Hij leidde Marokko naar de enige prijs in de voetbalgeschiedenis van het land en won de titel van Afrikaans voetballer van het jaar. Wie was Ahmed Faras (78), het ‘volbloed paard’ dat zijn buiktyfus verbeet om zijn team niet in de steek te laten?
is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Dit hebben Marokko en Nederland gemeen: het aantal voetbalgekken onder de bevolking staat in geen verhouding tot de schamel gevulde prijzenkast van hun nationale elftallen. In het geval van Marokko vind je in die kast alleen een stoffige Afrika Cup, uit 1976. Een prijs die daar niet had gestaan zonder het linkerbeen van Ahmed Faras.
We gaan terug naar 1976. Op die Afrika Cup, gehouden in Ethiopië, stonden de Marokkanen met angst in de benen aan de aftrap van de slotwedstrijd. Afrika’s belangrijkste toernooi werd destijds nog niet beslist met een finale, maar in een laatste groepsfase. Het land dat na de laatste wedstrijd bovenaan stond, ging er met de beker vandoor.
Met nog één pot te gaan had Marokko genoeg aan een gelijkspel. Maar de tegenstander was Guinee.
‘De Guineeërs werden in die tijd gezien als de Brazilianen van Afrika’, herinnerde Faras zich in 2016, toen de voetbalbond Fifa hem precies veertig jaar na die beslissende wedstrijd in het zonnetje zette. Die reputatie bleek terecht. In de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba stonden de Marokkanen vanaf minuut één onder druk. Dat de sambavoetballende Guineeërs in de 86ste minuut ‘maar’ 1-0 voorstonden, viel nog mee.
Die minuut zou Faras, aanvoerder en steraanvaller, de rest van zijn leven herbeleven. ‘Ik dribbelde naar voren vanuit het middenveld en hoorde iemand om de bal roepen. Snel speelde ik ’m over naar ploeggenoot Ahmed Makrouh. Met een schot van 25 meter scoorde die de gelijkmaker. Vier minuten later floot de Zambiaanse scheidsrechter voor het einde, en was de titel van ons.’
Waar de rest van de wereld – zeker buiten Afrika – zijn naam weer zou vergeten, was Ahmed Faras vanaf dat fluitje een voetbalicoon in Marokko. Woensdag overleed Faras op 78-jarige leeftijd in zijn geboorteplaats Mohammedia, een kustplaats ten noorden van Casablanca.
Tot aan koning Mohammed VI betuigden Marokkanen na het nieuws van zijn dood hun respect. Met zijn ‘exceptionele talent’ had Faras zijn land als voetbalnatie naar een hoger niveau gestuwd, schreef de koning in een brief aan diens familie.
Faras deed meer dan zijn land als aanvoerder naar de Afrika Cup leiden. Hij werd ook, en is nog steeds, de all-time topscorer van Marokko, met 36 doelpunten. Met links schoot hij met militaire precisie. Dankzij een perfect gevoel voor timing was hij een uitstekende kopper, ondanks zijn 1,72 meter.
Ook buiten Marokko werden die gaven erkend. In 1975 werd Faras verkozen tot Afrikaans voetballer van het jaar, de eerste uit een Noord-Afrikaans land.
Dat was een hoop lof om te verstouwen voor de bedeesde, bijna nederige zoon van Mohammedia. Zoals zoveel van zijn leeftijdsgenoten was hij daar opgegroeid in armoede, vertelde Faras in 2017 in een gesprek op Radio Mars. Toch deden zijn ouders hun best om hem niets tekort te laten komen.
‘Mijn vader nam me altijd mee naar de souk (de markt in een Arabische stad, red.). Daar zei hij zijn vrienden, die visverkopers waren, dat ze mij het beste wat ze hadden moesten geven. Ik moest goed eten om sterker te worden.’ Het had hem gemaakt tot de voetballer die hij later was, zei een tot tranen geroerde Faras.
Zijn hele clubloopbaan speelde hij in het rood-zwart van het lokale Chabab Mohammedia. Daarvoor scoorde hij 231 keer in 784 wedstrijden. Het landskampioenschap dat hij in 1980 won, in een van zijn laatste seizoenen als prof, is nog steeds het enige in de geschiedenis van Chabab.
Zijn faam was die van de bescheiden club toen al overstegen. Vooral dankzij die ene wedstrijd tegen Guinee. En dat terwijl de Afrika Cup nog rampzalig voor hem was begonnen. ‘Vlak voor de openingswedstrijd kreeg ik koude rillingen en migraine, de symptomen van buiktyfus. De dokter verbood me om nog te trainen en wilde dat ik in mijn kamer bleef.’
Zijn droom leek in rook op te gaan. Tot hij op de ochtend van de eerste wedstrijd, tegen Soedan, bezoek kreeg van de voorzitter van de Marokkaanse delegatie. ‘Die zei: raap jezelf bij elkaar. Je gaat je ploeggenoten aanvoeren tegen Soedan, en niemand zal erachter komen dat je ziek bent.’
Marokko kon zijn technische begaafdheid simpelweg niet missen. Het woord faras, schreef de ervaren sportjournalist Amine Birouk donderdag op nieuwswebsite Le360, betekent ‘paard’ in het klassiek Arabisch. ‘En meester Ahmed Faras was geen ordinaire knol: hij was een volbloed. Nobel, elegant, majestueus.’
Het nieuws van het overlijden van Faras komt in een bijzonder jaar. In december begint de Afrika Cup. Dit jaar wordt die georganiseerd door Marokko, nadat het land dat eerder als gastheer was aangewezen – Guinee, inderdaad Guinee – zijn infrastructuur niet op orde bleek te hebben.
Voor eigen publiek zullen sterren als Achraf Hakimi en Brahim Díaz alles willen geven. De Marokkanen verwachten van hen maar één ding: dat zij een halve eeuw later eindelijk het kunstje herhalen van meester Ahmed Faras, held van Addis Abeba.
In 1974 kwam Faras één keer uit voor een ander team dan Chabab Mohammedia. Recordkampioen Wydad AC uit Casablanca vroeg hem om mee te spelen in een oefenwedstrijd tegen FC Barcelona. Bij de tegenstander stond ene Johan Cruijff op het veld.
De legendarische Tunesische doelman Sadok Sassi, bijgenaamd Attouga, zou over hem hebben gezegd: ‘Anderen schoten de bal. Faras signeerde ’m.’
Voor het geld hoefden de spelers van Marokko het niet te doen. Voorafgaand aan de Afrika Cup van 1976 kregen Faras en zijn teamgenoten slechts 50 dollar. Pas drie maanden na de cupwinst keerde de voetbalbond een ruimere vergoeding uit: 1.000 dollar per persoon.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant