Kunstenaar Fiona Tan kreeg carte blanche van het Rijksmuseum: een unieke kans om haar eigen tentoonstelling samen te stellen. Als onderwerp koos zij de raadsels van de geest en de 19de-eeuwse blik daarop. Een rondleiding langs vijf voorwerpen.
is kunstredacteur van de Volkskrant.
Het begon met een donker schilderij van een man die van ons wegkijkt. Zijn aandacht en gedachten lijken elders. Zijn onverzorgde baard en verwarde haren vallen op. Het schilderstuk, begin 19de eeuw gemaakt door de Franse kunstenaar Théodore Géricault, kreeg bekendheid als Portret van een kleptomaan. Een beschrijving die bij Fiona Tan iets teweegbracht: ‘Ik zag in hem geen kleptomaan, dus er begon iets te wringen. Zulke irritatie werkt goed bij mij, het schilderij is een soort raadsel. En ik research graag en veel.’
Nu, inmiddels acht jaar later, heeft Tan (59) een expositie samengesteld die tien zalen van het Rijksmuseum in Amsterdam beslaat. Het is voor het eerst dat het museum een kunstenaar heeft uitgenodigd om een tentoonstelling te maken, waarbij ook de collectie tot haar beschikking stond. Tan: ‘Het voelt echt alsof ze mij de sleutel van het museum hebben gegeven. Zo van: hier heb je ons gebouw, onze experts en deze waanzinnige verzameling.’
De tentoonstelling gaat over de 19de-eeuwse pogingen om geestelijk lijden te doorgronden, te categoriseren en te helen. Via Tans fascinatie voor de geestesgesteldheid van de zogenaamde kleptomaan wordt de bezoeker langs kunstwerken en historische objecten geleid. Zalen hebben titels als ‘Melancholia’ en ‘Catalogus van emoties’. ‘Monomanie was destijds een vrij algemene diagnose voor een psychische aandoening, met subcategorieën als megalomanie of kleptomanie. Het werd al snel een modewoord.’
Het Rijksmuseum beheert een collectie van meer dan een miljoen objecten, van bijvoorbeeld handgeschreven brieven, sieraden, meubels en kantwerk tot de wereldberoemde schilderijen in de erezaal. Daarmee kun je bijna alles doen, besefte Tan.
Daarom had ze voor zichzelf spelregels opgesteld. Zo zou ze zich beperken tot de 19de eeuw, de begintijd van de psychiatrie. Bovendien besloot ze naast bruiklenen en eigen werk alleen objecten uit de museumcollectie te tonen die in het depot waren opgeslagen. Geen greatest hits dus, maar verrassende vondsten. En die vondsten moesten niet alleen foto’s of schilderijen zijn, maar allerlei soorten objecten, ook uit de deelverzamelingen zoals textiel en glas.
Tan is een van de bekendste kunstenaars van Nederland. Ze exposeerde wereldwijd en vertegenwoordigde Nederland in 2009 op de Biënnale van Venetië. Hoewel ze haar onderwerpen, die vaak te maken hebben met historische figuren en de werking van het geheugen, zeer studieus benadert, is het eindresultaat intuïtief: ‘Ik ben een associatieve denker.’ Haar kunstwerken, die meestal bestaan uit video-installaties en foto’s, worden dan ook vaak poëtisch of dromerig genoemd. Typeringen die ook van toepassing zijn op deze uitgebreide tentoonstelling, waarin twee kunstinstallaties van Tan zijn te zien zijn.
En een beetje monomaan, in de huidige betekenis van het woord, mogen we Tan wel noemen: ‘Ik heb twee jaar aan deze tentoonstelling gewerkt, en was geobsedeerd door dit onderzoek naar monomanie.’ Bij een van de kunstinstallaties schreef ze: ‘Mijn verlangen is om alles te begrijpen, onwetend als ik ben over elk leven dat niet het mijne is. Ieder van ons bewandelt een dunne lijn tussen gezond en ziek, tussen niet gek en anderszins. Maar kan ik ooit de aard van waanzin van binnenuit begrijpen?’
Dit schilderij, een bruikleen uit het Museum voor Schone Kunsten in Gent, mocht niet ontbreken. Hiermee begon Tans belangstelling voor de stoornis monomanie.
Tan: ‘Théodore Géricault schijnt aan het begin van de 19de eeuw in totaal tien schilderijen hebben gemaakt van mensen in psychiatrische ziekenhuizen, die zouden lijden aan monomanie. Vijf uit deze reeks zijn bewaard gebleven. De titels zijn er decennia later bij bedacht. Wat er met deze man aan de hand was? Dat weet ik niet. Hij kijkt ons niet aan, alsof hij wil zeggen: ik ben er eigenlijk niet helemaal.
‘Het schilderij is uitzonderlijk als je het vergelijkt met de gangbare portretkunst uit die tijd. Die portretten zijn heel zelfbewust, de mensen zijn zichtbaar belangrijk en goed gekleed. Deze man is door Géricault zonder oordeel geschilderd. Het ging de schilder om de mens, niet om de aandoening. Ik zie iemand die lijdt, dat vind ik erg aangrijpend.’
Fiona Tan was er al lang naar op zoek en vorig jaar was het raak: ze scoorde in een Amsterdams antiquariaat tien offsetprints van de beroemde diagnostische testen die de Zwitserse psychiater Hermann Rorschach in 1921 heeft ontwikkeld.
Tan: ‘Deze afbeeldingen waren lange tijd geheim. Het was essentieel dat patiënten ze niet zouden zien voordat ze erop reageerden in de praktijk van de psychiater. De prints werden op één plek in Zwitserland gedrukt en de drukkwaliteit werd nauwkeurig gecontroleerd. Als de afbeeldingen een beetje donker of lichter zouden zijn, zou dat de uitkomst van het onderzoek beïnvloeden. Nu worden ze niet meer gebruikt.
‘Ik was verrast dat er ook kleurenafbeeldingen tussen zitten, die kende ik nog niet. Tijdens de opbouw van de tentoonstelling ontstonden vanzelf gesprekken over de vlekken. Mensen willen dan vertellen wat ze erin zien. Ik zelf zie vaak beesten. Wel leuke beesten, hoor. Toen ik opgroeide in Australië heb ik veel in zee gezwommen. Mijn moeder is bioloog en van haar leerde ik over de zeedieren die we op het strand vonden als het eb was.’
In 1825 vermoordde de 27-jarige dienstmeid Henriette Cornier in Parijs de dreumes Fanny. Haar motief was onduidelijk en ze werd achteraf door drie psychiaters ontoerekeningsvatbaar verklaard. Tan heeft een tentoonstellingszaal aan Cornier gewijd.
‘Van Henriette Cornier zijn geen betrouwbare portretten of foto’s bekend. Wel stonden er tekeningen van haar in de krant, maar dat waren een soort striptekeningen waarin vooral werd benadrukt hoe gewelddadig ze was. Deze ledenpop functioneert in de tentoonstelling als een stand-in voor Cornier, maar is niet alleen als illustratie bij haar verhaal bedoeld. Ik heb me in deze tentoonstelling laten leiden door de objecten. Het zijn niet allemaal kunstwerken, maar wel dingen die ik de moeite waard vond om te laten zien.
‘Deze ledenpop van papier-maché en hout is gemaakt voor kunstenaars, om in het atelier te gebruiken. Het is ongebruikelijk dat de pop levensgroot is, dat maakt haar erg onhandig en zwaar. Ik vind de pop fascinerend en umheimlich, ze zou uit een nachtmerrie kunnen komen.’
Tientallen keren bezocht Tan de depots van het Rijksmuseum. Daar vond ze ook objecten voor de ‘melancholie-zaal’ in de tentoonstelling, die is ingericht als een 19de-eeuws boudoir.
‘Ik zag deze vissenkom in het CollectieCentrum Nederland in Amersfoort en wist meteen: die wil ik in de tentoonstelling hebben. Het is een waanzinnig ding, mooi beschilderd, maar de kom heeft ook iets akeligs, claustrofobisch en bepaald niet diervriendelijk.
‘In de ‘melancholie-zaal’ wil ik laten zien hoe benauwend de positie van de vrouw was in de 19de eeuw. De afgelopen jaren heb ik erover nagedacht in hoeverre de maatschappij psychische problemen mede kan veroorzaken. Als je leest over hoe weinig rechten vrouwen destijds hadden, vind ik het geen wonder dat velen in crisis raakten. Een van de vrouwelijke patiënten over wie ik heb gelezen was er bijvoorbeeld van overtuigd dat zij het weer kon beïnvloeden. Dat lijkt me een manier van compenseren voor hoe machteloos ze zich voelde. Dat ze een alternatieve werkelijkheid vond waarin ze kon zeggen: ‘Kijk, die regen buiten, die heb ik gemaakt!’
Speciaal voor de tentoonstelling maakte Tan een nieuwe video-installatie, waarin een vrouw is te zien in een overvolle studeerkamer. Inspiratie haalde Tan uit een boek van de Duitse schrijver W.G. Sebald en een Japanse film uit de jaren 60 van de vorige eeuw: The Woman in the Dunes.
‘Het was behoorlijk uitdagend dit kunstwerk te produceren, te filmen en te monteren terwijl ik gelijktijdig met de tentoonstelling bezig was. Ik wilde bijvoorbeeld dat het zand zou regenen in de studeerkamer. Dat was productioneel ingewikkeld, om een decor te bouwen waarin het zand kon regenen. Alle beelden zijn gefilmd op 35 mm analoge film: het gaat over de kwetsbaarheid van de ziel, van de menselijke geest, dus een kwetsbaar materiaal past daarbij.
‘In de video-installatie komen ook droomachtige flarden en flashbacks voorbij. Daarin toon ik details van voorwerpen uit de museumcollectie, archiefbeelden, zelfgeschreven teksten en citeer ik uit brieven die zijn geschreven door patiënten met psychische aandoeningen. Sommige brieven zijn zo in- en intriest. Ik wilde absoluut geen mensen die ziek zijn te kijk zetten of tentoonstellen. Maar ik merk dat je aan de hand van die teksten alsnog heel dicht bij hen kunt komen.’
Monomania, Rijksmuseum, Amsterdam t/m 14/9
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant