Home

Van mij zouden kunstenaars en schrijvers de sloophamer ter hand mogen nemen

is wetenschapsjournalist en columnist van de Volkskrant.

Hoe vaker ik mensen hoor zeggen dat het onvermijdelijk is dat AI een steeds grotere rol gaat spelen in de wereld, hoe meer begrip ik krijg voor de luddieten en hun sloophamers. Aan het begin van de 19de eeuw sloegen zij in Engeland nieuwe weefmachines kort en klein. Niet omdat ze onredelijke technologiehaters waren, maar omdat ze begrepen dat nieuwe uitvindingen niet enkel vooruitgang brengen. Er is ook een gerede kans dat je iets kwijtraakt – iets dierbaars. Vakmanschap, bijvoorbeeld (veel luddieten waren zelf wevers). Goede arbeidsomstandigheden. Maar ook iets minder tastbaars: de liefde waarmee iets gemaakt is. Dat iemand ergens tijd en moeite in heeft gestoken. De betekenis die dat heeft.

Nu zijn het niet de weefmachines waaraan we van alles dreigen te verliezen, maar de natuur- en klimaatverwoestende datacentra waarin het grootkapitaal probeert een tot nu toe vrij matige AI op te fluffen tot iets winstgevends. Als ik nu een beroepsgroep zou mogen nomineren voor het ter hand nemen van de sloophamers, zouden het kunstenaars en schrijvers zijn. In een kapitalistische wereld waarin gemakkelijk, snel en goedkoop belangrijke waarden zijn – en door mensen gemaakte kunst precies het tegenovergestelde belichaamt – zijn deze beroepen met stip genomineerd voor zielloze vervanging.

Niet dat ik een moment geloof dat AI ooit kunst zal maken. Sciencefictionschrijver Ted Chiang evenmin. Kunst, schrijft hij in de New Yorker, is het resultaat van het maken van talloze keuzes. Als schrijver maak je, bewust of onbewust, een keuze over elk woord dat je typt. Een kunstenaar beslist over iedere streek met de kwast: hoeveel verf, hoeveel druk, hoe lang, waar precies. ‘De talloze kleine keuzes die je maakt tijdens de uitvoering zijn net zo belangrijk voor het eindproduct als de paar grote beslissingen die je neemt wanneer je het concept bedenkt’, schrijft Chiang. Maar geef je een AI een ‘prompt’, dan maakt AI al die kleine keuzes voor jou. En nog knullig ook: AI kan een soort zouteloos gemiddelde trekken van beslissingen die anderen hebben gemaakt, of de keuzes van een specifieke schrijver of kunstenaar nabootsen. In beide gevallen, concludeert Chiang, is er geen sprake van kunst.

Maar dit is wat ik vrees: dat we zullen leren om in veel gevallen genoegen te nemen met de non-kunst en bla-tekst die AI uitspuugt. En dat we dan als samenleving iets onvervangbaars kwijtraken: niet alleen het levensonderhoud van onze kunstenaars en schrijvers, maar ook iets essentieels in onszelf. De verbondenheid en intensiteit van iets bekijken of lezen dat voortkomt uit de unieke ervaringen van een ander mens. Het pure genoegen van ergens over nadenken en iets ontdekken. De rijkdom van iets laten groeien onder onze handen en in onze geest: een tekening, een gedicht, een idee.

Schrijver Nicholas Carr waarschuwt dat AI lezen, schrijven en denken versnelt. ‘Ik denk niet dat dat zaken zijn die gemechaniseerd moeten worden’, zegt hij. ‘Het zijn geen industriële processen, maar fundamentele bezigheden voor een goed leven. De mens moet worstelen, dat maakt hem tot wie hij is’.

Maar wie kan zich die worsteling nog veroorloven? Johannes Visser, leraar Nederlands, vertelt dat zijn hele havo 5-klas ChatGPT gebruikt voor hun schoolwerk. Hetzelfde hoor ik van mijn eigen tieners. Scholieren doen dit niet uit weelde; ze staan onder druk om te presteren en kiezen uit zelfbehoud een oplossing die in lijn is met die alomtegenwoordige kapitalistische waardes die ik eerder noemde: gemakkelijk, snel, goedkoop. Het weinige onderzoek dat er is gedaan naar de gevolgen daarvan, stelt niet gerust: leunen op AI gaat ten koste van creativiteit en kritisch denkvermogen. Chiang vergelijkt het met gewichtheffen met een vorkheftruck: het gaat vlot en moeiteloos, maar je wordt er niet sterker van.

Carr hoopt op een tegenbeweging van jongeren, die zullen zeggen: deze technologie onderdrukt ons, wij wijzen dit af. Zelf hoop ik op verzet van ons allemaal – nu, graag, voor het te laat is. Voor we wakker worden in een toekomst waarin dankzij AI de schrijvers voortaan vakken vullen en de kunstenaars pakjes bezorgen en onze kinderen zijn vergeten hoe ze moeten nadenken. Voor we tegen elkaar zeggen: hadden we ons toen maar niet neergelegd bij het idee dat AI onvermijdelijk was. Hadden we toen de sloophamers maar gepakt.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next