Home

Zouden ze echt zo dom zijn bij de NS? Natuurlijk niet, dacht ik, en viel in een diepe slaap

Er bestaan vragen waar ik uren op kan kauwen zonder ooit het antwoord te vinden, vooral als het buiten donker is en de slaapkamer broeierig. Meestal begint het met vragen over de dan geldende toestand in mijn leven. Bijvoorbeeld waarom in slaap vallen altijd zoveel moeilijker is dan simpelweg je ogen sluiten. Of waarom je vanaf je 30ste eigenlijk alleen nog maar ’s nachts droomt.

Daarna, als de moeheid niet wil komen, worden de vragen meestal wat maatschappelijker van aard. Dan peins ik bijvoorbeeld een tijdlang over waarom je zo vaak mensen in het openbaar hoort zeggen dat ze niets meer mogen zeggen. Of waarom mensen die beweren te vechten voor hun beschaving, nooit bereid zijn hun eigen gedrag bij te schaven. Of is dat niet de oorsprong van het woord?

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Een andere vraag die vaak voorbijkomt in dat stadium is: hoe kan er een politieke kloof in Nederland zijn als de overgrote meerderheid van ons zich in het midden bevindt? En meteen daarna: zijn de meeste realisten dat eigenlijk uit liefde voor de werkelijkheid, of uit een gebrek aan visioen?

Omdat dit soort vragen nooit eenduidige antwoorden opleveren, en er daarom voor zorgen dat mijn hartslag juist stijgt in plaats van daalt, zoek ik het in de uren daarna liever in een wat minder beladen hoek. Dan vraag ik mij bijvoorbeeld af waarom het zo onprettig is om water uit een mok te drinken. En of een konijn dat met Kerst wordt opgegeten, het haasje is, of nog steeds een konijn.

Eenmaal op dat weinig verheffende punt aanbeland, besef ik een verloren strijd te voeren, waarna ik meestal mijn telefoon pak om alvast de krant van morgen te lezen, met als gevolg dat ik de rest van de nacht lig te tobben over de vraag waarom het te midden van al deze wanorde toch zo moeilijk is iemand te vinden die de dingen weer op de juiste plek weet te leggen.

Maar gisteravond gebeurde er op juist dat moment iets wonderlijks. Op de app van de Volkskrant las ik in het holst van de nacht namelijk een artikel over de Nederlandse Spoorwegen. Dat bedrijf lijdt al vijf jaar op rij een miljoenenverlies, het aantal vertraagde treinen nam vorig jaar toe, het aantal reizigers met zitplaats juist af en omdat de hoeveelheid geweldsincidenten tegen conducteurs sneller stijgt dan het salaris, is er ook al jaren een chronisch personeelstekort. Bovendien eist de Europese Commissie dat er meer concurrentie komt op het Nederlandse spoor, wat voor de NS een ramp betekent, omdat ze daar al jaren geen idee meer hebben hoe je klanten behaagt.

Om die lawine aan slecht nieuws te keren, zo las ik, speelt de NS-directie met de gedachte nog minder treinstellen in te zetten en die bovendien nog minder vaak te onderhouden. Ook overwegen ze niet alleen de jongerendagkaart af te schaffen maar ook de reguliere treinkaartjes volgend jaar nogmaals 9 procent duurder maken.

En bij die laatste regel gebeurde er dus iets wonderbaarlijks in mijn binnenste, want na al die uren tobben had ik eindelijk een vraag te pakken met daarop slechts één overduidelijk antwoord.

Zouden ze echt zo dom zijn, stelde ik hem hardop. Nee, natuurlijk zijn ze niet zo dom, antwoordde ik, waarna ik meteen werd overspoeld door een alleroverheersende rust, om vervolgens eindelijk weg te vallen in een diepe, vraagloze, en daarom zalige slaap.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next