blijft de inkomenskloof schrijnend: een WNBA-speler verdient gemiddeld slechts 1,5 procent van wat een NBA-collega ontvangt. In voetbal en golf zijn de verschillen vaak nog groter. Ook media-aandacht blijft achter. Buiten toernooien als het WK of de Spelen komt vrouwensport zelden prominent op tv.
‘Deze plek staat voor gelijke kansen’, zegt Karen (35), die vanavond met jeugdvriendinnen uit haar Delftse voetbalteam is neergestreken in Bar Lenie. Op het scherm is het nog altijd 0-0, het spel kabbelt voort en de aandacht verslapt.
Karen doet de pr voor Hera, de voetbalclub die onlangs een licentie kreeg voor de vrouweneredivisie. ‘Dat is echt veelbelovend. Je ziet dat de interesse toeneemt; er komt meer geld, en daarmee stijgt het niveau.’ Ze gelooft in snelle vooruitgang. ‘Veel mensen zijn ook gewoon klaar met de hufterigheid in het mannenvoetbal.’
Haar verhaal wordt overstemd door luid gejoel vanuit de andere kant van het café, waar de drie fanatiekste bezoekers van de avond zitten. Onder hen Chetana Pai (27), groot voetbalfan en zelf ook actief op het veld. Haar enthousiasme voor het vrouwenvoetbal vindt lang niet overal gehoor. Toen ze laatst cafés in Rotterdam afging met de vraag of ze de Champions League voor vrouwen konden uitzenden, stemde één uitbater toe. ‘Op voorwaarde dat ik mijn eigen laptop meenam om de wedstrijd op uit te zenden.’
Haar Zwitserse vriendin en teamgenoot Christina Grimm (27) beleeft een goed toernooi: Zwitserland maakt nog altijd kans op de titel. Dat draagt bij aan de erkenning van de sport, merkt ze. ‘Mensen kennen ineens de namen van de spelers.’ Tegelijkertijd toont de verhoogde aandacht hoe kwetsbaar het vrouwenvoetbal blijft. Zo krijgt de Zwitserse speler Alisha Lehmann online bakken haat over zich heen, simpelweg omdat ze veel make-up draagt en daardoor niet serieus wordt genomen. Grimm: ‘Pure misogynie.’
Als een van de weinige mannen aan de bar, voelt Arie (‘achternaam en leeftijd niet relevant’) zich allerminst een buitenstaander. Hij kijkt graag naar vrouwenvoetbal, zegt hij. ‘Is het technisch perfect? Nee. Maakt dat uit? Ook niet.’ Hij vervolgt: ‘Het heeft een grotere mate van puurheid dan het mannenvoetbal.’ Hoe dat komt? Hij wrijft zijn wijsvinger en duim tegen elkaar: geld.
En zo klinkt deze avond een licht paradoxale boodschap: er moet meer geld en aandacht naar vrouwensport, maar zonder dat het de charme van het spel aantast.
Aan Bar Lenie de taak om deze missie voort te zetten, al is de vraag voor hoe lang dit nog mogelijk is. De pop-up blijft open tot 27 juli, de dag van de EK-finale in Basel. Daarna neemt de oorspronkelijke eigenaar het pand weer in gebruik. Maar de initiatiefnemers zijn vastbesloten: er moet een vervolg komen. Liefst op deze plek, die te koop staat.
De afgelopen weken waren overweldigend. Volle avonden, hartverwarmende reacties. Bar Lenie voorziet duidelijk in een behoefte. Als barvrouw Platje haar fantasie de vrije loop laat, ziet ze een toekomst waarin niet alleen grote evenementen als het EK, Wimbledon of de Tour de Femmes worden vertoond, maar ook gewone clubwedstrijden. ‘Ajax-Feyenoord op zondag, maar dan van de vrouwen.’ In Engeland en Australië is dit volgens haar al veel gebruikelijker. ‘Dat kan bij ons ook, maar dan moet het wel vertoond kúnnen worden.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant